Elektrische schapen

Het zal niet de eerste keer zijn dat ik over computers schrijf. Als gediplomeerd computer-nerd ben ik nou eenmaal veel te veel met die dingen bezig.

Het één na leukste om te doen (na “klungelen met computers”) is toch wel lezen over computers. Dan bedoel ik niet de vele cursusboeken die er zijn, “Computeren voor Dummies” enzo, maar van die boeken met een semi-filosofische inslag over wat computers nou zijn en welke rol ze spelen in onze maatschappij.

Weizenbaum
Want voor Facebook, voor het internet en dus nog ver voor het Y2K probleem zelfs maar bedacht was, waren er al erg veel mensen bezig met wat voor een impact computers zouden hebben op onze mooie samenleving. Zij hielden zich bezig met de wat meer ‘fundamentele’ vragen rondom computers. Denk jaren ’70, jaren ’80, toen niemand nog maar enig idee had van wat computers zouden kunnen gaan doen. Als je dan al vragen kan stellen die relevant zijn dan ben je erg slim en is je boek de moeite waard. Ook als dat boek al in 1973 uitgegeven werd en op Amazon alleen nog tweedehands van failliete bibliotheken te krijgen is.

Neem nou Joseph Weizenbaum. Een ontzettend briljante man die in de 1964 het programma ELIZA bedacht. Relatief simpel als het was, was het in staat om een redelijk gesprek te voeren, door in de context van een psycholoog een intake te houden. Als je dan dingen zei als “Ik voel me [X]” reageerde ELIZA met “Waarom voel je je [X]?”. Tot zijn eigen verrassing raakten mensen opvallend snel gehecht aan zulke applicaties. Zijn eigen secretaresse vroeg al na tien minuten of hij de kamer wilde verlaten, vanwege de gevoelige toon van het “gesprek”.

Het mes als verlengde van de hand
Het mes als verlengde van de hand

Volgens mij is dat iets wat we tegenwoordig een beetje overslaan als het om computers gaat. Los van de discussie of Weizenbaum’s moraal de goede was zijn, zijn vragen wel erg sterk. Want op zich is het niet vreemd dat mensen zich hechten aan machines. Een schep, een mes of zelfs een auto wordt met voldoende oefening een onderdeel van je, en verandert je. Je zal je de werking van het apparaat eigen moeten maken en daarmee je gewoontes in combinatie van het apparaat aan moeten passen. Mensen die kunnen fietsen èn kunnen auto rijden zullen zich niet snel vergissen in de rem; je maakt je het apparaat eigen.

Maar, zo vraagt Weizenbaum zich af, de meeste mensen weten nauwelijks hoe machines (of computers) werken. Als mensen niet uit pure wanhoop of blind geloof vertrouwen in de werking ervan zullen ze op de een of andere manier een “model” moeten maken van wat het ding doet. De meeste mensen doen dat door het enige model te gebruiken dat ze echt kennen: hun eigen gedachtengang. Je reflecteert aan jezelf. Dat doet iedereen overigens. Als je mensen iets hoort zeggen als “Windows doet altijd zo moeilijk” verklappen ze dat ze niet (willen) weten hoe het werkt.

Op zich is het niet zo erg dat we dat doen. We moeten ergens een grens trekken, toch? Computers zijn al knap ingewikkeld, en als je je wilt verdiepen in grote netwerken of kunstmatige intelligentie heb je aan een studie niet genoeg.

Hoe heet jouw auto?
Hoe heet jouw auto?

Als je op die voet doorgaat om een apparaat te begrijpen vecht je tegen windmolens. Je krijgt je computer niet gecombineerd met je eigen gedachtengang (als model) omdat die twee compleet anders werken. Je zult je moeten verdiepen in het ‘hoe’, en in de ‘wat’. Als je zuiniger wilt rijden heeft het geen zin om jouw lieve autootje voorzichtig naar de vijfde versnelling te duwen; je zult je moeten verdiepen in hoe het ding echt werkt.

Wie wil dat? Niet alleen is het een rotklus, het haalt ook de magie weg. Liever blijven we doen alsof de computer een soort mini-mensje is: met nukken en grollen en een humeur.

De keerzijde van dat gedrag is er al: we kopen telefoons op hoe ze ‘voelen’. Auto’s kiezen we op de vorm van de motorkap. Laptops zijn ‘cute’.

Hoe voorkom je dat je het slachtoffer wordt van de trend om niet-menselijke dingen toch zulke eigenschappen toe te dichten? Moet je je overal maar in verdiepen en alles leren, of zouden er toch ergens shortcuts zijn? Of is dat sowieso niet nodig?

Vervolgvraag: do computers dream of electric sheep?

Link to image: 'cpnw53m2'

Categorie: /me

Kunstmatige intelligentie

Een mooie aanleiding om dit stukje mee te beginnen is het nieuws dat Google een bedrijf overneemt dat zich specialiseert in kunstmatige intelligentie. Hoewel het ze vooral om het talent te doen lijkt te zijn is het een leuk onderwerp om eens over na te denken.

In boeken en science fiction is kunstmatige intelligentie altijd een soort “black box”. Er is een machine, en die kan praten en luisteren en slim antwoord geven, en hoe die machine dan wel niet werkt is een raadsel. Zelfs Isaac Asimov, die aan de wieg stond van wat wij tegenwoordig als “robots” zien kwam niet verder dan een paar technische termen en hier en daar wat referenties naar wiskunde. Ook William Gibson hield het daar een beetje bij. Kunstmatige intelligentie is er gewoon, en de schrijvers zijn vooral bezig met de eventuele gevolgen en spannende verhalen die dat oplevert.

Link to image: 'hhv5y8fn'

In het echt is dat natuurlijk niet zo. We zijn nog lang niet zo ver.

Google, Facebook, Apple, Microsoft en de NSA streven allemaal naar kunstmatige intelligentie. Ze hebben namelijk een probleem: alle door hun verzamelde gegevens zijn niet meer beheersbaar. Hun verzameldrang overtreft hun analysecapaciteit. Ze reiken verder dan ze kunnen grijpen. Zelfs een bedrijf als VISA heeft al enkele terabytes (duizenden gigabytes) aan transactiegegevens. Puur en alleen van hun credit cards. Kan je je voorstellen hoeveel gegevens je hebt als je alle crashes van Windows gaat loggen? Microsoft doet dat, ter analyse, en het is een berg gegevens die niet in één datacenter past.

