Internetten voor gevorderden

Op zich maakt het me bijzonder weinig uit hoe mensen het internet gebruiken. Er wordt gedate via internet, recepten uitgewisseld, gechat en gebeld. Je kan het zo gek niet bedenken of er is wel een website voor. De strip xkcd noemt het “regel 34“. Als je het kan bedenken, is er porno van. Het klinkt gek, maar het is zo. Neem het maar van mij aan, ik heb het mogen ervaren.

Wat zo jammer is dat men er niet uit haalt wat er in zit. De meeste mensen blijven een beetje “aan de oppervlakte”. Nieuws lezen en e-mailen, dat is het wel. Maar zeker als je informatie zoekt, is het belangrijk om bijvoorbeeld goed te kunnen Googlen. Als het je veel tijd kost om je mail te lezen of bij te blijven: er zijn verschrikkelijk veel websites en “web applicaties*” om ook jouw internetervaring wat rijker te maken. Daar je toch al een internetverbinding hebt, kost het je alleen maar wat tijd. Geïnspireerd door Gauwains prachtige stukje over social media, geef ik in dit stukje wat voorbeelden om internet wat handiger te maken.

Zoeken
Iedereen kan zoektermen invoeren op Google. Weinig mensen vinden meteen wat ze willen weten. Wil je op vakantie? Gooi dan in hemelsnaam niet “vakantie” in Google. Je hebt toch minstens een idee van waar je heen wilt? Google dan eens “op vakantie naar xx” in Google. Zoek je de handleiding van jouw stofzuiger? Gebruik dan eens niet “handleiding stofzuiger” maar begin gelijk met “Siemens Y91 manual”. Scheelt je dertigduizend algemene onzinpagina’s. Een mooie Engelse handleiding om te Googlen kan je hier lezen. Google heeft zelf ook heel wat tips. Mocht je op zoek zijn naar een bepaald apparaat, gebruik dan Give Me Back My Google om al die stomme reviewsites over te slaan. Verdiep je eens in de kunsten van het Googlen. Je staat er van te kijken wat je naar boven kan krijgen.

Als je wilt oefenen, kijk dan eens op A Google A Day. Het is een bijzondere versie van Google: hij loopt een dag achter. Elke dag krijg je een nieuwe, lastige vraag. Probeer hem maar eens te beantwoorden, door te Googlen.

Mailen
Steeds meer mensen hebben webmail. Een accountje bij GMail of Hotmail is zo gepiept. Ook bieden de meeste providers dergelijke functies aan, om op vakantie ook je mail te kunnen checken. Kortom, overal en altijd toegang. Maar hoe je je mail ook gebruikt: waarom laat je alles in je inbox hangen? Thuis slingert de post toch ook niet rond? De meeste mensen hebben minstens een la waar de gelezen post in verdwijnt. Doe dat online ook eens!

De meeste aanbieders van webmail laten je mailtjes “archiveren“. Ze zijn er nog wel, maar ze staan niet in je inbox. Dat ruimt al op! Maak anders een mapje “Archief”. Donder daar alles in. De volgende keer dat je naar je mail gaat, zie je alleen de nieuwe dingen. Laat je mail staan tot je er mee klaar bent. Dat doe je toch ook met je post? Rekeningen gaan bij mij niet de la in tot ik ze betaald heb. Zo ook, gaan te beantwoorden e-mailtjes niet in het archief tot ik wat heb teruggestuurd.

Een handige truc is het maken van berichtregels, of filters. De meeste webmail aanbieders laten je regels opstellen waarmee je automatisch berichtjes kan filteren. De nieuwsbrieven die ik krijg bijvoorbeeld gaan per definitie in het mapje “Nieuwsbrieven”. Ik wil ze wel lezen hoor, maar niet nu. Hupsakee, uit de weg die rommel. Dat kan je natuurlijk ook doen met mail van vrienden (in het mapje “Vrienden”, wellicht?) of van sociale netwerksites, zoals Facebook. Sorteer, over drie dagen tijd, al je nieuwe mail. Dat kan je vervolgens automatisch laten doen, als je maar uitzoekt hoe.

