Statistieken nerd

Wat ben ik toch ook een nerd. Heerlijk. Jullie wisten dat al, mij moet dat altijd even ingewreven worden. Maar dat wat ik nu weer heb gedaan echt extreem nerdy is, dat hoef je me niet te vertellen.

Een inleidend praatje: op images.nder.be zet ik alle plaatjes online die ik leuk vind. Dat zijn foto’s of stripjes, maar ook gewoon lollige dingen die ik online tegenkom. Omdat ik zelden wat weggooi groeit die lijst met plaatjes maar door. Hoewel je er niks van kan zien, staan er bijna 2500 bestanden op.

Nerd als ik ben (komt-ie) hou ik ook bezoekersstatistieken bij. Niet via Google of op een andere wijze, maar puur en alleen door bij elk plaatje dat wordt bekeken simpelweg op te slaan wie hem bekeek en waar-ie dat plaatje vandaan haalde. Dat is een hele simpele manier van gegevens verzamelen; gewoon alles opslaan.

Nou heb je niks aan zo’n lijst. Echt helemaal niks. Het levert een gigantische tabel vol met cijfertjes op. Maar dankzij mijn supertoffe programmeerkunsten (en daar komt de nerd in mij naar boven) kan je daar wel degelijk wat leuks mee doen.

Eerst tekende ik gewoon grafiekjes. Per dag het aantal bezoekers, niets meer en niets minder. Handig, maar ook saai. Al gauw wil je meer weten. Waarom is de ene dag drukker dan de andere? Wordt dat plaatje van dat meisje met die enorrrrme (kuch) nou echt veel meer bezocht dan dat saaie landschapje? Kortom, het was tijd om mezelf eens achter het toetsenbord te zetten en aan de slag te gaan!

Het resultaat? Een speciale pagina, toegewijd aan het laten zien van die grafiekjes. Alleen te bekijken door mijzelf, natuurlijk. Uitgesplitst in het aantal bezoekers per dag (tot op de seconde, als het moet), de statistieken van een bepaald plaatje, de bezoekers vanaf een bepaalde bron, en natuurlijk: wie dat dan wel niet waren (voor de nerds: op IP).

Ook dat levert leuke resultaten op. Nog niet genoeg voor een jaaroverzicht maar wel leuk om over te bloggen. Al heel snel had ik een paar leuke momenten uit mijn saaie tabel weten te halen:

  • Ja, plaatjes van mooie meisjes worden veel en veel meer bekeken. Ongeveer één derde van de bezoekers kwam voor plaatjes gemarkeerd als “bekijk dit vooral niet op je werk”. Lijkt weinig, maar bedenk je dat ik niet te koop loop met die foto’s. Op dit weblog zul je ze bijvoorbeeld niet snel zien. Ironisch genoeg waren dat heel veel mensen die surften vanaf hun werk.
  • Er was één handige knul die door had hoe ik mijn plaatjes hun naam gaf (elk plaatje krijgt van mij een nieuwe naam). Voor dat ik het door had, had hij met een handig stukje code tweeduizend (!) plaatjes gedownload.
  • Als je een plaatje online zet op bijvoorbeeld een internetforum, krijgt-ie eerst heel erg veel bezoekers. Naarmate de tijd verstrijkt wordt dat steeds minder en minder, tot er maar sporadisch iemand langs komt.
  • Zet je eenmaal iets online, dan blijft het online. Voor altijd. Sommige van mijn plaatjes staan niet meer online. Sommigen staan al jaren niet meer online (denk: al vijf tot zeven jaar niet meer). Desondanks zijn er nog steeds mensen die die plaatjes proberen te bezoeken. Ze krijgen een foutmelding, maar ze proberen het toch.
  • De meeste plaatjes zijn al eens bekeken. Er zijn er echter een heleboel die nog nooit door iemand zijn gezien, buiten mijzelf. Als je maar ver genoeg terugbladert op mijn weblog kom je ze tegen; anderen staan in de archieven van FOK! of hadden ooit een mooi plaatsje op het internet. Maar sinds ik de statistieken bijhoudt, is nog niemand bij die plaatjes geweest.

