Robert

Robert is vandaag naar de normale verpleegafdeling verhuisd. We komen de kamer binnen; het is er koud. Nadat we even met de verpleegster gesproken hebben komt er een extra deken. Tonnie vraagt: ‘Heb je het nu warmer?’. Robert zegt:’ Ik heb het nu warmer genoeg.’
De fisiotherapeut is, voor wij er waren, bij Robert geweest. Hij heeft een kwartier in een stoel gezeten; het deed wel pijn maar hij heeft rechtop gezeten. Ook als wij er zijn gaat hij af en toe rechtop zitten. Miriam vraagt of hij weet hoe ze heet. ‘Ja, Miriam’. En even later doet hij zijn ogen open, en kijkt haar met grote ogen aan. ‘Je ziet er raar uit. Je moet zorgen dat je…. verandert.’
De ogen gaan weer dicht. Wij zijn in jubelstemming. Robert spreekt in volzinnen, hij geeft aan wat hij wil en wat hij ziet en hij heeft Miriam herkent! Even later is hij weer moe en reageert ook minder. Maar voor ons gevoel is het een grote sprong vooruit.

Tonnie en Miriam

Laatste nieuws 27 juni

Vandaag de uitslag van eeg: geen tekenen die op epilepsie wijzen. Kan zijn achternaam zeggen. Als de dokter hem vraagt hoe zijn moeder heet, zegt hij met een diepe frons “Robert”. Hij kan niet zeggen dus, hoe wij heten. Hij is erg snel onrustig; zijn vlagen van bewustzijn zijn nog erg kort. Hij beweegt zoveel, dat hij daardoor zijn nekspieren belast en zichzelf weer pijn bezorgt. Vanmiddag best snel moe; duwt mijn hand weg om rust te krijgen. Afwachten dus; in de loop van de komende dagen of begin volgende week een MRI-scan.
Bedankt voor jullie lieve reacties, beste lezers! Tot ziens, hoors of mails, Tonnie.

Robert

Rond half zes zijn we bij Robert. Hij ligt rustig te slapen. Als we hem vragen zijn ogen te openen, doet hij dat. Hij knippert en knijpt zijn ogen stijf dicht. Als Sander vraagt of hij last heeft van het felle licht, zegt hij ja. Hij doet zijn ogen vaker open als we dat vragen; gisteren viel hij na een keer al weer in diepe slaap. Dat is de vooruitgang die ik zie. Zijn hartslag is rustiger; gisteren vloog die nog op en neer. Tijdens controles door de verpleegkundigen protesteert hij wel. Daar moet hij niks van hebben. Als Sander vraagt hoe hij heet, zegt Robert “weet niet”. (Herkent hij Sander niet, of kan hij niet op zijn naam komen?). De uitslag van het lab, of er nog cellen in de hersenvloeistof zitten, is nog niet binnen. Robert is aangemeld voor een onderzoek, om epilepsie uit te sluiten als oorzaak van dwangmatig huilen. Dit laatste is wel verminderd. Al met al afwachten nog steeds. Een verpleegkundige zei: “Het kan lang duren”. Lastig, maar het is niet anders.Ik zie wel elke dag vooruitgang. Het liefst zou ik zien dat Robert zegt: Hoi Mam, Miriam, Sander, Suzanne, Robert”. Het zit er nog niet in blijkbaar. Tonnie