Wil je opruimen, maar mag je inbox niet meteen helemaal leeg? Sorteer je e-mail dan eens op het afzenderveld. Scroll door je e-mail, en je ziet gelijk “groepen” mail die wel (of niet) het archief in kunnen. Op die manier gooide ik eens 120 mailtjes van Facebook en Flickr weg!

Krijg je heel veel nieuwsbrieven? Het is tegenwoordig min of meer verplicht om de mogelijkheid tot uitschrijven aan te bieden. Gebruik dat! Zie je de optie niet? Maak dan een filter of berichtregel aan. Kost je vijf minuten.

E-mailadressen en telefoonnummers
Dit is gerelateerd aan de e-mail. Mijn moeder heeft zo’n mooi zwart adresboekje. Nieuw adres er in, oud adres er uit. Gewoon doorstrepen. Tabbladen voor het alfabet. Handig! Ik doe dat op mijn telefoon, maar het principe is hetzelfde.

De meeste maildiensten hebben zulke functionaliteit ook. GMail bijvoorbeeld heeft een volwaardig adresboek. Ook Apple computers en Windows komen met programma’s die dat kunnen. Waarom nog zoeken naar het ingewikkelde e-mailadres van die collega? Zet het in je adresboek. Als je vervolgens mail aan Pietje adresseert, vult jouw programma het aan tot het juiste adres.

Bovendien is het mogelijk om al die mensen in te delen in groepen. Maak eens een groepje Familie, Vrienden en Collega’s aan. Deel de mensen die je kent in in die groepen. Dat scheelt veel met zoeken naar adressen, en je kan het direct gebruiken om die groep mensen te mailen. Het eerste begin is wel lastig. Maak maar eens een groep “Ongesorteerd” aan en zet daar iedereen in. Succes! Daar ga je, met 230 mensen. Gelukkig zijn daar hulpmiddelen voor. Gist bijvoorbeeld kan adressen voor je uitzoeken. Google Contacts geeft mooie overzichten van belangrijke en minder belangrijke mensen, en Yahoo! heeft handigheidjes om dubbele mensen uit je digitale adresboek te halen.

Wat is hier nou gevorderd aan? Nou, dit soort digitale adresboeken vervuilen heel erg snel. Ik had ooit drie of vier keer dezelfde collega er in staan. “Hans Kazan”, “H. Kazan”, “familie Kazan”, “Kazan, Hans”, en ga zo maar door. Hou dat bij. Voeg mensen samen. Geef in het adresboek het onderscheid aan tussen werk en privé adressen. Dat kan. Immers, je wilt dezelfde Hans bereiken. Als je nog een stap verder wilt gaan, regel dan een smartphone. Na vijf minuten instellen synchroniseert-ie met je adresboek. Nooit meer zoeken!

Oh, en nog een extra gevorderde tip: maak groepen aan voor mensen die je vaak tegelijkertijd mailt. Bijvoorbeeld “ooms en tantes” of “vrienden die ik op mijn feestje wil”. Als je de naam van de groep begint te typen in het Aan-veld, vult jouw e-mail programma automatisch alle e-mailadressen in.

Up to date blijven
Heb jij dat ook? Tientallen interessante websites in je bookmarks. Eigenlijk wil je ze allemaal wel lezen. Vervolgens zit je de hele dag tussen die sites heen en weer te bladeren. Schiet niet op. Zou het niet fijn zijn als je nieuwe berichtjes op één website bij elkaar zou kunnen zetten? Gelukkig kan dat! Dankzij RSS (hier een uitleg voor dummies), een zogenaamde “synchronisatietechniek” is het mogelijk om de updates van een website bij elkaar te krijgen, zonder dat je er zelf heen hoeft te surfen. Neem eens een kijkje op Google Reader (hier heb je een Google account voor nodig). Daar kan je zelf sites verzamelen en het nieuws van die websites bijhouden. Dit is zeker een tip voor gevorderden, maar de moeite waard. Ik hoef geen twintig nieuwssites meer af te struinen; Google verzamelt het allemaal op één plaats. Tip: zoek op een site naar dit (RSS) icoontje. Het op deze manier “verzamelen” van websites is ontzettend fijn, maar dat icoontje staat zelden op een vaste plaats. Sommige browsers geven zelf aan of een website “RSS” aanbieden, bij anderen zul je moeten zoeken.

