Woorden

Ik heb eens geteld. Al mijn verslagen bij elkaar. En mijn plan van aanpak, en mijn opdracht, en al die andere losse dingetjes die ik ook moet inleveren op de deadline op 4 januari aanstaande.

Alles bij elkaar heb ik een stunning 48.320 woorden getypt. 48.320! Ongelofelijk, wat een berg. Dat is praktisch een roman. Dan te bedenken dat er geen plot is, laat staan plottwists en maar één hoofdpersoon. Er zijn geeneens spannende bijrollen voor interessante personages. Er komt ook nog eens bij dat de hoofdpersoon geen klote meemaakt. Hij schrijft over zijn afstudeerproject, ja, maar dat is lang niet zo spannend als de achterflap deed vermoeden.

Met zoveel tekst weet je als schrijver natuurlijk zeker dat niemand het allemaal gaat lezen. Nou ja, bijna niemand. Ik heb het geschreven, en ook allemaal gelezen. Nagelezen. De spelling gecontroleerd. Nog eens. De stomme foutjes eruit gehaald. De grote fouten eruit gehaald. Etcetera, etcetera. Maar het grootste gedeelte van die tekst gaat niemand onder ogen komen. Vergelijk het maar met al die fotoboeken waar je uren voor hebt zitten plakken, om vervolgens ongezien de kast in te verdwijnen. Dit is het digitale evenbeeld van al dat geklooi met fotolijm.

Ik heb nu ongeveer de helft geprint en ingebonden (want alles moet ook nog eens in drievoud worden ingeleverd). De stapel is een centimeter of drie, drie-en-een-half hoog. De dikke documenten moeten nog komen. Ik hoop dat ik een diploma aan dit avontuur overhoud. Maar wat zeker is, is dat ik thuis kom met een hernia. :’)

Deadlines, deadlines!

Bijna afstuderen. Nog een week of vier en dan ben ik klaar hier bij de overheid. Mijn opdracht is af, mijn diploma gehaald en ik ben klaar om naar de universiteit van Nijmegen te gaan om daar nog veel meer spannende dingen te leren.

Voor het zo ver is echter, heb ik nogal wat deadlines te halen. Ik schreef al over de bulk verslagen die ik in moet leveren, maar de tijdsdruk die daar achter zit begint me nu toch wel op mijn zenuwen te werken.

Over twee-en-een-halve week moet ik de hele stapel inleveren. Letterlijk, want ik moet van alles drie kopietjes overhandigen. Ik ben nu druk aan het schrijven, en er staan nog wat todo’s open, maar in principe gaat het goed. Maar dat is eigenlijk geen deadline, het is een inlevermoment. Het enige inlevermoment. Voor die tijd moet ik dus zorgen dat alles is nagekeken. Geen spelfouten meer, geen scheve pagina’s, de inhoud moet goed zijn en het moet ook nog ergens over gaan. Uiteraard mag ik geen zinnen met ‘En’ beginnen. Teveel verwijzen met ‘dat’ is ook uit den boze en tot overmaat van ramp moet ik nog goed uitzoeken of ik niet drie keer achter elkaar zinnen begin met ‘Daarnaast’ of ‘Belangrijk is’. Die neiging heb ik nogal snel (lees mijn weblog maar ;)).

Ondertussen ben ik natuurlijk veel te veel aan het doen. Ik werk in een winkel, en ik werk in een kroeg. Ik heb ook nog eens veel te leuke vrienden die ik veel te vaak wil zien. En tussendoor moet ik ook nog eten, slapen en meer van die huishoudelijke klusjes uitvoeren.

Gelukkig is het maar eventjes. Dan maar druk. Doe je niks aan. Ik heb weleens eerder geklaagd over drukte, en dat deed ik als ik twee afspraken op één dag had. Nu mag ik iets meer klagen van mezelf.

Wanneer ik de slaap in ga halen weet ik nog niet. Daar heb ik eind januari, na mijn afstudeerperiode misschien wel tijd voor. Als ik niet te druk ben.

Geplaatst in /me

Lekker lang slapen

Mijn afstudeertraject is in volle gang. Ik ben inmiddels in de fase beland waarin ik veel te veel verslagen moet schrijven in veel te weinig tijd. Ik moet inleveren: een afstudeerverslag, een reflectieverslag, een requirementsanalyse en een adviesrapport. Eigenlijk ook nog mijn plan van aanpak, mijn definitieve opdracht en mijn processcan maar die heb ik al geschreven dus die tellen lekker niet.

Maar toch. Heel veel werk. Gelukkig heb ik een oplossing gevonden. Nou ja, geen oplossing maar in ieder geval een manier om de schaarse tijd die ik heb goed te besteden. Mijn truc? Ik slaap zoveel mogelijk.

Slaap? Jazeker! Dat werkt, zeker in mijn geval, om twee belangrijke redenen. Om te beginnen heb ik veel slaap nodig. Zeven uur minimaal. Als ik een nacht minder slaap kan je er vanuit gaan dat ik bijna niks waard ben de volgende dag. Sommige mensen kunnen het. Die slapen elke nacht vijf uur en zijn nog zo fris als een hoentje. Joop den Uyl scheen dat ook te kunnen. Nou, mij lukt dat niet. Ik moet toch echt wel een poos in mijn bed liggen. Als ik dat doe ben ik de volgende dag veel wakkerder. Dan krijg ik uiteindelijk veel meer tekst uit mijn pen.

Nou moet ik wel zeggen dat het veel te relax is om ‘s avonds lekker te zitten interbloggen, programmeren of gewoon lekker een filmpje te kijken. Met een biertje erbij als het van jezelf nog mag, en lekker nergens aan denken. Een beetje opruimen misschien, een wasje draaien ofzo. Ideaal. Juist die dingen die zo lekker ontspannen zijn. Dat is ook een soort rust. Alhoewel. Als ik ‘s avonds een spannende film kijk lig ik nog wel een half uur te draaien voor ik in slaap val. Lees ik een boek, dan ben ik in vijf minuten weg.

Idealiter slaap ik negen of tien uur per nacht. Ik moet er vaak om 06:00 uit, dus als ik er rond 21:00 in lig haal ik dat wel. Moet ik om 07:00 op (als ik met de bus ga) haal ik het zeker. Dan kom ik meteen bij reden twee: het is lang niet altijd mogelijk om zo vroeg te gaan liggen. Je leest nog eens wat, je hebt een deadline, er is iets waar je gewoon niet onderuit komt. Nou, dan heb ik nog altijd een buffer van een paar goede nachten slaap waar ik op kan ‘teren’.

De enige flaw in dit hele verhaal is natuurlijk dat het makkelijker gezegd dan gedaan is. Gisteren zat ik met Sjoerd in de Barron om bij te kletsen. Liever was ik langer gebleven. Maar zelfs al doe je dat niet, is het 22:30 voor je in je bed ligt. Dan is die buffer gauw weer weg.

Als compromis doe ik het nou maar zo vaak als het kan. Uiteindelijk ben ik dan toch nog uitgerust, èn kan ik af en toe eens iets leuks doen ‘s avonds. Zoals koffie scoren in de Barron of naar muziek luisteren in het Oranje Koffiehuis.

Geplaatst in /me