Rusteloos. Dàt ben ik. Ik heb eindelijk het goede woord gevonden. Ik ben niet depressief, niet neerslachtig of verdrietig, ik ben rusteloos.
Vraag me niet wat het betekent. Ja, ik kan het voor je opzoeken maar daarmee weet je niet wat ik bedoel. Misschien weet je wat ik bedoel als ik wijs op de tijd dat ik dit post. Na één uur, op een zondagavond. Ik had de laptop al afgesloten, ik SMS nog wat met Suzanne en ik ga nog even lezen. Voor ik het weet sta ik weer naast mijn bed, klaarwakker.
De oorzaak is duidelijk. Ik ben het. Nee, niet het overlijden van mijn vader verrassend genoeg. Ik ben het. En hoe kan het ook anders? Ik blijk maar druk. Twee dagen na de begrafenis start ik met een nieuw project op school. Ik blijf gewoon werken, en ik ga ook gewoon uit. Zou ik het niet rustiger aan doen, zoals zoveel mensen me aanraden?
Toch is het niet het tempo waarmee ik doorga (al plan ik veel te vaak dingen dubbel, ik moet mijn agenda bij me gaan dragen) dat er voor zorgt dat ik nu wakker ben. Ik moet mijn ei kwijt. Maar ik weet niet wat het is, en waar ik het moet laten. Om de een of andere reden knaagt er iets, en dat deed het eigenlijk al voor mijn vader overleed. Misschien herinner je je het nog.
Voor de mensen die zich zorgen om mij maken; dat hoeft niet. Althans, niet om de meest voor de hand liggende reden. Ik moet gewoon een x wat anders gaan doen. Eerst het gat op mijn rekening dichtplamuren, want bepaalde gewoontes ben ik nog steeds niet verleerd. Maar daarna gaan we het anders doen. Misschien wordt het enige verschil dat ik wat verder moet lopen naar school, maar toch. Iets :-).