Als je Firefox hebt: je kan zogenaamde “Live Bookmarks” aanmaken. In plaats van één link naar een website heb je een soort mapje. In dat mapje verschijnen vanzelf de laatste updates van die site. Als je wilt weten hoe dat moet, Google het maar. Je weet nu hoe je goed kan Googlen.

Social media
Heb je al een Facebook, Twitter of Google+ account? Tof, voeg me toe! Als je dat hebt gedaan is het meteen tijd om de bende eens op te ruimen. Je hebt vast veel vrienden, of je volgt veel mensen. Maar je hoeft echt niet alles direct voor je neus te krijgen. Zou het niet fijn zijn om de updates van je familie wel te zien, maar die van die ene collega juist nooit? Ik kan je vertellen, sommige mensen die ik op Facebook heb interesseren me bar weinig. Ik zie hun updates alleen als ik er zelf heen surf, en dat is maar goed ook.

Gelukkig is het niet zo lastig om dat zelf ook in te stellen. Op Google+ heet dat “circles“. Je deelt mensen in cirkeltjes in, en je kiest vervolgens welke cirkels je wel wilt zien, en welke niet. Andersom ook: deel je je foto’s met iedereen of alleen met het cirkeltje “Goeie vrienden”? Facebook biedt dat tegenwoordig ook aan: je vriendenlijst verdeel je in groepen: vrienden, familie, kennissen. Als dat niet genoeg is maak je zelf extra groepen aan: “collega’s”, “oud-collega’s”, “geen idee wie dit zijn”, etcetera. Twitter maakt het lastiger: je kan lijstjes maken. Die lijstjes zijn echter openbaar. Iedereen kan jouw lijstjes zien. Het idee is hetzelfde, je ziet alleen updates van die lijstjes. Maak echter niet de fout om jouw lijstje “saaie sufferds” te noemen. Dat is misschien niet zo netjes.

Hoe je het ook aanpakt, je sociale netwerk wordt er een stuk overzichtelijker van.

Documenten en foto’s
Dit is maar zijlings een internetdingetje. Computer vol met Word documenten? Harde schijven vol foto’s? Gebruik eens een programma als Picasa en gooi ze daar allemaal in. Picasa kan je foto’s indelen op datum, locatie, personen op de foto, en laat je makkelijk albums maken. Net als dat we vroeger allemaal fotoalbums zaten te plakken, kan je in zulke programma’s mooie fotoboeken maken. Sterker nog, je kan ze nog laten printen ook.

Het fijne van zo’n programma (ook iPhoto voor de Mac is er goed in) is dat je de foto’s makkelijk online (en offline) kan zetten, om ze te delen met vrienden en zulks. Geen gedoe meer met vreemde sites of het mailen van bijlages. Je zet ze er op, en hupsakee, je haalt ze er weer af.

Documenten zijn lastiger te organiseren. Kijk eens naar je eigen fysieke administratie. Je hebt minstens een onderscheid tussen werk / school en privé. Begin daar eens. Deel documenten in op jaar of op maand. Maak de indeling steeds fijner. In mijn geval, ik hou het op jaar (mijn huidige mapje is dus “2012″, en daar binnen maak ik onderscheid tussen de dingen waar ik mee bezig ben. Afstuderen, Radboud en “correspondentie”. Terwijl het jaar loopt komen daar misschien dingen bij.

Sjouw jij ook overal een USB stick heen? Altijd geëmmer met verschillende versies van documenten? Ik had ooit “Verslag 1″, “Verslag 1a”, “Verslag 1a-na-werk”, en nog vier versies. Niet te doen!

Als je je opgeeft voor bijvoorbeeld DropBox ben je daar vanaf. Dropbox geeft je 2GB (best veel voor documenten) aan opslagruimte online. Wat is daar nou zo handig aan? Nou, door hun programma te installeren krijg je in je Mijn Documenten (of op de Mac, Documents) een extra mapje: “My Dropbox”. Alles dat je daar in gooit wordt “gesynchroniseerd” met de opslagruimte online. Als je vervolgens ergens anders bent, kan je verder met zeker weten de allerlaatste versie van je document. Ik gebruikte het ooit op zowel mijn laptop, als mijn vaste computer. Ik hoef geen documenten meer heen en weer te sturen (bijvoorbeeld mailen naar mezelf.. onhandig!), want Dropbox regelt dat.