De meeste mensen krijgen hun “Mijn Documenten” al nauwelijks op orde. Hoevaak heb je weleens een account gemaakt op de een of andere website, om er bij je registratiepoging achter te komen dat je er al één had? Volgens mij heb ik me wel drie keer bij bol.com geregistreerd. Zelfs dat kan ik al niet bijhouden.

Link to image: 'h7zhwmc7'

Bij alle bedrijven waar ik heb gewerkt bestond dit probleem. Archiefkasten vol zooi, dat is één. Harde schijven zijn nog veel erger. Mailboxen van ettelijke gigabytes, want er zal eens iets belangrijks in staan. Netwerkmappen vol ouwe rommel, want niemand weet wat het is of waar het toe doet. Dit zijn nog maar kleine voorbeelden. Hoeveel gegevens denk je dat Google wel niet heeft? “Big data” wordt “big bende”.

Nu wordt ook duidelijk waarom deze bedrijven op zoek zijn naar goede kunstmatige intelligentie. Er zit geen nobel doel achter, er komen geen Drie Wetten. De eindeloze bende die bestaat uit wat wij allemaal doen is niet meer te beheersen. Wat heb je aan al die gegevens als je er niks mee kan? Het digitale archief doet nu niet meer dan digitale stof vangen.

Wat zou het fijn zijn als er één interface was, één machine die je intelligente, menselijke vragen zou kunnen stellen over wat er allemaal te vinden is in die database. Welke patronen hebben we nog niet ontdekt? Wat valt er nog meer over mensen te leren?

Link to image: 'hh8g6v6p'

De massa’s data die nu al zijn verzameld leiden tot niet veel meer dan slimme “keyword”-bevindingen: mensen die op “dieet” en op “afvallen” zoeken hebben vast geen interesse in McDonalds voer. Of juist wel, want zo hou je de afvalindustrie èn de afvalindustrie in stand. De door Google gevonden patronen zijn nog wel te doorzien: Google voorspelt met succes de reistijd naar plaatsen waar ik vaker kom. De Amerikaanse keten Target kan al voorspellen of iemand zwanger is aan de hand van het koopgedrag. Maar daar houdt het wel mee op. Een simpel trucje met veel variatie, maar een simpel trucje blijft het. Ik kijk met hoop en vrees uit naar wat er nog meer mogelijk is als er ècht wat met al die data wordt gedaan.

Terrorisme wordt er namelijk niet mee bestreden. De twee knullen die in Boston de marathon om zeep hielpen werden niet opgepikt, terwijl ze al in de kijkers van de FBI waren. Er is in de Verenigde Staten elke twee weken wel een schietpartij op een school. Ook niks. Die vent die een bom in zijn schoenen had verstopt kwam ook gewoon aan boord. De tot dan toe verzamelde gegevens lieten keer op keer zien dat er wel degelijk aanleiding zou zijn geweest om zo iemand van straat te plukken. Maarja, achteraf.

Ook kinderpornonetwerken worden er niet mee opgerold. Dat gebeurt nog met name dankzij toeval, aangiftes van slachtoffers, nog meer toeval, ouderwets speurwerk en een snufje geluk. Er is volgens mij nog nooit een pedofiel gearresteerd omdat zijn Google-historie verdacht was.

Mensen zijn bovendien een beetje advertentie-moe. De klikratios van advertenties zijn al sinds de uitvinding er van belachelijk laag. Maar zelfs de beginnende internetter trapt er niet meer in. Zou kunstmatige intelligentie kunnen helpen voorspellen wat mensen ècht willen? Ik ben benieuwd: zou ik dan op een luie zondagavond een pizza-aanbieding van mijn lokale pizzaboer kunnen krijgen? Vòòr ik ze zelf Google?

Er zijn mogelijkheden genoeg. Zoeken op steekwoorden wordt ouderwets gepruts. Zelf ben ik niet zo bang voor de almachtige kunstmatige mens die in films altijd wordt afgeschilderd als de slechterik. Daar was Isaac Asimov beter in; een robot hoeft geen bad guy te zijn om een mooi verhaal te kunnen vertellen.

De hoop is dat die kunstmatige intelligentie ook een beetje fatsoen krijgt ingebouwd. Een gevoel voor privacy en zelfbeschikking. Dus wel: “wat doen twintigers graag op zondagavond?” maar niet: “hoe krijgen we Sander koopverslaafd?”

Link to image: 'hn3s5z9q'

Categorie: /me

Hoe hoort het eigenlijk?

Het is me toch wat. De samenleving vercomputert. Iedereen heeft laptops en tables en smartphones en buzzers en semafoons en wat al niet meer. We zijn zo digitaal bereikbaar dat we de post niet meer lezen. Volgens critici neemt de computer onze maatschappij zelfs over!

Ten einde raad zijn we maar “Steve Jobs”-scholen begonnen, waar gemeentes hun overtollige subsidie in kunnen storten. De jeugd is zo handig, en zo snel! Die mogen we de vercomputering niet onthouden. Maar het is niet allemaal een vooruitgang.

Ik ben het bijvoorbeeld niet gewend om bij de bakker brood te halen. Mijn moeder wel. “Doe maar een halfje fijn volkoren en een Waldkorn en vier van die tijgerbolletjes”. Ofzo. Ik sta bij de bakker: “ehhh, mag ik zo’n bruin brood? Met van die zaadjes er op?”. Idem dito bij de slager, maar daar durf ik al niet meer naar binnen. Want die kijkt zo streng. Een plakje worst zit er al helemaal niet meer in.

Er zijn nog mensen die je bloedserieus de weg gaan zitten wijzen als je ze ergens zal ontmoeten. “Mijn huis, dat is die-en-die straat, dan moet je linksaf de vorige straat en dan vijf/vierde de rotonde bla bla bla”. Niet nodig. Smartphone! Kom maar op met dat adres en ik vind het wel.