Zelfs statistieken kunnen leuk zijn. De enige voorwaarde daarvoor is een totaal gebrek aan SPSS en een beetje nerd-kunde.

Voorbeeldgrafiek

Jaaroverzichten

TV-loos als ik ben zie ik er maar weinig van. Heerlijk. Ik zat te denken, zal ik van mijn eigen blog een overzichtje maken? Een vlugge blik op mijn statistiekenpagina’s verraadt echter dat dit jaar niet veel bijzonders bracht. Ongeveer evenveel bezoekers (waarvoor dank!), ongeveer evenveel pageviews met een dip aan het eind van het jaar. Maar dat krijg je als je zo weinig blogt.

Sowieso krijg ik altijd veel bezoekers als ik een nieuw stukje schrijf. Behalve de homepage, en de pagina “ik” waren er een paar stukjes erg populair:

  1. Bloed geven. Ging over de bloedbank (tegenwoordig Sanquin, maar dat vind ik een rotnaam). Populair vanwege de grote naald in mijn arm?
  2. Wie doet wie?. Ging over de immer populaire “wie doet wie” website, waar ik overigens al veel te lang niks aan gedaan heb.
  3. De nieuwe kleren van de keizer. Die zal wel veel gegoogled worden. Overigens gaat het met de kleren prima, zo duur heb ik ze al een tijdje niet aangeschaft ;).

Andere opvallende hoogtepunten:

  • Na de zoekterm “www.nder.be” is mijn site het meest bezocht middels de zoektermen “lekkere wijven hyves”. Briljant!
  • Twitter levert een kwart van mijn directe bezoekers op.
  • FOK! is nog steeds de grootste bron van bezoekers die via een andere site komen

Kortom, “same old, same old”. Maar wel leuk om eens uit te spitten :).

Oeps…

Op mijn dooie akkertje loop ik richting het station. Het is spekglad, dus ik doe rustig aan. Plotseling word ik ingehaald door een jongen, die de Syntus-trein nog wil halen. Op Arnhem’s nieuwe ijsbaan, de stoep langs mijn straat, jogt hij resoluut door.

Ik roep, bang dat hij valt, “doe je voorzichtig!”. Geschrokken van mijn stem draait hij zich om… en gaat prompt onderuit. Oeps! Ik en mijn grote mond.

De hamvraag: kan ik nu bij Medium Willem op de website, of was dat ‘een beetje dom’?

Geplaatst in /me

Het jaar in tweets?

Drie maanden geleden schreef ik voor het laatst één van mijn briljante (kuch kuch) weblog-stukjes. Dat is nogal een periode. Volgens mij zelfs een record. Watskeburt, lieve Sander?

Nou, Sander heeft tegenwoordig veel impulsievere en snellere methodes gevonden om zijn vriendjes en vriendinnetjes op de hoogte te houden. Het is, jawel, Twitter. Verguisd door velen, omarmd door anderen, is het een ideale methode om snel willekeurige onzin de digitale ruimte in te slingeren.

Anjo viel het al op. Ook zij blogt veel minder dan dan vroeger. Want tja, Twitter is zo heerlijk makkelijk. En toch een beetje privé, dankzij een afgeschermd profiel. Wat nu? Door Twitteren? Of toch meer bloggen? Allebei?

Voor volgend jaar weet ik nog niet wat de beste methode is. Maar ik ben eens door al mijn Twitter berichtjes van de afgelopen drie maanden heengelopen. Deze pareltjes vond ik terug:

27 september: “Rommelbakje uitruimen: 38 pennen, 8 aanstekers, 2 stressballetjes, 50 vulpotloodvullingen… maar geen vulpotlood.

Opruimen, soms is het best relax. Kastjes, laatjes, plankjes, overal kom je spullen tegen die daar een jaar hebben gestaan, maar nooit van hun plek zijn geweest. De hamvraag: heb je ze dan wel nodig? Het antwoord is doorgaans “nee”. Dit jaar eindig ik goddank met veel minder spullen dan vorig jaar. Ook mijn klerenkast kreeg een opruimbeurt; een groot deel van al die oude, hippe, semi-grappige T-shirts zijn inmiddels naar Afrika. Misschien dat iemand daar mijn XKCD humor kan waarderen ;-).

