Youp van ‘t Hek zei in een show van hem zo mooi: “En als we naar Parijs wilden, dan gingen we!“. Ook veel ouders van vrienden van me schermen graag met het feit dat ze regelmatig zomaar naar Parijs scheurden om daar te ontbijten onder de een of andere toren.
Omdat die toren tegenwoordig vergeven is van de souveniers-verkopende Algarijnen en de benzine tegenwoordig duurder is dan donorbloed, is het een stuk moeilijker om “zomaar” ergens heen te gaan. Toch is het me gelukt. Samen met Sjoerd ga ik het aankomende lange weekeinde (ja, ik ben weg met Koninginnedag) naar Tsjechië. Niet zomaar, echter. Hoewel Tsjechië tegenwoordig bij de Europese Unie hoort zijn ze in de ogen van de meeste autoverhuurmaatschappijen nog een achtergesteld Oostblok-landje, zonder noemenswaardige bronnen, zoals geld of macht. Een auto huren bijvoorbeeld, was nogal een klus. Het zesde bedrijf dat Sjoerd belde kwam over de brug met een auto.
Bovendien gaan we niet helemaal zonder reden. Een vriendin van me gaat trouwen, en dat moet gevierd worden. Ik heb geen idee wat een traditionele bruiloft in Tsjechië inhoudt maar het schijnt een briljant feest te worden. Bovendien wordt het voor mij een reünie; een boel mensen die ik in Finland heb leren kennen, zullen er ook zijn.
Koninginnedag moet ik dus missen, maar dat moet dan maar. In plaats daarvan komt een fantastisch weerzien met veel oude vrienden en vriendinnen. Mijn tas is ingepakt, en alles is geregeld.
Overigens, als je dit leest zijn we al weg; het is een verrassing dat we naar de bruiloft gaan. En hoewel de bruid in kwestie geen woord Nederlands spreekt ben ik niet gek; ik publiceer dit stukje proza pas op de dag dat we vertrekken, zaterdag. Oftewel: afgelopen donderdag zijn we gegaan, en rond de tijd dat je dit leest wordt er of net het “ja”-woord gegeven, of we staan er op te wachten.