Zelf doe ik het ook. Zit ik bijvoorbeeld te chatten met een vriend. Ik moet gaan, dus laptop dicht en gesprek afsluiten: “We spreken later!”. Nergens voor nodig. De conversatie springt vlekkeloos over naar mijn telefoon, dus ik kan op mijn dooie akkertje tegen een lantaarnpaal aan lopen zonder ook maar één zin te missen.

Gauwain wilde mij laatst een super-fancy documentje laten zien dat hij in Google Drive had gebouwd. Overal extra code en mooie knopjes. Zeg maar een spreadsheet op EPO. Of ik een keer langs wilde komen. Prima, maar technisch gezien nergens voor nodig: er zit een “Share”-knop bij en dan heb ik datzelfde document, mèt knopjes en al, binnen vier seconden in mijn eigen Google Drive. Niet zo gezellig, maar het is wel handig.

Ook de gemeente moet nog wennen. Hun “digitale” loket is een kopietje van het echte loket. Formuliertje aanvragen, gegevens invullen, betalen, en wachten op de postbode. Stom. Negen van de tien keer vraag ik uittreksels aan omdat bedrijf X er per sé een kopietje van wilt hebben. Volgens mij zou het veel handiger zijn als ik desbetreffend bedrijf toestemming zou kunnen geven om bij de gemeente een digitaal kopietje op te halen. Laat ze maar lekker zelf bij de gemeente langs gaan! Wacht: het is digitaal. Laat ze maar lekker zelf inloggen. Gecombineerd met een Whatsappje: “Bedrijf Janboerenfluitje wil van u een VOG inzien inzake: nieuwe medewerker. Toestaan? Ja / Nee”.

Andersom: ik weet precies waar al mijn neefjes en nichtjes uit hangen. Want Facebook. Mijn tantes horen dat bij toeval als ze op de koffie komen. Een fenomeen overigens, wat ook al een beetje aan het uitsterven is. Op de koffie komen. Je nieuwsfeed refreshen bedoel je zeker!

Hoe je daar mee om moet gaan is nog een beetje een raadsel. Al komen er langzaam maar zeker wel gedragsregels rondom al de nieuwe dingen. Kijk, niemand pakt de telefoon nog op tijdens de film of tijdens een leuke date, maar weet jij hoe je om moet gaan met al die felicitaties op je Facebook bij je verjaardag? Het gaat zo: door de dag heen “negeer” je de berichtjes. Je bent jarig, en dus veel te druk met je leuke dag. Aan het eind van de dag, of het liefst de volgende dag, geef je elke felicitatie een like. Als een berichtje extra persoonlijk is, mag je reageren. Als kers op de taart post je nog even op je eigen Facebook: “Bedankt voor de felicitaties!”. Zo werkt dat.

Voor andere zaken is dat nog wat lastiger. Mijn mobiele telefoon gaat altijd mee. Is altijd aan. Je hoeft niet the whatsappen als je slaapt, maar is het netjes om mensen midden in de nacht berichtjes te sturen? Gok je er op dat ze het geluid uit hebben staan? Wat doe je als je met vrienden afspreekt? Ik maak tegenwoordig voor elk lullig dingetje een afspraak in Google. En die deel ik met die vrienden. Die klikken op “Yes” en dan weet ik dat ze komen. Maar wat als ze niet op Yes drukken? Is dat een punt? Is dat erg? Of kan ik ze nog gewoon vragen of ze komen?

Als je het mij vraagt zijn dit de soort dingen waarin social media (en andere online dingen) de komende jaren een beetje volwassen moeten worden. Ik ga niet zeggen dat alles dat uitgevonden kan worden al is uitgevonden, maar we zijn al een heel eind. Maar hoe er mee om te gaan, dàt is de vraag.

Meestal gaat het vanzelf. “Vroeger” bijvoorbeeld, kon je bij Facebook geen reactie onder een berichtje zetten. Als je dus iemand feliciteerde op zijn profiel, moest diegene terug naar jouw profiel en dan “dank je wel!” posten. Tegenwoordig kan je wel gewoon reageren, dus eigenlijk is het niet meer kies om toch eigenwijs terug te gaan naar iemands profiel en dáár te reageren. Ook screenshots maken van Snapchat foto’s is eigenlijk not done. Maar wat doe je met Facebook-events waar je niet heen wil? Of met chagrijnige twitteraars die je niet terug wilt volgen?

Ik heb nooit schrijver willen worden, maar misschien wordt het toch tijd. Een boekje “Netiquette 2.0″. Want immers, het woord “netiquette” is een oeroude maar lollige referentie naar etiquette en ergens “2.0″ achter plakken is ook super hip.

Ik zeg: binnenkort in jouw favoriete e-book store!

Categorie: /me

Het nieuwere rijden

Als gelukkige bezitter van een lease-wagen heb ik een moderne auto onder mijn bips. Zoals dat gaat bij die dingen is het belangrijk om een zuinige auto uit te kiezen. Hoe minder uitstoot, hoe minder bijtelling.

Fabrikanten spelen daar handig op in door hun auto’s zo zuinig mogelijk uit de test te laten komen. De auto wordt zo licht mogelijk gemaakt, de motor wordt kleiner en kleiner, en zelfs tijdens de test wordt gesmokkeld. Radio uit, koplampen uit, airco uit en spiegels ingeklapt. Niemand rijdt zo, maar de auto wordt er “zuinig” van.

Als je vervolgens echt gaat rijden met een ‘zuinige’ auto merk je al vlug dat-ie lang niet zo zuinig is. Als je gas geeft bijvoorbeeld. Het verbruik schiet omhoog naar 1 op 10 of zelfs 1 op 5 om het gewenste tempo maar vol te houden. Mocht je daadwerkelijk 1 op 27 willen rijden (mijn lease-auto schijnt dat te kunnen) moet je een route over de snelweg zoeken die heuvel af gaat, om vervolgens 83 te rijden. Tja, zo ken ik er nog wel een paar.

