Competentiegericht onderwijs

En nu ik terug ben van vakantie, kan ik dit natuurlijk ook wel posten. Het vervolg op Het geniale semester model.


Het is helemaal hip tegenwoordig. We toetsen onze studenten niet meer met tentamens en proefwerken. Nee, we laten ze de competenties uit de “praktijk” (denk hier maar even vierhonderd haakjes omheen) bewijzen met het werk uit projecten en opdrachten. Daardoor zijn ze beter in staat om de opgedane kennis te plaatsen en zijn ze gemotiveerder om hun werk te doen.

Dit systeem werkt, net als het semester model voor geen meter. En de combinatie van die twee is dodelijk, kan je je misschien wel voorstellen.

Een competentie is een skill die je bezit. “Planmatig werken”, of “Adviseren” zijn twee voorbeelden. Bij die competenties horen een aantal indicatoren, die (vak)specifiek handvaten geven om de competentie aan te tonen. Een voorbeeld voor de competentie Bouwen en Testen van het semester dat ik zojuist heb gevolgt. Het vak is Webtechnology.

De kandidaat is in staat om manieren te benoemen en te realiseren om vanaf een client te communiceren met de server, daarbij rekening houdend met de user experience.

Nou nou nou, wat zou daar het bewijsmateriaal voor zijn? Een AJAX-scriptje of een POST-formuliertje? Zoiets inderdaad. Maar dat is niet bewijzen. Je moet, zoals dat heet, “bewust bekwaam” zijn om een indicator aan te tonen. Neem bijvoorbeeld deze indicator voor de competentie samenwerken:

De student kan de interactie binnen de groep beschrijven met onderbouwing van theorie.

De bedoeling van deze indicator is uiteraard om groepsgenoten te laten ondervinden wat het is om in een groep samen te werken en aan een product te knutselen. Maar wat nou, als je deze indicator moet bewijzen?

Stel, we nemen een projectgenoot. We gaan het eens over hem hebben. In de groep zijn nog weleens conflicten over de manier van werken, en consequent heeft deze groepsgenoot (laten we hem Jan noemen) een andere mening. Overigens, dit verhaaltje gaat niet over mijn vorige projectgroep voor CRIA, mochten mensen meelezen. Jan vind dat hij veel ervaring heeft met de stof. Hij heeft aleens op een hogere opleiding gezeten en is nu terug op het HBO, om de een of andere duistere reden. Jan vindt dat hij altijd gelijk heeft.

Neem nou een discussie over hoe een applicatie moet reageren op nieuwe gebruikers. Uit de usabilitytest bleek dat gebruikers niet in staat waren om de eerste tool goed te gebruiken. Ze klikten ermee, terwijl je moet slepen. Resultaat: onduidelijkheid en verwarring. Dan zijn er twee oplossingen. Jan’s Geniale Fix, en de goede oplossing. Hierover discussieren met Jan heeft geen resultaat, want de hele groep is het jammergenoeg met hem oneens. Dat resulteert in gesprekken die ongeveer zo gaan:

- Jan, volgens mij is dit de beste oplossing.
— Volgens mij is het wel een goed idee om het anders te doen.
- Ja ok, maar dat lost niks op, de verwarring blijft. Ik stel voor dat we het op mijn manier doen.
— Maar we zouden ook [herhaal de oplossing]
- Dat snap ik, maar ik, en de groep met me, denken dat dat niet zo functioneel zal zijn als mijn oplossing.
— Als we nou eens [herhaal oplossing]?
- Neehee, dat doen we niet.
— *wegloopt*

Je snapt natuurlijk wel dat dat niet zo constructief is. Onze oplossing komt er, en de gebruikers zijn tevreden. Maar het onderwerp blijft hangen, en op elk moment dat een gebruiker eventueel zou kunnen blijven hangen op onze oplossing komt Jan triomfantelijk aan met opmerkingen als “volgens mij, als we [mijn fix] gebruiken is dat zo opgelost”. Redelijk uitleggen heeft geen zin, ook niet als je puntsgewijs vertelt waarom zijn oplossing niet werkt. Jan luistert namelijk niet. Jan luistert nooit. Jan krijgt een soort ruis in zijn oren als je tegen hem praat en wacht geduldig tot het gezoem over is, om vervolgens verder te praten. En dat het hele project door.

Waarom vertel ik je dit? Nou, Jan is gisteren geslaagd voor zijn competentie Samenwerken. Jawel, op niveau 3 nog wel, het hoogste HBO niveau. Vind je dat gek? Ik niet namelijk. Het grote zwakke punt van competentiegericht werken is namelijk dat het bewijzen zo ontzettend stom geregeld is.

Op het moment dat er iets bewezen moet worden, doe je vier dingen. Je verzamelt bewijsmateriaal, je motiveert dit, je schrijft een reflectie en je bewijst dat je “bewust bekwaam” bent (geworden). Maar hoe pak je dat aan als je projectgenoten een hekel aan je hebben gekregen, je bewijsmateriaal zeer mager is, en je uiteindelijk nog niks kan bewijzen? Oplossing: je lult uit je nek.

Je begint eerst maar eens met bewijsmateriaal. Je vertelt chronologisch hoe het project zich ontvouwde, wat de teamrollen waren en wat voor een “type” persoon ze waren. Een Plant, een Voorzitter… je kent het misschien wel. Dit onderbouw je met literatuur. Je zorgt ervoor dat je een samenhangend verhaal hebt over hoe bepaalde rollen kunnen conflicteren en hoe dat er in het project aan toe ging.