4 oktober: “Ik ben slecht in gezichten… het zoveelste meisje dat hoi zegt, terwijl ik geen idee heb :$

Ook zoiets. In de eerste helft van mijn bestuursjaar leerde ik een boel mensen kennen van andere besturen en andere verenigingen. Maar hoe heette hij of zij ookalweer? Zeker als iemand je enthousiast begroet. Ik heb er dit jaar al een gewoonte van gemaakt om alle namen die ik hoorde op te schrijven. Blijven doen dus!

5 oktober: “Fotoshoot gehad! Nu 622 fotos uitzoeken:p

Ik heb de afgelopen maanden twee keer mensen op de foto mogen zetten. Joniet en Nelleke hadden allebei portfolio-foto’s nodig. Voor mij een mooie oefening. Zeker het herhalen waard ook. Benodigdheden: een camera (check), een locatie (check), en een model (check). Ik hoop dat ik er komend jaar nog veel meer mag doen!

14 november: “Vloeken in de kerk… http://yfrog.com/73o1foj

Mijn moeder heeft een iMac. Eindelijk. Het scheelt mij veel computer-gedoe als handig zoontje zijnde. Maar nu komt het. De beveiligde verbinding die zij moet leggen naar school toe werkt alleen op Windows. En dan moet je alsnog Windows installeren op zo’n prachtige iMac. Kortom, terug bij af! Volgend jaar dus evenveel computer-dingen te doen als dit jaar. Al hoop ik dat Windows op een iMac een stuk soepeler draait.

19 november: “Voel me helemaal CSI. Vond twee schroevendraaiers in mijn berging, maar die zijn niet van mij. Technische recherche komt ze halen. #spannend

Er werd ingebroken in de bergingen hier beneden. Alle deuren opengebroken, al mijn troep door elkaar gehaald, en bij een aantal buren was er veel meuk weg. Bij mij was niks weg; er viel ook weinig waardevols te jatten. Maar tot mijn verrassing vond ik twee schroevendraaiers. Met mijn suffe hoofd pak ik er nog eentje vast ook. Dat terwijl het meisje aan de telefoon nog zei (over vingerafdrukken): “dat doen ze niet alleen in CSI hoor”. Laat ik volgend jaar eens wat beter opletten.

2 december: “College van Bart Jacobs. Betalen met je roffeltje. Science fiction?

De leukste colleges zijn colleges waar je wordt gepushd om eens ergens over na te denken. De colleges die ik van hem krijg zijn zo. Roffel met je vingers eens een deuntje op tafel. Onderzoek heeft al uitgewezen dat die ontzettend moeilijk na te apen zijn, terwijl je ze snel kan veranderen als iemand je roffeltje toch heeft nagemaakt. Wie weet wordt het wat als manier om je je te identificeren. De term die daarbij hoort is natuurlijk “thinking outside the box”. Hoewel ik altijd ontzettende jeuk krijg van dat vacature-modewoord is het wel een goed voornemen.

8 december: “Op naar de Travel Clinic van het Radboud voor een arm vol naalden.

In maart ga ik tien dagen met studiegenoten naar China. We doen onderzoek naar outsourcing, en daar is China het ideale land voor. Nou heb ik geen naaldenangst, goddank, al zijn de spuiten die je daar krijgt niet zo groot. Maar de voorlichting over alle enge ziektes die je daar kon oplopen was wel even slikken. Voorzichtig aan dus, straks!

11 december: “Duidelijk kwam ik voorheen alleen op onorthodoxe tijden buiten. Wat doet al dat volk in de stad/op de weg/voor mijn neus/hier?

Ik werk niet meer in de winkel in de stad waar ik altijd mijn schamele centjes verdiende. In plaats daarvan werk ik bij een nieuw bedrijf (Google me maar ;-). Maar nu kom ik dus ook eens buiten op zaterdagmiddag; iets dat ik voorheen nooit deed. Ik stond er serieus van te kijken hoeveel mensen er rond sjouwden. Dat zag ik normaalgesproken helemaal nooit als ik ergens liep. Volgend jaar dus maar eens op wat “gewonere” tijden naar buiten. Of gewoon vaker?

