Archieven voor mei, 2009

Fiets

Op de fiets naar huis. Ik heb in het koffiehuis naar jazz zitten luisteren, en zojuist mijn date thuis afgezet. Bij mij in de straat rijdt een politiewagen. Snel steek ik mijn voet uit om mijn dynamo aan te tikken. Immers, ik ben een brave knul met licht op zijn fiets. Jammer genoeg mislukt mijn beweging. Dankzij de grote glazen Leffe Blond die ik heb genuttigd ben ik niet meer zo bij-de-tijd als ik dacht. Met al mijn overredingskracht steek ik mijn voet tussen de voorvork van mijn fiets en het wiel. Terwijl ik ratelend tot stilstand komt rijdt de politiewagen een steegje in (uiteraard zonder mij uberhaubt te hebben zien stuntelen).

Ik vergeet de schade aan mijn fiets direct. Ik parkeer mijn ijzeren ros en ik duik mijn nest in. De volgende dag sta ik op mijn gemak op om me voor te bereiden op een sollicitatiegesprek. Ik moet met de bus naar Apeldoorn, maar voor ik dat doe moet ik wat nette printjes hebben van mijn CV. Goedgeluimd grijp ik mijn fiets en ga op weg. Dan pas zie ik de schade die mijn handige move van gisteravond heeft gedaan. Mijn voorwiel wiebelt alle kanten op en twee spaken dringen zich een weg naar buiten. Rammelend en vloekend fiets ik maar naar de fietsenmaker in plaats van naar de Copyshop. Mijn zwaargewonde vervoersmiddel heeft dringend een hospik nodig.

Bij de fietsenmaker laat ik direct mijn fiets achter. “Dat ronde ding vooraan is stuk” zeg ik. Mijn geoefende blik gaat nog even over mijn fiets. “Oh ja, en er zijn twee van die pootjes stuk, zie je dat?“. De meewarige blik van de fietsenmaker bewijst dat ik inderdaad de mechanische expert ben die ik denk te zijn. Hij belooft aan de slag te gaan en geeft me een bonnetje mee.

Twee dagen later kom ik mijn vervoersmiddel weer ophalen. De dienstdoende kunstacademiestudent gaat naarstig opzoek naar het werkbriefje en dus, de rekening. Na vijf minuten druk zoeken komt hij met lege handen terug. Geen werkbriefje. Ik mag mijn fiets zo meenemen! Hoef ik alleen nog maar de voorband op te pompen. Die heeft de technicus vast leeggemaakt om de boel te kunnen repareren. “Zal je zien dat die ook stuk zijn” grapt de jongen nog.

Inderdaad, de band is stuk. Het gaatje komt me al sissend tegemoet, terwijl ik nog enthousiast op de fietspomp sta te hengsten. Zuchtend parkeer ik mijn fiets weer in het rek. De jongen schrijft een gloednieuw bonnetje en belooft net als zijn voorganger dat er de volgende avond een gerepareerde fiets voor me klaar staat.

Die vrijdagavond kom ik een beetje kritisch binnen. Maar jawel! Mijn fiets staat me tegemoet te blinken en wijst trots op de nieuwe spaken die de technicus er in heeft gedraaid. De dienstdoende fietsenchirurg staat zijn oliezwarte handen te wassen en geeft commentaar. “Tieduns ut indreyen van die spoaken mot ik het binnenbandje een tik hette gegeve. Moar det wes zo gepiept, en sorry van die ekstra tied.“. Het jargon ontgaat me, maar mijn fiets knipoogt geruststellend. Het zal dus wel goed zijn. Gratis en voor niks mag ik mijn fiets weer meenemen. Helemaal fris en gerepareerd!

Het is maar goed dat ik niet heb verteld hoe mijn fiets uberhaubt in de kreukels kwam.

Nieuwe bank

Na het akkefietje waar ik laatst over blogde (zie hieronder) heb ik besloten om over te stappen naar de Rabobank. Het was namelijk niet de eerste keer dat ik erg onsympathiek werd behandeld door de ABN, en ik had het wel gehad met ze. Plus, ik heb wat meer vertrouwen in de Rabobank dan in de ABN op dit moment. En omdat ik nèt een gesprek had bij een bedrijf over mijn afstuderen (en het gesprek ging positief!) liep ik strak in het pak de bank binnen. De Rabobank hè, niet dé bank. Dat ging zo:

Rabobankmevrouw: “Dag, wat kan ik voor u doen?”
Ik: “Wat voor een papieren enzo hebben jullie van me nodig als ik hier een rekening wil openen?”
Mevr: “Eh, alleen een identiteitsbewijs.”
Ik: “Nou, doe maar een rekening dan!”

