Geen gas

Een aparte vraag voor de heren en dames van Greenchoice. “Ik wil geen gasmeter meer“. Verbaasd verwijst het telefoonmeisje me door naar de NUON. Die gooien de vraag weer op bij Liander, die op hun beurt verwijzen naar een obscure website. Het formuliertje op die website wordt opgestuurt naar (jawel) Liander. Ach ja. Als het maar gebeurt.

Ondanks het gestuur (van het kastje naar de muur) is het me gelukt om een aanvraag in te dienen. Als het goed is komt Liander een dezer dagen mijn gasmeter slopen. Ik had het ook zelf kunnen doen, maar dat schijnt gevaarlijk te zijn. Iets met ontploffingen ofzo.

Waarom dan geen gas, Sander? Nou, ik kreeg vandaag mijn (gecorrigeerde) jaarafrekening. Omdat mijn warme en koude water via de woningstichting gaan, gebruik ik mijn gasaansluiting alleen om op te koken. Dat kostte me de afgelopen twee jaar (en drie maanden) maar liefst € 5,66. Wat een bedrag! € 5,66! Daar haal je nog geen twéé speciaalbiertjes van. Daar blijkt wel uit hoeveel er in dit huis gekookt wordt: ik ben geen keukenprins maar een afhaalkoning.

De reden dat het kreng weg moet is simpel. Alleen die lage gaskosten zijn de moeite niet. Het is echter zo dat ik voor die zes euro gas € 317,29 aan vastrecht en transportkosten moet lappen. Daar kan je een paar hele mooie gadgets van kopen. Een paar tientjes er bij en je hebt al een Galaxy Tab.

Kortom: een slechtere deal kan je zowat niet krijgen. Het ding moet weg. Vandaag of morgen ga ik langs de campingwinkel voor zo’n mooie blauwe tank gas. Die kosten ongeveer tachtig euro en gaat met mijn kookkunsten zowat een jaar mee.

Je staat er van te kijken waar je allemaal op kan bezuinigen.

Ruimte

Toen ik terug kwam uit Düsseldorf heb ik opgeruimd. Maar dan echt opgeruimd. Acht vuilniszakken vol met ouwe troep in de prullenbak, ouwe boeken weg (tot groot ongenoegen van de boekofielen in mijn omgeving), versleten kleren in de prullenbak, zeven jaar studiemateriaal door de blender: allemaal de deur uit.

Het enige dat ik heb bewaard zijn de dingen die ik daadwerkelijk gebruik. Borden en messen en de computer en meer van die praktische zaken, zoals mijn bed en een leeslampje. Maar zelfs daar kan ik nog wel strenger zijn. Wat moet ik met zeven wijnglazen (ik had er acht, maar ééntje is gesneuveld)? Vier is ook zat, de rest drinkt maar uit koffiemokken. Daar heb ik er ook dertig van ofzo. Of de vijftien handdoeken die in de kast liggen niks te doen. Dat soort dingen.

Cadeautjes bewaar ik ook. Het is nogal lullig om een mooi boek gelijk weg te geven nadat je het uit hebt. Plus, ik lees graag. Kaartjes evenzo, die gooi ik niet weg. Wel heb ik laatst de knuffel (ja echt) die ik voor mijn zeventiende verjaardag kreeg weggedaan. Dat mocht inmiddels wel, dacht ik.

Boeken zijn wel lastig. Ik heb tientallen versleten pockets de deur uit gedaan. Zelfs De Slegte zag me aankomen. “Als je studieboeken hebt, prima. Anders gooi ik ze voor je weg”. Nou, dan rij ik zelf wel naar de stort. Wel heb ik nog een plankje bijzondere boeken staan. Cadeau’s (zie boven), maar ook bijzondere drukken of gewoon fijne boeken. Zo heb ik van Isaac Asimov een hele bijzondere staan. Van huis uit een science fiction schrijver, schreef hij ooit een dikke pil: “Isaac Asimov’s Guide To Shakespeare”. Niet alleen vertaalt hij zowat elk vers uit elk Spakespeare verhaal terug uit het oud-Engels, hij legt ook tussen neus en lippen door uit wat nou precies de grap is. Dat gooi je natuurlijk niet zomaar weg.

Waar ik wel nog mee in mijn maag zit, is oude electronica. Kijk, de batterij van een oude laptop gooi je niet in de prullenbak. Maar is een VGA kabel echt het bewaren waard? Of die UTP kabel met maar één stekkertje er aan? Na kort beraad: neen, allemaal weg. Alleen wat bijzondere kabeltjes (voor het geval dat) liggen nog in de la. Van Firewire naar coax, dat soort gekke dingen.