Om bestuurders te bewegen zuinig te rijden zijn er allerlei eco-metertjes bedacht die op je dashboard laten zie hoe goed je rijdt. Die van mij bijvoorbeeld kleurt van groen naar rood al naar gelang je rijgedrag. Een goede motivator, ware het niet dat-ie donkerrood kleurt als je sneller rijdt dan 110 km/u. Ook krijg je schakeltips. In het dashboard komt een klein pijltje omhoog of omlaag in beeld, al naar gelang de gewenste schakelrichting. Speelde je vroeger al met vrachtwagentjes is het opvolgen van die instructies een blast to the past.

Gelukkig zijn er technischer, maar leukere methodes om je rijgedrag in kaart te brengen en te verbeteren: OBD-II. Dat staat voor OnBoard Diagnostics. Het is een standaard waarmee het mogelijk is de zogenaamde “foutcodes” uit te lezen die een auto genereert. Moderne auto’s zitten namelijk zo tjokvol sensoren en metertjes (honderden!) dat het makkelijker is om je te laten vertellen wat er fout is, dan zelf te gaan zoeken. De meeste auto’s van na 1996 hebben ergens een OBD-II plugje verstopt zitten. Vaak zit-ie onder het stuur gepropt.

Op het internet kan je stekkertjes vinden die precies in dat plugje passen. Die kan je weer aan je telefoon knopen, en als dat gelukt is kan je live al die sensoren in je voiture uitlezen met je telefoon. En dan zie je pas of je zuinig rijdt. Kijk maar eens naar dit voorbeeld. Bij een snelheid van 135 km/u (foei Sander!) is mijn CO2-uitstoot zo’n 160 gram per kilometer. Ruim boven de fabrieksindicatie van minder dan 92 gram per kilometer.

Link to image: 'drg6e'

Ik rij in een diesel. Dieselauto’s zijn niet heel erg zuinig als de motor koud is. Dan moet er flink gestookt worden om de auto in beweging te krijgen. Niet zo gek dat diezelfde motor bij de eerder genoemde fabriekstest altijd eerst wordt warm gemaakt. Letterlijk: de testruimte is dertig graden Celcius. Kom ik aan:

Link to image: 'cvb0g'

Wat je hier mee bevestigt is eigenlijk ouwe koek. Goh, zuinig rijden doe je door rustig op te trekken en niet te hard te rijden! Sjonge, wie had gedacht dat 135 km/u rijden bijzonder veel fijnstof-uitstoot oplevert! Maar het is wel tof, en een beetje (heel erg) nerdy.

OBD-II is eigenlijk bedoeld voor het uitlezen van foutcodes. Het maken van dit soort grafiekjes kan dankzij allemaal extra informatie van de boordcomputer. Die is toch bezig, en spuugt dit ook uit. Leuk om mee te spelen.

Ergens is het wel jammer. Doe je een beetje je best, kom je nog nauwelijks in de buurt van de fabrieksopgave. Er was laatst een leasemaatschappij die hetzelfde concludeerde. Al die zuinige auto’s zijn lang zo zuinig niet. Als je al een beetje pittig rijdt scheur je al dwars door de ozonlaag heen.

Maar los van dat al is het leukste van zo’n OBD-stekkertje in je telefoon toch wel dat je interessant kan doen bij de garage.


"Ik had al gezien dat sensor XB-1291-A onderin sectie 17D een beetje moeilijk deed"

Categorie: /me

Het laatste taboe

Zeg het maar. Wat is het laatste taboe? Seks? Met zweepjes? Iets met billetjes? Seks met iemand van je eigen geslacht? Niet weten of je je fijner voelt als meisje of als jongen? Of allebei? Misschien iets dichter bij huis zoals neuspeuteren, of windjes laten in de auto als er toch niemand naast zit? Er blijft niet veel meer over. Of mijn fantasie is te braaf. Tenzij…

Link to image: 'd2dfr'

Het ziet er niet bijzonder uit. De bovenstaande foto is maar een doodgewone bankpas. Behalve dan dat-ie is doorgeknipt. Dat zie je minder vaak. Vandaag is het een mooi bruggetje naar één van de laatste taboes die er zijn. Geld.

Geld is moeilijk. We vertellen elkaar niet graag hoeveel we verdienen. Of we schulden hebben. Hoeveel schuld we dan wel niet hebben. Mijn salarisstrookjes bijvoorbeeld zijn “geheim”. Je mag alles van me weten, behalve mijn pincode en mijn banksaldo.

Weet jij van je vrienden wat ze verdienen? Hoeveel geld ze kunnen sparen? Dure hobbies en boodschappenbudgetten? Of ze in de min staan? Waarschijnlijk niet. Dat is toch “privé”.

Dat is op zich niet erg. Gevoelens van jaloezie of juist schuld komen gauw bovendrijven; zeker als je het nooit over geld hebt. Want dan voel je je maar vervelend, of een beetje stom omdat je meer verdient. Enfin, dat is een cirkeltje dat mooi rond gaat. We praten er niet over, dus hebben we het er niet over.

Vandaag doe ik eens gek. Ik breek met dit rare taboe. Ik kom bekennen dat ik een schuld had. Ik stond namelijk rood. Bij de ABN-Amro. En niet zo zuinig ook. Op 1 januari van dit jaar stond ik nog € 4300,- bij ze in het krijt. Dat is een behoorlijke smak geld. Daar koop je een hele leuke computer van. Zoals die flitsende nieuwe prullenbak van Apple.

Vorige week heb ik de laatste centen over gemaakt. De rekening is weer leeg! Een veer in mijn eigen bips!

Gek is dat toch. Aan het begin van dit jaar was dit toch wel mijn grootste geheim. “Hallo, mijn naam is Sander, en ik sta rood”. Alsof je lid bent van de Anonieme Schuldenaars. Terwijl de meeste mensen er vroeg of laat tegenaan lopen. Je gebruikt je creditcard te makkelijk, je kan niet rondkomen of je hebt een grote aanschaf gedaan. Moeten we daar allemaal geheimzinnig over doen?

Ik zou graag dapper willen voorstellen dat we het allemaal over geld gingen hebben. Jort Kelder is al begonnen. Nu wij nog. Wat verdien je? Wat betaal je voor dingen? Wat kost een hypotheek nou? Studieschulden, wie heeft de grootste? Leg hem maar op tafel, dan gaat de lat er langs!