Omdat je (ondanks je competentie) geen reet hebt gedaan aan daadwerkelijk samenwerken, schrijf je een reflectie. Hierin trek je een klein boetekleedje aan en beschrijf je zo op een zo algemeen mogelijke manier de conflicten die in de groep voorkwamen. Daar betrek je jouw rol in (“mijn teamgenoten stonden niet open voor mijn mening”) en beschrijf je hoe je in de toekomst beter wilt worden (“mijn mening beter onderbouwen en zorgdragen voor een teamspirit waarin conflicten open en eerlijk gesproken besproken kunnen worden”). Hier betrek je gelijk het “bewust bekwaam” verhaal bij. Dit geheel beslaat vijf of zes kantjes en de competentie is bewezen. Bovendien fake je een Belkin-test, gebruik je de notulen als aanknopingspunt en slijm je bij docenten zodat ze bij het nadenken zoiets hebben van “oh ja, daar hebben we het nog over gehad”.

Dit is een schrijnend voorbeeld van competentiegericht onderwijs. Maar het kan nog veel erger. Wat dacht je van de nerveuze stotteraar die presenteren op niveau 3 bewees (en in theorie de Troonrede zou moeten kunnen doen). Of de dyslectische Antiliaan, vers van Aruba, die nog geen drie woorden goed kan schrijven (hoe lullig het ook klinkt) en zonder veel inspanning schriftelijk communiceren op niveau 3 bewees. Of ook zo mooi. Ik ken iemand die het plannen, organiseren en afnemen van een usabilitytest succesvol bewezen heeft, terwijl hij de hele week pas om 12 uur op school was en de dag van de test met een kater in zijn nest lag. En dan heb ik nog niet eens de competenties genoemd die niet eens mogen, maar wel in de documentatie voor een project staan, zoals deze:

De student is in staat voor de facultatieve toets die halverwege het semester wordt gegeven, een 8 of hoger te halen.

Ik bedoel, kom op!

Kortom; het oude onderwijs kent veel gebreken, maar competentiegericht onderwijs is nou niet bepaald het ei van Columbus. Terug naar de tekentafels maar weer.

2 reacties op “Competentiegericht onderwijs

  1. Dat het semestermodel van nu niet lekker werkt ben ik het geheel met je eens. Alleen zie ik in het competentiegericht onderwijs waar ze nu op de ICA mee bezig zijn zeker voordelen tegenover het ‘oude’ systeem. Klopt dat het nu nog in ontwikkeling is, en dat ze zeker wel strenger zouden mogen zijn op de competenties.

    Maar evalueren op het gebied wat je echt kunt, en je het ook kunt vertellen (in een portfolio op papier, of juist mondeling tijdens een gesprek) is naar mijn mening veel beter dan een momentopname met een toets. Het enige wat wel moet gebeuren tijdens zo’n evaluatie is goede richtlijnen, dus competenties.

    Ik ken het probleem, het idee nauwelijks wat gedaan te hebben een half jaar, en dan alsnog het halve jaar halen met een dikke 8. Of een project waarvan het resultaat waardeloos was, en dan alsnog een 7 halen. Echt onnodig zenuwachtig geweest toen. In mijn ogen klopt hier dan ook iets echt niet.

    Ik denk dan ook dat het probleem heel ergens anders ligt op het ICA, en wellicht in het hele onderwijs. Het oude systeem had het al, het nieuwe ook. Namelijk de grens van zakken en slagen. Bij toetsen wordt de norm bepaald aan de hand van wat iedereen scoort. Bij evaluatie van competenties worden cijfers pas bekend gemaakt wanneer iedereen het gesprek gehad heeft. Daaruit is dus op te maken dat er geen norm is voor genoeg kennis voor het vak, maar adhv wat je mede studenten scoren. Is dat laag, is de kennisdrempel om het vak te halen dus ook laag. En dat vind ik op z’n zachtst gezegt apart.

    Een opleiding zal dan ook nooit iedereen voor een vak laten zakken omdat ze gewoonweg niet genoeg kennis hebben. Dat is een hele geruststelling voor een student, want die hoeft alleen maar wat beter te zijn als zijn medestudenten, om het vak te halen.

    Kortom, ik vind persoonlijk competentiegericht onderwijs zo slecht nog niet. Het is een betere techniek van evalueren, plus je leert het ook daadwerkelijk overbrengen dmv tekst en toelichting, in plaats van een dom toetsje. Alleen moeten de competenties wel concreter en van niveau zijn. En het niveau moet ook gewaarborgd worden, en niet variabel zijn. Of het moet echt zo zijn dat je met zo weinig kennis je HBO kunt halen, dat zou natuurlijk het doel van een HBO opleiding kunnen zijn. Ik hoop het alleen van harte van niet.

  2. Zo te lezen werken de competenties wel goed. Je hebt namelijk een enorm kritische houding erdoor gekregen. Dat maakt je sowieso al anders dan zo een standaard HBO mongool die straks een papiertje heeft maar eigenlijk geen zak kan.
    Als je echte uitdaging wel ga dan als kers op de taart en klap op de vuurpijl na het hbo een master aan de universiteit doen. Daar krijg je vakken als ” compiler bouw” en meer van zulks.