Wat ik nog aan mooie foto’s had is inmiddels ook tegen de muur geplakt. De rest zit in een mapje. Zeker de originele filmpjes gaan niet zomaar de prullenbak in. Dat lelijke blauwe kastje dat in mijn kamer stond heeft het maar liefst vier uur volgehouden naast de container voor het werd meegenomen door een ondernemende buurman.

Oftewel: “Space is the new furniture“. Ik had al niet veel spullen, maar nu helemaal niet meer. Heerlijk minimalistisch. Mijn kamer is iets van 26 / 30 vierkante meter waarvan het overgrote deel nu loopruimte is. Stofvrij, snel opgeruimd en lekker strak ingedeeld.

Wil je dat ook? Het is niet bijzonder moeilijk. Koop een paar stickervellen met van die kleine oranje plakkertjes. Plak zo’n stickertje op al je spullen. Alles. Kopjes, borden, glazen, boeken, kabeltjes, frutseltjes, wat je ook maar hebt. Trek het stickertje er weer af zodra je het ding daadwerkelijk gebruikt.

Alles dat na [1 maand / 2 maanden / 6 maanden] nog steeds een stickertje heeft gooi je weg.

Een opgeruimde kamer

De feestdagen

Sinterklaas is er bijna, en Kerst komt eraan. Alhoewel. Overal hangen al kerstlampjes en pepernoten kan je al sinds augustus krijgen. Eigenlijk zijn ze er allang. Ik heb er niet zoveel moeite mee.

Tot een paar jaar terug had ik dat wel. Maar toen was het ook “in” om tegen de feestdagen te zijn, en al helemaal tegen de commercie ervan. Toen was je pas een bink als je met Kerst en Sinterklaas pontificaal thuis ging zitten internetten, ondertussen luid klagend dat het zo verplicht gezellig was. De ironie is natuurlijk dat mensen dat samen gingen doen, en dat ondertussen hardstikke gezellig vonden. Maar dat moet je maar niet zeggen.

Heden ten dage is het een verplicht nummer om te klagen over Kerst en Sinterklaas. Het gevolg is dat niemand het meer doet. Zo zijn we toch een beetje kuddedieren allemaal. We proberen zo hard niet op elkaar te lijken dat we het toch allemaal doen.

Dit jaar moet ik werken met Sinterklaas. Vooruit. We vieren het niet echt meer bij ons thuis en surprises zijn voor mij vooral veel stressen. Gedichtjes kan ik er nog wel uit persen. Afgelopen Valentijn nog schreef ik een prachtig (al zeg ik het zelf ;) ) gedicht voor op de kaart voor mijn bovenbuurmeisje. Die anekdote vertel ik nog weleens. Misschien met Valentijnsdag!

Maar surprises? Veel geknoei met ducttape, cadeaupapier en plakkaatverf. Een paar jaar geleden stond ik bijna op het punt de surpriseservice in te schakelen. Vijftig knutselgrage jongeren met gevoel voor een snel centje wilden mijn surprise wel even in elkaar zetten. Ik heb het toch maar niet gedaan, en zelf wat moois gebouwd.

Met Kerst ben ik wel vrij. Maar volgens mij gaan we dit jaar niet zoveel doen thuis. Cadeautjes en een gedichtje, en dat is niet heel moeilijk.

Eigenlijk vind ik het wel leuk, al die feestdagen. Het is bij ons thuis met Kerst namelijk niet “verplicht gezellig”. Bij ons thuis heeft niemand zin om verplicht gezellig te doen. Wij doen al sinds jaar en dag gewoon gezellig. We doen zeg maar net zo lang gezellig, tot we er geen zin meer in hebben. Daarna gaan we een film kijken of een boek lezen op de bank. Eigenlijk net zoals elke avond die we met zijn viertjes doorbrengen.

Heerlijk.

Studie-ontwijkend gedrag

Misschien ken je het wel, al studeer je helemaal niet. In plaats van [vervelende taak] ga je maar iets anders doen. Liefst iets dat op de korte termijn wel iets oplevert, zoals de afwas doen, stofzuigen of je kamer opruimen. Ik heb voor de herfstvakantie een boel huiswerk opgespaard, en ondanks mijn goede voornemens verviel ook ik in studie-ontwijkend gedrag.