Zo makkelijk is het niet. Ook niet voor mij. Is het jullie opgevallen dat ik vertel hoe ik er voor stond, en niet hoe ik er voor sta? Dat is nog een beetje een brug te ver. Maar we komen er wel.

Ik wacht op de dag dat we allemaal eerlijk en open over geld kunnen praten. Zonder opschepperij of neerbuigen. Gewoon, geld. Dat we het niet meer over het weer hebben, maar over geld. Over salarissen en bonussen. Over belastingen en spullen kopen op Marktplaats. Over droomreizen en Bonus-aanbiedingen. Volgens mij zou iedereen beter af zijn. Ik ga mijn best doen. Doen jullie mee?

Categorie: /me

“Wachtwoorden zijn dood”

Of in het Engels, “passwords are dead”. Aldus een hoge dame bij Google, die dat beweerde in een interview. Goede alternatieven echter, zijn er nog niet.

We gaan even terug in de tijd. Twee maanden om precies te zijn. Uw allerliefste schrijver, moi, moest weer eens aandacht en besloot een nieuw Twitter-account aan te maken. @sanderdorigo. Kek plaatje er op en lullen maar. Omdat wachtwoorden dood zijn (ik ben heel modern) besluit ik ook “two-factor-authentication” aan te zetten. Een superhippe login-methode waarmee het verlies van je wachtwoord niet betekent dat je ook je account kwijt raakt. Je koppelt je Twitter-account aan je telefoon, en als je wil inloggen moet je eerst op je telefoon zeggen dat dat mag. Heel fancy en cool enzo.

Het ging prima. Tot drie weken terug. Ik wist mijn telefoon dusdanig te vernachelen dat-ie een reset nodig had. Alles er af. Helemaal leeg en schoon. Gelukkig had ik van alles een backup. Behalve.. juist. Behalve van mijn Twitter-gegevens.

Het wachtwoord had ik nog wel. Maar ik probeerde in te loggen, en toen kreeg ik dit voor mijn neus:

Link to image: 'ak900'

Kortom. Op mijn telefoon inloggen werkt niet. Ik moet eerst op Twitter.com toestemming geven (aan mezelf). Op Twitter.com kreeg ik echter deze mooie foutmelding:

Link to image: 'c5wav'

Volgens Twitter.com moest ik eerst maar eens inloggen op mijn telefoon. Dan pas mocht ik er bij.

Oftewel, ik was goed de pineut. Want de ene verwijst naar de andere verwijst naar de ene. De slimme lezer die nu verwijst naar de “backup code” heeft niet opgelet: die staat ook in de Twitter-app. Handig he!

Nou, probeer je daar maar eens uit te lullen bij de Twitter-helpdesk. Sowieso verdient het die naam niet. Twitter heeft ongelofelijk veel gebruikers, dus ook ongelofelijk veel onhandige gebruikers, en maakt het je zo moeilijk mogelijk om daadwerkelijk contact te zoeken met de helpdesk. Formuliertjes lopen dood, de “zelf-hulp” geeft de verkeerde antwoorden en overal staat precies niet wat ik nodig had. Ik zat echt volkomen vast.

Op een obscure plaats echter wist ik een contact-adres te vinden. Dus ik mailen. Dat gesprek (over een periode van een week, zo snel waren ze) ging zo:

  • Ik
        Hoi, ik kan niet inloggen en ik ben nergens ingelogd. Backup code kwijt.
  • Twitter
        Reageer op dit mailtje om te bewijzen dat het jouw e-mailadres is.
  • Ik
        Eh.. ok. Hoi! Ik ben het!
  • Twitter
        Reageer op dit mailtje om te bewijzen dat het jouw e-mailadres is.
  • Ik
        Ik ben het! Dat zei ik net!
  • Twitter
        Oh ja. Nou, ga maar naar Twitter en pak daar de backup code.
  • Ik
        Maar die heb ik niet meer! Ik ben nergens ingelogd!
  • Twitter
        En op je telefoon?
  • Ik
        Wat snap je niet aan “nergens”?
  • Twitter
         Haha. Nou, stuur me dan maar een tweet om te bewijzen dat jij het bent.
  • Ik
        Ik. Ben. Nergens. Ingelogd. Dus. Kan. Ook. Niet. Tweeten. :(
  • Twitter
        Oh. Probeer maar in te loggen, dat kunnen we zien, en dan weten we dat jij het bent.
  • Ik
        Ok done!
  • Twitter
        Wat is je Twitter-gebruikersnaam?
  • Ik
        ARG! @sanderdorigo
  • Twitter
        Oh ja, dat staat trouwens ook in mijn schermpje. Nou ja, je kan er weer bij!

Wachtwoorden zijn dood. Daar wil ik nog wel in mee. Maar de opvolger van wachtwoorden, “two-factor-auth”, is er nog niet helemaal klaar voor. Het idee is prachtig hoor; dat je iets wat je weet (je wachtwoord) combineert met iets dat je hebt (je telefoon). Maar bij Twitter’s implementatie is het bijzonder gemakkelijk om tussen de wal en het schip terecht te komen: je mag niet inloggen via je telefoon, want je moet op de website toestemming geven, èn je mag niet op de website inloggen want je moet eerst toestemming geven via je telefoon.

Link to image: 'as4f0'

Ik blijf het voorlopig gewoon met wachtwoorden doen. Die nieuwerwetse fratsen mogen wachten tot het echt werkt. En de helpdesk van Twitter, daar wil ik nooit meer iets mee te maken hebben.

Het zinkende schip

Het zal ook eens niet. Voor de tweede keer in een half jaar tijd verhoogt PostNL de prijzen van de postzegels. Want tja, mensen schrijven minder brieven, en het bezorgen van minder brieven kost meer geld. Waardoor mensen minder brieven schrijven, waardoor het bezorgen nog meer geld kost. Dus, mensen… afijn, ik denk dat je weet waar ik heen wil.

PostNL is niet het eerste en zeker niet het laatste bedrijf dat zijn verdienmodel en/of zijn markt als sneeuw voor de zon ziet verdwijnen. KPN, en de complete mondiale entertainmentindustrie gingen PostNL al voor. Mensen vinden wat nieuws, zien dat het oneindig veel beter is dan het oude en kappen er mee. Ze stappen over.