18 december: “Een aangetekende brief van vier kantjes. Sms dan gewoon nee ;-)

Jaren geleden liep ik stage bij de overheid. Daarvoor moest ik door een streng onderzoek heen. Inmiddels is het meer dan vijf jaar geleden dat dat onderzoek heeft plaatsgevonden en mag ik een kopie van mijn dossier opvragen. Een brief naar de instantie in kwestie was zo geschreven, het antwoord liet even op zich wachten. Gisteren, bijna drie maanden na het versturen van die brief kreeg ik antwoord. Ik mag een klein, gecensureerd deel van mijn dossier inzien. Binnenkort valt het op de mat. Ik ben erg benieuwd! Ze zullen veel over me te weten zijn gekomen. Voorzichtiger aan komend jaar?

Er valt dus genoeg voor te nemen volgend jaar. Hoe we het er vanaf gaan brengen, dat weet ik nog niet. Dat zien we eind 2011 wel!

Geplaatst in /me

Organiseren voor gevorderden

Althans, ik vind mezelf een gevorderde. Hoe chaotisch ik ook ben soms. Ben jij ook zo’n chaoot? Misschien heb je wat aan deze dingen!

Op de uni is het nu druk. Allerlei commissies, het bestuur van de studievereniging, student-assistentschap, en daarbij ook nog ‘gewoon’ huiswerk. Om een beetje orde in die chaos te brengen heb ik sinds een paar dagen mijn mail, agenda en takenlijstjes een update gegeven. Tot nu toe werkt het wonderlijk goed!

In GMail, een must voor iedereen die weleens emailt (ja ook jullie, hotmail gebruikers!) heb ik filters aangemaakt. Mail van de uni komt in het bakje RU, mail van vrienden in het bakje Vrinden en alle stomme nieuwsbrieven gaan gelijk de prullenbak in. Ja, ik ben te lui om me uit te schrijven. Dankzij Google’s functie om filters te importeren en te exporteren, heb ik die filters gewoon in Notepad++ kunnen schrijven en combineren. Het resultaat? Dertig filters, en altijd een lege inbox. Het is in het begin een kwestie van consequent nieuwe filters aanmaken voor alle mail die in je inbox staat, of daar in terecht komt. Is dat eenmaal geregeld, hoef je het alleen nog maar bij te houden.

Met Remember The Milk hou ik mijn taken bij. Nee, ik gebruik niet die primitieve shit van Google. Categorieën, tags, alles kan. Supershiny, en het synced met mijn foon. Een soort kladblokje, maar dan uitgebreider.

De laatste tool is natuurlijk Google Calendar. Ik heb vijf agenda’s, nog eens drie voor het bestuur van Thalia, ééntje voor mijn vakken (die wordt automatisch geupdate met de goede lokalen, superhandig), en wat agenda’s voor verjaardagen, Thalia-events en weeknummers enzo. De boel staat altijd stampvol, maar ik kan een dag tot op de minuut volplannen met meuk. Dat doe ik dan ook regelmatig. Mijn telefoon piept enthousiast als ik een afspraak heb, en ik vergeet bijna niks meer!

Nerd als ik ben, heb ik ervoor gezorgd dat alles synchroniseert tussen al mijn hippe gadgets. Het enige dat nu nog moet gebeuren is dat is alles ook daadwerkelijk doe zoals ik het inplan, indeel en mezelf opleg. Dat is misschien nog wel het moeilijkste. Maar het begin is er, en ik ben benieuwd hoe het dit jaar gaat!

Reclames

Ik heb geen TV. Al jaren niet meer. Heerlijk. Je mist er echt niks aan. Films kan je downloaden, leuke series kijk je via Uitzending Gemist (of die download je ook) en het nieuws pik je via internet mee. Sneller en nog relevanter ook.

Af en toe levert dat grappige situaties op. Ik zat laatst ergens TV mee te kijken, en er kwam een briljante reclame voorbij. Ik lag in een scheur! De andere keken me wat meewarig aan. “Die is al weken op TV hoor.“. Tja, wist ik veel.