Ik heb gisteren mijn kamer eens een grote beurt gegeven. Het ging me niet zo zeer om het schoonmaken, maar om de spullen. Dat zit zo. Ik heb een nieuw bovenbuurmeisje met heel weinig spullen. Dat bedoel ik niet negatief; ze heeft haar flatje (dat verder precies hetzelfde is als de mijne) net iets anders ingericht. Veel strakker, veel minder rommelig en veel.. klassieker. Als ik dan mijn eigen kamer zie valt me pas op wat een puinzooi het is, ook als het opgeruimd is. Daar komt nog bij dat ik echt een hamster ben soms. Ik gooi alles maar in laatjes, op stapels en als ik dan een keer moet opruimen, schuif ik de stapels hooguit op alfabetische volgorde. Niet erg tactisch en vast heel slecht voor je aura.

Gisteren was het dus feest. Per kast / hoek van mijn kamer heb ik een vaste procedure aangehouden om de boel weg te krijgen. Eerst heb ik alles op mijn bed gegooid. Alle laatjes, alle losse CD’tjes, alle kabeltjes en andere losse troep. Hupsakee. Vervolgens heb ik met een doekje de ergste stoflagen weggeboend. Daarna ben ik heel erg streng gaan filteren. Zodra iets ook maar een beetje “niet-nuttig” meer was, gooide ik het in een vuilniszak. De rest ging terug de kast in. Opgerold, opgevouwen, ingeklapt en netjes naast elkaar. Op die manier heb ik structureel mijn hele kamer gedaan. Wel drie volle vuilniszakken gingen de ondergrondse container in. Opgeruimd staat netjes. Ik ben de hele dag bezig geweest. Daarna heb ik even vlug gestofzuigd en ben ik nog snel even met een lapje langs alle deurposten en vensterbanken gegaan. De kamer glimde me werkelijk tegemoet!

Mijn huiswerk echter, ligt nog steeds op me te wachten.

Internet

In de categorie “ik ben een nerd” de volgende mededeling: Ik heb thuis eindelijk weer internet! Sinds vorige week zat ik geduldig te wachten tot het lampje op mijn nieuwe Telfort-modem zou gaan branden. Vanochtend was het zover, en na wat ongeduldig instellen doet de hele boel het weer.

Dat betekent dat ik eindelijk een beetje vlug internet heb, én ik hoef niet meer gebruik te maken van het internet van de buurman. Of van wie het ook was. Ik had in mijn flatje precies genoeg ontvangst om een onbeveiligd draadloos netwerk op te pikken. Dat was allemaal niet zo snel en het levert natuurlijk ook risico’s op. Maargoed, eind goed al goed.

En nu ga ik weer downloaden!

Fretten op het balkon

Ik rook altijd buiten. Zo van “als ik dan toch moet roken, dan wel in de kou. Lekker puh mezelf!”. Mijn flat heeft een gezamelijk balkonnetje en meestal sta ik daar te paffen.

Vorige week stond ik nogal raar te kijken toen daar een kattenkooitje stond. Je weet wel, zo’n dierenarts-ding. Met daarin, tot mijn grote verbazing, een slaperige en nogal rillerige fret. Het was dan ook nogal koud buiten. Omdat het arme beest nogal stonk ben ik maar beneden gaan staan (ja roken stinkt nog meer!) en ik ben het hele geval vergeten.

Vanochtend stond het kooitje er weer. Met tot mijn verbazing, twee fretten! Allebei rillerig, allebei slaperig. Maar wie oh wie in mijn flat zou in godsnaam twee fretten willen houden, en ze vervolgens ‘s nachts op het balkonnetje dumpen?

Vraag twee: wat moet ik er in godsnaam mee? Ik vind het eigenlijk wel zielig.

Verhuizen! (Hey, dat stond hier aleens)

Mijn browser vult het zelfs voor me aan want jawel, ik ga alweer verhuizen.

Na de koude kille flat in het verre Arnhem-Zuid ga ik een dezer dagen (als de Volkshuisvesting alles rond heeft gemaakt) verhuizen naar een zelfstandig appartement in het gezellige Arnhem-Noord. 200 meter van het centrum, dichtbij school en dichtbij ouders. Kortom: ideaal. Bovendien is het een relatief modern gebouw (een jaar of 20, 30 oud) en dus een stuk warmer dan mijn huidige flat. En de huur is lager, en de voorzieningen moderner. En bovendien loont het om een kledder verf op de muren te smeren. Immers, dit pand staat er nog wel even!