En klaar is Kees. Na een minuut of vijf wachten en een goeie kop koffie werd ik opgehaald. Een sympathieke jongen vulde alle computerschermpjes in, checkte mijn BKR-registratie (die ik niet heb!) en kletste ondertussen honderduit over het computersysteem, en waarom ik dan wel niet in pak was, en bla-die-bla. Kortom, gezellig. En het kantoor van de Rabo hier in Arnhem ziet er echt briljant uit. En ook zo mooi, toen ik ging zitten begon hij enthousiast over zakelijke rekeningen en pakketten. Toen hij begreep dat ik particulier kwam, begon hij over totaalpakketten en verzekeringen. En toen ik zei dat ik student was, was hij wel heul nieuwsgierig waarom ik dan in pak was.

Inmiddels zijn alle documentjes getekend, en wordt morgen mijn nieuwe rekening geactiveerd. Van de week krijg ik een tof pasje, een nieuw pincode en kan ik beginnen met het overhevelen van mijn geld van de ABN naar de Rabo.

Oh trouwens, ik lok jullie even naar Walter. Die heeft een leuk stukje geschreven. Lees het!

Service van de ABN-AMRO

Vrijdagmorgen. Met een nog lege kassa voor mijn neus sta ik op mijn werk. Het is rustig, en er zijn maar weinig klanten. Rond een uur of elf komt er een vrouw binnen. Ze had iets besteld, en komt het ophalen. Ze wilt afrekenen met een briefje van € 500,-. Da’s geen probleem, maar wel onpraktisch. We hebben nog maar nèt genoeg wisselgeld voor haar. Maar het lukt, we kunnen wisselen voor haar. Met haar vertrek de winkel uit is de kas leeg, op een briefje van € 500,- na.

Om dat probleem op te lossen vertrek ik een paar minuten later richting de bank (dé bank). Ik ga het briefje wisselen voor kleiner geld. Ik sta krap 35 minuten in de rij als ik aan de beurt ben aan het loket. Jammer genoeg kan ik niet wisselen aan het loket. Snibbig krijg ik naar me toe dat ik “daar natuurlijk voor bij de automaat moet zijn“. Daar moet ik het geld op mijn eigen rekening storten, en vervolgens weer pinnen. En nee, ze kan geen uitzondering maken. Dat ik zojuist ruim een half uur heb staan wachten maakt niet uit. Ik moet maar gewoon naar de automaat. “Ok” denk ik, “vooruit dan maar“. Het is niet erg handig om dit te doen met geld van de zaak, maar er zit niks anders op. Ik stort het geld op mijn eigen rekening, en ik pin het weer vanaf. Ik krijg het terug in briefjes van 50,-, 20,- en 10,-. Kortom, mijn hele portomonnee propvol. Drie kwartier na mijn vertrek naar de bank ben ik weer terug op mijn werk. “Even” wisselen.

Diezelfde avond sta ik bij een geldautomaat. Ik heb een date, dus ik heb geld nodig. En ik ben al aan de late kant. Zonder op te letten begin ik met pinnen. Als mijn pas naar buiten komt wacht ik geduldig op mijn geld. Er komt geen geld. Een beetje pissig bel ik het storingsnummer. “De automaat heeft mijn geld zelf gehouden! Mijn date, wat doe je! Rotapparaat!” Het meisje legt de hele procedure uit (het geld krijg je toch wel terug, zo blijkt). Ondertussen ga ik pinnen bij een apparaat verderop. Dáár let ik wel op wat er gebeurd. En wat blijkt? Mijn daglimiet is overschreden! Dankzij die ontzettend klantvriendelijke manier van wisselen die de ABN-AMRO me opdrong vanmorgen, kan ik nu niet pinnen. Wéér bel ik de ABN. “Mijn daglimiet is opperdepop! Mijn date, wat doe je! Rotprocedures!” Na tien minuten moeilijk doen is mijn daglimiet aangepast, live in de studio, van 500 naar 550 euro. Meer dan genoeg voor een avondje bios en wat drinken. Het meisje aan de telefoon wenst me nog succes. Wel weer lief van d’r.

Ik hoor het de vrouw achter het loket nog zeggen. “Nee meneer, via de automaat. Dat is handiger en sneller!“. Nou, gelukkig ging de date wèl goed. Want van dé bank hoef je het niet te hebben.