Ik heb eens geteld. Al mijn verslagen bij elkaar. En mijn plan van aanpak, en mijn opdracht, en al die andere losse dingetjes die ik ook moet inleveren op de deadline op 4 januari aanstaande.
Alles bij elkaar heb ik een stunning 48.320 woorden getypt. 48.320! Ongelofelijk, wat een berg. Dat is praktisch een roman. Dan te bedenken dat er geen plot is, laat staan plottwists en maar één hoofdpersoon. Er zijn geeneens spannende bijrollen voor interessante personages. Er komt ook nog eens bij dat de hoofdpersoon geen klote meemaakt. Hij schrijft over zijn afstudeerproject, ja, maar dat is lang niet zo spannend als de achterflap deed vermoeden.
Met zoveel tekst weet je als schrijver natuurlijk zeker dat niemand het allemaal gaat lezen. Nou ja, bijna niemand. Ik heb het geschreven, en ook allemaal gelezen. Nagelezen. De spelling gecontroleerd. Nog eens. De stomme foutjes eruit gehaald. De grote fouten eruit gehaald. Etcetera, etcetera. Maar het grootste gedeelte van die tekst gaat niemand onder ogen komen. Vergelijk het maar met al die fotoboeken waar je uren voor hebt zitten plakken, om vervolgens ongezien de kast in te verdwijnen. Dit is het digitale evenbeeld van al dat geklooi met fotolijm.
Ik heb nu ongeveer de helft geprint en ingebonden (want alles moet ook nog eens in drievoud worden ingeleverd). De stapel is een centimeter of drie, drie-en-een-half hoog. De dikke documenten moeten nog komen. Ik hoop dat ik een diploma aan dit avontuur overhoud. Maar wat zeker is, is dat ik thuis kom met een hernia. :’)