Vroeger, als wij thuis TV keken, ging tijdens de reclames het geluid uit. Een verademing. Vooral omdat het geluid tijdens reclames veel harder lijkt. Dat is overigens niet zo, dankzij wat trucjes lijkt het geluid uit je speakers te brullen. Maargoed, geluid uit dus. Dat zie ik tegenwoordig niemand doen. Elke keer als ik een keertje met mensen mee-zap, blijft die herrie doorlopen. Vaak blijven ze nog kijken ook. Bij ons ging het geluid uit, er ging er eens ééntje naar de WC en ondertussen babbelden we wat of bladerden we door de TV-gids. Dat zie je echt nergens meer. Het is net als stroopsoldaatjes, of in je blootje in het opblaaszwembad in de achtertuin. Relikwieën uit mijn jeugd.

Ik gok dat zo’n 90% van mijn lieve lezers TV kijkt. Ik kan ze dus niet al te hard affakkelen. Ik bedoel, een beetje ranten is leuk, maar als je zelf het slachtoffer bent? Mwoah. Ik zal dus maar niet doorgaan. Duidelijk mag zijn, dat ik er niet bij kan met mijn hoofd. Negentig procent van de reclames is nog ontzettend slecht ook. Wie wil dáár nou vrijwillig naar luisteren? Kijken is al erg genoeg.

Doe jezelf nou eens een plezier. Flikker dan niet die TV het raam uit (daar was-ie toch al veel te duur voor), maar zet het geluid eens wat vaker uit. Negeer het gewauwel van de gebotoxte reclame-hoofden eens. Pak een boek, check je email, strek je benen of ga eens lekker anders zitten.

Wedden dat TV kijken dan toch nog iets ontspannends wordt?

Kabeltje leggen…

Tien jaar geleden kreeg mijn ouderlijk huis een harde duw de 21e eeuw in. Mijn vader legde in alle kamers televisie, internet en telefoon aan. Vanaf dat moment konden we vanaf onze kamers internetten, televisie kijken en met vriendjes en vriendinnetjes bellen. Ook de voorkamer en de achterkamer op de begane grond kregen extra aansluitingen. Onder de vloer werd een web aan kabels geweven, om al die digitale signalen door te geven. Het werkte allemaal prima.

Vandaag de dag kan alles wel draadloos. Op zolder woont niemand meer, dus daar gaan we geen TV kijken. Laat staan bellen. Na verloop van tijd werden de kabels minder belangrijk. Mijn zusje ging op kamers, daarna ging ik op kamers en de klad kwam een beetje in het destijds uitgevoerde werk te zitten. Immers, een losse kabel is niet zo erg, als er toch niks aan de andere kant zit.

Iets meer dan vier jaar geleden, toen mijn vader overleed, haalde ik een groot deel van de netwerkkabels weg. Ongebruikt lagen ze toch in de weg. Zeker in de kelder, waar alles samen kwam. Mijn moeder kocht een maand geleden een iMac, ik hing er een Airport Expres voor in de kelder, en alles draaide keurig netjes door. Opgelost.

Tot vorige maand. De website van mijn moeders school was slecht te bereiken. Ze werkt via die website aan documenten, dus de verbinding moest vlekkeloos zijn. Het draadloze netwerk kon weleens de figuurlijke kink in de kabel zijn. Dus ik toog met mijn broertje aan de slag. Eerst de laatste oude troep van onder de vloer vandaan vissen. Netwerk- en telefoonkabels die daar al jaren met pensioen lagen, werden ruw uit hun winterslaap gewekt en opgerold in de container gegooid. Daarna op zoek naar een route voor de nieuwe kabel, onder de vloer door.

Mijn vader was van de oude stempel, en bouwt zaken voor de eeuwigheid. Kasten, banken (hij was timmerman van oorsprong) en ook digitale netwerken. Tussen vloer en fundering geperst rapporteerde mijn broertje “er zit hier een muurtje!“. En natuurlijk moesten wij àchter dat muurtje zijn. Er liepen zelfs nog restanten van kabels door het cement heen. Na al ons geklim en gesjouw om de kabel te leggen zoals we hem wilden kwamen we een obstakel tegen waar we gewoon niet omheen konden. Als er een andere weg was, geen probleem. Die is er niet.

