Sinds vorige week donderdag woont mijn prachtige stalen ros hier in Düsseldorf. Erg fijn, het scheelt me hele einden lopen en ook de stad is dichterbij. Echt optimaal is het echter niet. Dat ligt niet aan mij. Ik kan na al die jaren zonder zijwieltjes erg goed fietsen. Het is alleen zo jammer dat de meeste mensen hier totaal niet gewend zijn aan fietsers.
Sowieso fietspaden. Meestal fiets je op de weg, maar op veel plaatsen zijn met dikke witte lijnen fietspaden aangegeven. Die lijnen zijn echter getrokken door een gemeentemedewerker met de motoriek van een kind van drie. Het slingert maar wat aan. Heen en weer over de stoep dus.
Niemand is er aan gewend dat er daadwerkelijk mensen tussen die lijnen door fietsen. Ze steken over, voor je neus, zonder te kijken. Worden ze boos als je hard belt en boos kijkt.
Gisteren, ook zoiets. Ik voelde me de koning te rijk. Lekker weer, ik had er de vaart in, en een fijn liedje op mijn koptelefoon. Ik roffel op mijn bovenbenen met het deuntje mee. Iedereen staarde me na.
De polizei agent die me honderd meter verderop van de weg plukte (gewoon, door zijn BMW station dwars over de stoep te gooien) legde uit waarom dat was. Je mag niet met losse handen fietsen. Nee, ook niet met één hand. Verboten. Dikke boete. Gelukkig wist ik hem er van te overtuigen dat ik dat niet wist. Mijn Niederlandische mondje slecht Duits hielp goed. Ik mocht doorfietsen. Maar, handjes aan het stuur!
Automobilisten weten ook niet zo goed wat ze met een fietser aanmoeten. Of ze geven je twee banen de ruimte bij het passeren, of ze passeren veiligheidshalve maar gewoon helemaal niet. Sukkelen ze in de tweede versnelling een beetje achter je aan. Ik verwachtte bijna dat me een bidon zou worden aangereikt.
Het fietstempo ligt ook niet heel hoog. Tien, vijftien kilometer per uur redden de meeste fietsers maar net. Als je dan met dertig (heuvel af, kom gauw) voorbij komt razen kijken ze alsof je zojuist hoogstpersoonlijk de lichtsnelheid hebt gebroken.
Fietsendiefstal is ook niet zo’n punt. De meeste fietsen staan wel vast hoor, maar dat lijkt een beetje symbolisch. Ik bedoel, wie maakt zijn fiets nou vast aan zo’n laag paaltje? Daar schuif je het slot zo vanaf. Als fietsen al goed aan een stevig hek zitten, is dat met een slot zo dik als waslijn. Daar kom ik met mijn nagelschaartje nog doorheen!
Vorig weekend sliep mijn fiets bij station Düsseldorf. Ik was niet heel bang dat hem zou overkomen. Ik heb er een slot op zitten dat in Nederland wordt gebruikt om kernafvalopslagplaatsen veilig te stellen, en de gietijzeren lantaarnpaal waar-ie aan vast zat gaat ook nergens heen. Daarbij, hij werd omringd door slechter beveiligde krotten. Die van mij is heul mooi, zeker vergeleken bij die krengen. Toen ik weer hier was, stond-ie er inderdaad nog.
Ik zal de flauwe fahrradgrapjes maar achterwege laten, al waagde ik wel een “ich habe es nicht gewusst” toen de agent over het fietsen met losse handen begon. Hij kon er nog om lachen ook.
Die schuiven we onder het kopje memorabele uitspraken: “Ik heb er een slot op zitten dat in Nederland wordt gebruikt om kernafvalopslagplaatsen veilig te stellen, en de gietijzeren lantaarnpaal waar-ie aan vast zat gaat ook nergens heen.”
Want ja. In Nederland heb je al die rare scientists die kernafval jatten voor hun tijdmachine.