Het aandeel van KPN, 2008-heden.
Het aandeel van KPN, 2008-heden.

KPN verloor haar markt aan mobiel internet. Toen je nog alleen maar kon bellen stroomde het geld binnen. Gewichtig aandoende verbouwingen zoals Operatie Decibel waren nodig om de bellers van hun verbinding te voorzien. Ook de mobiele telefoon leverde in eerste instantie goudgeld op. Zeker dankzij het fenomeen smsen, een per ongeluk uitgevonden handigheidje dat eigenlijk bedoeld was voor geautomatiseerde communicatie.

Na de komst van internet op de mobiel ging het mis. E-mail op de telefoon werd hem niet als concurrent van de melkkoe SMS, en ook de merkspecifieke oplossingen (‘pingen’ op je Blackberry) waren geen succes. Chat-applicaties zoals MSN, Google Talk en vele anderen konden ook mobiel gebruikt worden maar ze maakten geen schijn van kans tegen de “sms-over-internet” oplossingen. De bekendste is wel WhatsApp.

Als je je beseft dat we het hier over een periode van zo’n twintig (!) jaar hebben valt moeilijk te bevatten dat KPN al die tijd zo de plank heeft misgeslagen. Ze zijn nota bene zelf aanbieder van digitaal internet. Maar gelukkig is KPN niet alleen. Een schrale troost.

Al in de brugklas kocht ik van klasgenootjes Twilight-CD’s. CD’s voor in de computer, propvol met illegale software en games. Ook muziek werd hevig uitgewisseld. De nieuwste 2x cd-branders deden er maar een half uur over om een cd te branden! Na de opkomst van het internet en Napster gingen alle remmen los. Dat is een verhaal dat ik hier niet hoef te herhalen. De entertainmentindustrie weet zich er geen raad mee. Zelfs platenlabels als Ministry of Sound kunnen er geen fluit mee. Recentelijk klaagden zij Spotify aan omdat (jawel) gebruikers in staat waren zelf compilatie-cd’s te maken. Ja echt.

Link to image: 'cvwpv'

Na KPN, alle platenmaatschappijen ooit, de krant, PostNL, heel Hollywood en Kodak (de oorspronkelijke uitvinders van de digitale camera) zijn bijna alle oude merken van vroeger omgevallen (of staan op het punt) dankzij nieuwe markten en gemiste kansen.

Alle merken? Neen! Eén bijzonder merk blijft moedig weerstand bieden aan de overweldigers en maakte het leven van de internet-piraten niet gemakkelijk…

Link to image: 'cgk6u'

Porno! Jawel! Tieten! Piemels! En alles daartussen en daar in. De porno-industrie is eigenlijk de enige industrie die digitale revolutie overleeft. Niet omdat iedereen porno kijkt. Nou ja, ook daarom. Je kent misschien wel het verhaal van de Betamax. Ze “verloren” van VHS (de videoband zoals we die kennen) omdat porno op VHS uit kwam. Schijnt. Ook HD-DVD verloor op die manier van BluRay. Schijnt.

Pornoproducenten zijn simpelweg de enigen die het goed aanpakken. Producenten zoals Private steken geld in 3D-films, holografische technieken, interactieve porno (ja echt) en vooral: het internet. Beveiligde internetverbinding voor internet-aankopen? De porno-industrie was je voor. Filmpje kijken op Youtube? De porno-industrie was je voor. Philips CD-i? De porno-industrie was je voor. Zelfs live uitzendingen via internet, waar de NOS nu stoer mee doet, worden al jaren door de porno-industrie aangeboden.

Het is geen toeval dat gratis porno-sites vooral veel korte filmpjes in hun collectie hebben. De lange versie mag je kopen. Of streamen. Voor geld. De porno-industrie is er eentje die actief hun materiaal beschermt (haha condooms haha), gratis filmpjes verspreidt en niet aarzelt een nieuw gat in de markt te boren. Zij zagen het internet als kans, niet als bedreiging.

Maar genoeg woordgrapjes. PostNL kan nog wat van ze leren. Voorbeelden te over. Wat wil de klant? Dan maken we dat. Van voetfetish tot zweepjesfeest; de porno-industrie zag, u kwam, en zij overwonnen.

Dan PostNL. De koekerts. Jarenlang moest ieder bedrijf zelf uitvogelen hoe ze een e-mail nieuwsbrief konden versturen. Pas sinds een paar weken komt PostNL met reclames waarin ze precies dat aanbieden. 13 jaar te laat.

Waarom bieden internetproviders e-mail aan, en niet PostNL? Hadden die daar niet de perfecte gelegenheid voor?

Gewichtige formulieren moet ik printen, tekenen en opsturen. Digitale handtekeningen bestaan al jaren. Waarom kan dat niet digitaal, PostNL? Jullie zijn de ideale tussenpersoon.

Daar staat de porno-industrie tegenover. Toen ze het internet eenmaal overleefd hadden stond een nieuwe bedreiging op: amateurfilmpjes. Mensen die hun eigen seks (al dan niet met instemming van alle partners) online zetten. Is bijzonder populair. Het zijn slechte camera-shots, maar er is geen overdreven gekreun of neptieten als ballonnen. Het is gewoon seks.

Dus wat doet de porno-industrie? Die gooiden al hun dure 3D-camera’s in de prullenbak, alle licht-installaties gingen op eBay en ze verhuurden hun studio’s aan enthousiaste Filmacademie-hipsters. Ze zijn zelf “amateur”-porno gaan maken. Want blijkbaar werkt het. Tegenwoordig, bij monde van de studio’s zelf, is 80% van de amateurporno gemaakt door professionele acteurs. De overgebleven 20% is ‘echt’. Maar je kan je eigen beelden naar ze opsturen. Als je toestemming hebt van alle deelnemers. Ze zetten het online, zorgen voor de verspreiding en je krijgt een royaal deel van de inkomsten. Win-win!

Terug bij PostNL. Zouden die zoiets kunnen doen? Niet de porno, maar de houding? Ik denk het niet. Niks er van. Geen nieuwerwetse fratsen. In plaats daarvan brengen ze nieuwe postzegels uit. Van het Vredespaleis. 15 cent duurder, en geen hond die er om geeft.