Beter natuurlijk hadden we alle oude meuk moeten laten liggen. Pep zo’n netwerkkabel een beetje op en hij doet het prima. Maargoed, eigenwijze ik. Moest het weer zelf doen. De oplossing is om voorlopig toch via het draadloze netwerk te werken. Internetten over de kabel zit er even niet in. We weten de oplossing niet, en de man die alle hoekjes en gaatjes van dat huis kende, die kunnen we het niet meer vragen.

Geplaatst in /me

De wondere wereld van het illegale e-book

Sinds ik de trotse bezitter ben van een iPad ben ik tot de ontdekking gekomen dat er, naast illegale muziek en films, ook een markt is voor illegale electronische boeken.

Veel bedrijven geven tegenwoordig ook digitale boeken uit. Amazon heeft de Kindle, Bol.com verkoopt ze, en ook Apple heeft ze in het assortiment. Vaak zijn die boeken van het epub-formaat, wat garandeert dat elke digitale boekenlezer er mee om kan gaan. Maar ook PDF documenten worden regelmatig aangeboden.

Uiteraard zijn er sites vol met illegale boeken. En dan heb ik het niet over het type boeken dat wordt weggemoffeld onder het kopje ‘censuur’. Ook boeken kan je tegenwoordig illegaal downloaden. De uitgeversindustrie vecht daar uiteraard tegen, maar echt veel helpt het niet. Het hoeft eigenlijk ook niet. De boeken zijn van matige kwaliteit en vaak verminkt op de een of andere manier. Je komt de gekste dingen tegen. Ik heb een boek waar de letter ‘r’ niet in voorkomt. Ik heb boeken die zo klein “gedrukt” zijn, dat de tekst nauwelijks te lezen is. Andere boeken zijn rampzalig ingedeeld, hebben geen inhoudsopgave of missen de clue. Vooral dat laatste is gemeen. Ik downloadde een boek van mijn held Douglas Adams (geen zorgen, het boek staat hier ook in de kast). Het verhaal klopte bijna tot aan de laatste letter. De grote grap waar in het verhaal zorgvuldig naar wordt toegewerkt, is weggelaten! Zonder die grap is het boek maar ‘zo zo’. Leuk, komisch, maar het mist een spark. En die spark, die heb ik hier op papier staan. Het digitale documentje doet het zonder. Erg jammer.

Ook zijn er ingescande boeken te downloaden. Wie daar ooit aan begonnen is mag Joost weten. Een PDF bestand van ettelijke megabytes, met per pagina een slecht gescand vel uit een boek, schuin geplaatst, lage resolutie, vol met vlekjes van de Albert Heijn-scanner en dus totaal onleesbaar.

Een nieuwe trend is schaamteloze zelfpromotie. Ik downloadde anderhalve gigabyte boeken over “The Pickup Artist”. Dat is van oorsprong een TV-serie van een kerel die computernerds vrouwen leert versieren. Ideale kost voor mij, zou je zeggen. Het zijn bij elkaar iets van 400 ‘boeken’. Tussen haakjes, want de ene helft bestaat uit internet-artikelen, gegoten in een PDF-bestand. Een kwart is schaamteloze spam (jawel, het bestaat!) en de rest bevat tips van twijfelachtig allooi, waarbij de helft nog eens van anderen is gejat. Serieus. De voor de hand liggende tip “poets je tanden voor een date” kom je al overal tegen, maar ook minder voor de hand liggende zaken komen in elk ‘boek’ weer terug. Schiet niet echt op.

De enige goede boeken die je kan downloaden zijn klassiekers. George Orwell, Charles Dickens, Mark Twain. Die categorie. En die zijn toch gratis, want het auteursrecht is allang verlopen. Niks spannends aan dus.

Het leven van een papieren piraat gaat niet over rozen…

De uitslag!

Het eerste halve jaar op de uni zit er op, en ik heb het bijna allemaal gehaald. Eén vak werd me te veel, en dat ga ik na de zomervakantie eens eventjes bazen. Maar de rest is gelukt!