Alleen maar voordelen dus! En nu verhuizen dus, en dat is nogal wat geregel. Ik heb geen plek voor de helft van mijn meubelen, er moet een nieuwe koelkast in, een nieuw bed en nieuwe vloerbedekking. Ik moet internet verhuizen, de telefoonlijn verhuizen en ga zo maar door. En het leukste is is dat ik er net achter kwam dat ik al deze tijd niet heb betaald voor mijn water. Gelijk de eerste dag dat ik op mijn huidige flat woonde kreeg ik een stevige rekening van het Waterschap Rivierenland. “Oh” dacht ik, “dat gaat weer wel vanzelf!“. Vrolijk betaalde ik en vergat helemaal dat er ook zoiets is als Vitens, die normaal gesproken centjes int voor het gebruik van de kraan. Ik zie wel een rekening verschijnen dus.

Meer nieuws; ik ga binnenkort misschien over naar burningCat, de geniale software van Knut en rickmans. Ik heb ze laatst flink afgezeken tijdens een lokale installatie van het hele pakket (om te testen) maar stiekem vind ik het prachtig spul. Er zitten nog genoeg bugs in en dus heb ik wat te zeuren; Serendipity is zo geweldig dat het haast niet beter kan. Ik ben benieuwd of het wat is!

En nog wat anders. Spam treft ook mijn weblog weer. Check maar eens dit plaatje. Het wordt automatisch geupdate. Zoals je kan zien heb ik hem vier dagen (op het moment van schrijven) geleden nog gereset. En nu al bijna 5000 spamberichten!

Uiteraard worden ze automatisch gefilterd, maar irritant is het wel!

Je bespaart er energie mee.

Vanochtend was het maarliefst negen graden in mijn douche. Dat komt, mijn flat heeft geen centrale verwarming, en het raampje stond open. Met mij romantisch samen douchen gaat ongeveer zo: Je rent in je blote niksie naar de douche (want je verlaat de enige kamer met een verwarming) en je negeert je bevroren voeten op de ijs- en ijskoude tegels. Je tikt het licht aan en je duikt het douchehokje in. Vervolgens draai je de warme kraan open. Terwijl de geiser rommelend tot leven komt sta je gezellig samen te bibberen tot het warme water begint te stromen. Vervolgens moet de koudwater stroom met chirurgische precisie gereguleerd worden om niet alsnog dood te gaan van de kou.

Als dat eenmaal gebeurd is, en je staat onder het straaltje, moet je al blauwbekkend elkaar inzepen en omstebeurt afspoelen (terwijl de ander zijn/haar bevroren tenen uit het doucheputje haalt). Uiteindelijk sta je dus een minuut of drie onder de douche, waarvan de helft in de kou náást de douche omdat de ander eronder moet. Om je na het douchen af te drogen doe je het volgende: Je droogt je rudimentair af, je sprint terug naar de enige warme kamer en je gaat je náást de gaskachel verder afdrogen. Terwijl je benen wegschroeien naast de roodgloeiende ijzertjes van het apparaat, kijk je elkaar nog eens romantisch aan.

Het heeft bij mij maar één voordeel: zie daarvoor de titel van dit stukje.

Stofzuigers en vocht

Geen goede combinatie, en niet vanwege de electra in zo’n ding.

Mijn stofzuiger staat altijd in de hal, in een kast in de hal om precies te zijn. En daar is het niet zo warm, en een beetje vochtig. Nou ja, het wordt klam met dit regenachtige weer, snap je?

In dit stofzuiger zit een halfvolle zak. Ongeveer. Die raakt steeds voller langzaam maar zeker maar is in principe halfvol. Al een tijdje rook het naar landbouwplastic als ik de stofzuiger aanzette. En ik had zoiets van “ach, dat zal wel loslopen. Het apparaat is nieuw, dat hoort vast”. Ik begon pas iets te vermoeden toen de stofzuigerzakmeter (scrabblewoord!) nooit voller werd. En dus, zou er soms een zwart gat in mijn stofzuiger zijn? En dus trok ik de bovenkant er maar eens af. En je wil niet weten wat ik daar zag. Uiteraard ga ik het wel vertellen.

Eén grote klont vochtige stofzuigerzakvulling (stof, draadjes, haren, plasticjes, dingetjes) gemixt met een gezonde hoeveelheid schimmel. Gadverdamme. En dat was nog niet eens het ergste, want de zak zelf zat samen met deze rommel aan de onder- en zijkanten vastgekoekt. Stevig vastgekoekt.

Inmiddels is het tien over zeven en ik heb net drie kwartier lang de schimmel uit mijn stofzuiger zitten boenen. En nog lang niet alles is eruit.

Bah. Gelukkig ga ik vanavond naar Borad, dat maakt de avond iig goed.