Ik verwacht ze binnenkort op Marktplaats. Te koop: PostNL. Veelgebruikt maar niet versleten. Enige gebruiksschade. Vijftig euro. Zelf ophalen.

Categorie: /me

Zwemles

Social media stress is een ding. Ik geloofde dat eerst niet. In de categorie “de computer kan ook uit!” bedacht ik me al vrij snel “de notificaties kunnen uit!”. Hoewel ik het net net zo interessant als ieder ander vind hoeveel likes mijn uitermate guitige berichten krijgen besloot ik al vrij vlot om me daar niet door te laten opjagen. Nu mijn telefoon niet meer jengelt voor elke Google+ update kijk ik wanneer ik er aan denk. Opvallend weinig, bleek.

Notificaties kunnen uit; mail kan door de voorsortering en als je bureaublad een rommeltje is is dat echt je eigen schuld. We hebben de digitale middelen, maar nog niet echt de kennis.

Bedenk je maar eens. De bestekla is gemeengoed in elke keuken. Ik ben nog nooit bij iemand thuis geweest die niet iets had georganiseerd voor alle messen en vorken en lepels en champignonborstels die ze in huis hadden gehaald. Er is altijd wel een laatje, of een tonnetje, of zo’n hippe magnetische strip aan de muur. Niemand kwakt het zomaar in een kastje.

Reistijd kunnen we allemaal plannen. Agenda’s liggen tien hoog bij de V&D op de plank. We spreken af, reizen, leven en werken. Alles netjes, alles op zijn plek. Boek op het nachtkastje, sleutels aan een haakje. Tegelijkertijd worstelen we ons door een digitale maalstroom heen die zijn weerga niet kent. Updates en chats, pings en mailtjes: het komt van alle kanten op ons af bulderen.

Ik ben al eerder begonnen over het feit dat heel veel mensen géén idee hebben waar het allemaal over gaat, die digitale onzin. Aarzelend lezen ze hun mail; ik ken iemand die denkt dat de mail rond de lunch allemaal binnen komt. Behalve op zondag. Want dan is digitale postbode ook vrij. Mijn moeder bijvoorbeeld begint niet aan Facebook of Twitter. Is niet erg. Ze weet ongeveer wat het is, het interesseert haar gewoon geen bal. Dat zouden meer mensen moeten doen.

Misschien moeten we eens een cursusje beginnen. Een soort schoolzwemmen voor de digitale zee. Met diploma’s en afzwemmen en rillend langs de waterkant staan. Eerst maar eens leren e-mailen. Geloof het of niet, ik ken genoeg mensen die er geen fluit van bakken. Voorbeeld: het vergeten bij te voegen van de bijlage. Dat is één. Lukt mij ook regelmatig. Maar twéé. Is het nodig om dan “BIJLAGE????” terug te gaan mailen? Brullen we ook zo bij de McDonalds? “RIETJE????”

Dat wordt een onderdeel van zwemdiploma A. Fatsoenlijk kunnen e-mailen. Wat ook een onderdeel is, is dat je een maand lang je vrienden niet lastig valt met “like en win!”-acties op Facebook en dat je op Twitter zelf wat te melden hebt, en niet alleen maar anderen zit te retweeten.

Voor zwemdiploma B moet je je telefoon zo instellen dat-ie je locatie niet deelt met jan-en-alleman. Hij mag alleen ‘s ochtends en ‘s avonds pingelen dat je een nieuwe chat hebt en in gezelschap moet je hem laten liggen als hij piept. Vooral die laatste wordt lastig. Is niet erg; veel mensen komen met zwemmen al niet verder dan diploma A.

Vroeger was er zwemdiploma C. Daarna werd het “basis”. Ook mijn cursusje heeft een “basisdiploma”. Die krijg je als je je computer uit zet, de telefoon pakt, en gewoon eens een uurtje gaat bellen met je vrienden. Bonus als het handsfree is.

Categorie: /me

Iedereen internet

De hele wereld aan het internet. Een nobel plan waar Google al een tijdje aan werkt. Nu komen ook Facebook, Nokia en Samsung met het voornemen om iedereen van internet te voorzien. Maar is het misschien niet handig om eerst iedereen van eten te voorzien? Of van schoon drinkwater?

Ik ben er nog niet helemaal uit.

Aan de ene kant: kennis is macht. Kennis over de Grote Leider die een klein dictatortje blijkt te zijn. Kennis over het destilleren van water, het verbouwen van voedsel, de beste prijs voor je koffiebonen, waarom condooms een goed idee zijn. Met kennis en informatie van de wereld om je heen breek je door de bubbel heen die slimmere mensen hebben geblazen. Voor sommige Grote Leiders is het erg prettig dat de bevolking dom gehouden wordt. Liever géén ontwikkelingshulp en gratis naar school. Werken en luisteren, dat zul je. Ook veel religieuze leiders zijn dankbaar voor de kritiekloze houding van hun gelovigen. Waarom denk je dat elke sekte hun leden afsluit van de buitenwereld? Je moet niet willen dat ze wijs worden!

Maar aan de andere kant. Serieus; internet? Ik snap het hoor. Al die arme Ethiopiërs zonder Instagram. Waar moeten ze nu hun bakje rijst op sharen? Of de statusupdates hun vrienden liken? Ik weet al niet meer goed wat ik deed voor ik me door mijn e-mail worstelde ‘s ochtends. Plaatjes van katten, auto-ongelukken en eindeloze discussies over wel-of-niet genetisch gemanipuleerd voedsel. Ik kan me voorstellen dat ze in de jungle van Zuid-Amerika niet kunnen wachten tot ze daar aan mee kunnen doen. Internet! Met porno en virussen en Facebook!

In Nederland worden zielige honden en katten massaal gered van een eenzame asieldood. Dat terwijl 8.7% van de huishoudens onder de armoedegrens leeft. Oxfam Novib harkte vorig jaar 28 miljoen euro aan subsidies binnen terwijl er in Nederland 17.000 mensen dakloos zijn. Sluit het ene het andere niet uit? Of juist wel? Zouden we niet eerst voor onszelf zorgen voordat we kittens uit de plomp vissen?