Een 8 voor GiPHouse / SDM. Score!
Een 7,5 voor Business Rules
Een 7 voor ICT & Samenleving 2
En een fucking 9,5 voor Modelleren van Bedrijfsprocessen. :7

Een vak dat ik volgde aan de managementfaculteit laat nog op zich wachten, maar die is wel in de pocket. Een magere zes voor het tentamen een paar maanden terug, maar aangezien ik samen met Tim het onderzoek prima heb afgerond, wordt dat ook niet lager dan een zes. Geen briljant cijfer, maar het is een keuzevak en ik ben er tevreden mee.

Op naar volgend jaar!

T-Mobile aan de telefoon

De laatste dagen heb ik vrij regelmatig met T-Mobile aan de lijn gehangen. Niks bijzonders. Nieuwe telefoon (want mijn huidige is echt aan het overlijden), een vergeten betaling (hunnerzijds ;) ), dat soort dingen. Als je goed luistert, of wel vaker met de klanten’service’ van een bedrijf aan de lijn hangt weet je dus precies wat er gaat komen.

T-Mobile: Goedemiddag.
Ik: Goedemiddag, met Sander, ik wil graag (insert vraag).
T-Mobile: Ok, wat is uw mobiele nummer?

Daar begint het al. Mijn mobiele nummer? Ik bel ze nota bene mobiel. Met een nummer van T-Mobile. Mijn telefoon, nog gezegend door De Heer zelve in Jerusalem, kan al het ene nummer van het andere onderscheiden. T-Mobile heeft blijkbaar Chinese kindertjes in hun telefooncentrale zitten en tja, die kunnen geen Arabische cijfers lezen.

T-Mobile: Ter controle, wat is geboortedatum, postcode en huisnummer?
Ik: (Lepel ze allemaal op)
T-Mobile: Meneer Sander dus?
Ik: De enige echte.
T-Mobile: Dan zal ik me ook even voorstellen. Ik ben (bla die bla) en ik sta tot uw dienst.

Dat guitige ‘dan zal ik me even voorstellen‘ hoor je ze allemaal zeggen. Allemaal. Daarna komt nog iets van ‘en ik ben hier voor u‘, of ‘ik sta tot uw dienst‘, of iets anders onzinnigs. Leuk verzonnen door de marketingboys, maar het wordt een beetje afgezaagd.

Plus, ze noemen allemaal hun naam, maar je verstaat ze nooit. Of ze heten Fatima Dachdievaroempadieblageenidee, of ze heten Henk de Vries en er werken zeventien Henken de Vries bij T-Mobile als je er naar vraagt omdat die jongen je toen-en-toen geholpen had. Of natuurlijk de gouwe ouwe ‘die werkt hier niet meer‘. ‘Ja‘ zeg je dan, ‘en ik weet waarom‘. Lachen gieren brullen natuurlijk aan de andere kant van de lijn maar je schiet er niks mee op :’).

Daarna gaat het gesprek gewoon, nou ja, goed. Je ouwehoert wat, je kletst over waar je dan ook voor belt en vooral, je doet zo vrolijk mogelijk. Anders krijg je niks gedaan. Ze krijgen de hele dag zeikende mensen aan de lijn. Vandaag had ik trouwens dit pareltje:

T-Mobile: Hey, ik zie dat u een T-Mobile emailadres heeft.
Ik: Ehm?
T-Mobile: tmobile apestaartje N D E R punt be. Wat leuk, werkt u ook bij T-Mobile?”
Ik: Eh, nee.

Echt te briljant voor woorden. Achteraf bedacht ik me natuurlijk dat ik “Ja” had moeten antwoorden of “Shit je hebt me door” ofzo. Maar ik was niet zo scherp. Na de tweede opmerking van dat meisje was ik zo hard mijn lach aan het inhouden dat ik mijn koffie liet vallen.

Het gesprek afsluiten gaat alsvolgt.

T-Mobile: Bent nu zo naar wens geholpen?
Ik: Yep
T-Mobile: Heeft u nog andere vragen?
Ik: Nope.
T-Mobile: Dan wil ik u graag een fijne dag wensen en bedanken voor het bellen.
Ik: Ok, ajeto!

Een gewoon Hollands “Doei!” “Ja doei!” kan er niet eens meer af. Waar moet het heen ;(.