Die vraag rijst ook een beetje bij dit hele internet-verhaal. Leuk hoor, allemaal internet. Maar zouden we niet eerst malaria bestrijden? De cholera-epidemie op Haïti een kopje kleiner maken? Internet is misschien wel een klein beetje een luxe-probleem als je dagelijkse beslommeringen draaien om “wel of niet eten vandaag”. Al je geld uitgeven aan champagne voor bij oud & nieuw terwijl je al een week oud brood met pindakaas eet. Prioriteiten mensen!

Ook op milieugebied zie je dergelijke miskleunen. De gloeilamp is verboten en we moeten allemaal aan de ledlamp. Hoeveel gaat dat schelen? De Nederlandse consument gebruikt maar 15% van het energie-aanbod. Heeft het dan nog zin om een spaarlamp in de kelder op te hangen? Wat schiet het milieu er mee op dat we allemaal in een hybride rijden, als vrachtwagens het krap vier kilometer uithouden op een litertje diesel? We schaven op millimeters.

Maar noch met het milieu, noch met ontwikkelingshulp (dat is het) is het zo simpel. We kunnen moeilijk allemaal met een tas vol vaccins naar Afrika vliegen. Er over klagen schiet ook niet op. Iedereen moet doen wat-ie kan.

Google is nou eenmaal een expert op het gebied van internet en technologie. Zo ook Samsung, Nokia en Facebook. De wereld wordt steeds kleiner en dat is maar goed ook. Maar voor we de hele wereld opzadelen met Facebook-accounts en targeted advertising, zou het misschien een idee zijn dat we ze eerst van brood voorzien? De spelen komen daarna wel.

Generatiekloof

Mooi nieuws weer. Voor het luttele bedrag van 11.000 euro kan je veertien dagen op training om meer te leren over: social media. Jawel. Het is een koopje eigenlijk, want je leert ook iets over de effecten van social media. Echt hè.

De oudere generatie begrijpt de jongere niet. Niet echt nieuw. Geen generatie kan iets met zijn kinderen. Zelden kan een puber door één deur met zijn ouders. Vraag het iedereen boven de dertien. Snap jij je ouders? Het antwoord is waarschijnlijk nee. Ook de overheid heeft nog nooit iets van de jeugd begrepen. Hippies, krakers, neo-nazi’s of bontkraagjes; ze kunnen er niks mee. Niets werkt. Trapveldjes en straatcoaches, paniekerig organiseren gemeentes en het Rijk achter de feiten aan.

Niemand snapt de jeugd. Dat is van alle tijden. Niet zo gek ook. Denken we eindelijk alles op een rijtje te hebben. Huisje boompje beestje. Komt me daar een nieuwe generatie die dat allemaal nog moet leren, die van die stomme fouten maakt. Fouten die wij allang niet meer maken. Wat moet je dáár nou weer mee? We stoppen er speelgoed en mobiele telefoons in en hopen dat ze ophouden met het doen van domme dingen.

Nieuw is de opkomst van social media. En ze zijn zo vlug met computers! Tja. Bekend is het verschijnsel dat kinderen nieuwe talen zo snel oppikken. Elk tweetalig gezin kan er over meepraten. Letterlijk: de kinderen babbelen wel mee. Of het nou Nederlands, Turks, Spaans of Engels is. Geen verrassing toch dat dat grut computers ook “snapt”?

Dan is er ook altijd wel een rage. Knikkers is een beetje van alle tijden. Maar welke ouder snapte dat zijn kind chipszakken opentrok op zoek naar flippo’s? Of de hele dag over Pokémon zat te praten? Zelfs ik begreep daar niks van. Maar ik was als kind dan ook verre van hip.

Social media zijn een blijvertje. Kompjoeters en al die andere technische nonsens beginnen nu wel een plekje te krijgen in onze maatschappij. Kinderen weten niet beter. Die klikken zich een ongeluk terwijl de oudjes nog op zoek zijn naar de Start-knop. Waren die mooi de pineut toen Microsoft hem weghaalde uit Windows 8. Gelukkig komt-ie terug. Nostalgie.

Maar om terug te komen op mijn punt. Nu is het “de social media” die door de oudere generatie begrepen moet worden. Gaat hem niet worden. Lost helemaal niks op. Mijn vader kon een aardig potje knikkeren en mijn moeder ging “gaaf” en “tof” zeggen. Wij gauw op zoek naar wat anders. Begonnen we “stoer” te roepen en met flippo’s te spelen. Terug bij af. Want het was toch wel ons ding. Niet dat van onze ouders. Pro-tip: wil je je kinderen van een wel bijzonder stompzinnige rage afhelpen? Ga dan meedoen. Draag je broek op half zeven. Laat de sticker op je petje zitten. Luister naar de top-40 en doe alsof je het mooi vindt. Wordt lid van Facebook. Dan zijn ze er zo van genezen.

Dat laatste gebeurt al. Facebook wordt ironisch “Mombook” genoemd. Papa’s en mama’s ontdekken het ook en dan is het niet meer leuk. Geen wonder dat Facebook Instagram heeft gekocht en Yahoo! de nieuwe eigenaar is van Tumblr. Goeie deal. Facebook is niet meer leuk. Want onze ouders zitten er ook.

Dat overheden nu een inhaalslag proberen te maken is per definitie een verloren zaak. Zodra de ouders er vat op krijgen komt er wat nieuws. Dat is het hele punt. Daar hoef je geen opleiding “jongerenwerker” voor te volgen. Het volgende “project X”-feestje wordt op Instagram aangekondigd. Of op een nog heel andere website. Zijn we weer terug bij af. Nieuwe cursus!

We doen alsof het nieuw is, maar dat is het niet. Oude wijn in nieuwe zakken. Ouders snappen hun kinderen niet, pubers rebelleren en de overheid strompelt er blind achteraan. Ondertussen vullen slimme mensen er hun zakken mee. De twintigers en dertigers die precies tussen de generatiekloof in hangen. Die hebben genoeg verstand van social media en kunnen zich hun eigen jeugd nog herinneren. Cursusje hier, workshopje daar. Win-win.

Als ik niet zo cynisch was had ik mijn eerste miljoen al binnen.