Samengevat
Ik ken een aantal mensen die er thuis een rommeltje van maken. Dat doe ik ook. Maar als puntje bij paaltje komt (bijvoorbeeld als mijn moeder op visite komt) ruim ik alles op en geef ik het allemaal een mooi plekje. Online doe ik dat ook (en ben ik een stuk strenger). En dat terwijl mijn moeder nog nooit heeft gekeken of ik Mijn Documenten wel heb opgeruimd.

Dankzij (onder andere) een jaar Thalia en het principe “wie wat bewaart, die heeft wat”, heb ik inmiddels zo’n 500 mensen in mijn adresboek staan. Al die mensen hebben óf een telefoonnummer, óf een e-mailadres. Bovendien hebben alle telefoonnummers de landcode er bij staan (zoals +31) èn controleer ik regelmatig of er geen dubbele mensen tussen staan.

Ik lees nieuws via Google Reader. Er staan zo’n 120 websites in. Sommigen updaten heel vaak (NOS.nl), anderen bijna nooit (zoals het weblog van Stephan). Maar als er iets gebeurt, krijg ik het mee.

Ik heb allerlei systemen (gebruikt) om foto’s te delen. Nu gebruik ik zoveel mogelijk Picasa als ik foto’s wil delen. Ze kunnen de foto’s op eigen initatief bekijken, afgeschermd van de rest van de wereld terwijl ik ze zo weer offline kan halen.

Voor veel familie ben ik het “handige neefje”. Waarom denk je dat ik vraag om de foutmelding letterlijk op te schrijven? Simpel. Ik gooi hem in Google. Ik Google niet op “Windows loopt vast” (8 miljard resultaten) maar op de precieze foutmelding. Scheelt al een heel stuk.

Het mooie is dat dit helemaal niet veel tijd kost. Het is eigenlijk ook niet zo lastig. Er zijn genoeg gure avonden tijdens deze wintermaanden. Schenk jezelf een glas wijn, ga achter je computer zitten en organiseer!

* Ja, dat is een typisch voorbeeld van de Engelse ziekte. Maar het leest wel fijner, niet?

Ouderwets hoor

Het zou niet de eerste keer zijn dat ik het hoor. “Ouwe!”. Misschien is het ook wel zo. Ik schreef er laatst nog wat over.

Maar zo’n weblog hè? Zoals dit? Is dat niet hopeloos ouderwets? Ik bedoel, iedereen heeft Facebook, Twitter of Google+ om dit soort verhalen de ruimte in te zwengelen. Google+ wordt meer en meer gebruikt om opiniestukken op te schrijven. Veel technologiejongens zetten Google+ in om stukjes te schrijven over de iPhone, politiek of gewoon over hun dag, en reageren zo ook op elkaars epistels. Alsof het een soort moderne briefuitwisseling is. Naam er naast, reacties er onder. Hupsakee.

Dan kom ik daar met een weblog als dit natuurlijk wel heel erg 2005 bij over. Zit hij daar een beetje berichtjes te typen! Gebruikt hij RSS. Waarom geen snelle, flitsende, toffe pagina op G+ of Facebook?

Nou, redenen te over. Het privacy-issue niet direct. Althans, voor mij niet. Het maakt weinig uit of ik dit stukje op Facebook of op dit weblog zet. Mijn naam hangt er toch wel aan. Jullie privacy? Die komt ook een beetje in het geding. Ik gebruik namelijk de analyzesoftware van Google. Kortom, daar staan jullie ook in de database. Zeker nu ze hebben aangekondigd al hun verzamelde gegevens te gaan combineren.

Wat zou het dan zijn? Controle? Dat valt ook wel mee. Ik ben dan wel heer en meester over dit domein, ik heb nog nooit een reactie verwijderd; laat staan een stukje van mezelf. Overigens zijn er door de jaren heen genoeg reacties verdwenen: verhuizingen naar andere software, verhuizingen naar andere providers, elke keer ging er wel iets mis. Maar dat is het verder niet echt. Mijn archief staat vol met schaamtevolle lulkoek die ik vroeger de wereld in meende te gooien. Dat moet dan maar.

Er blijft maar weinig over. Sterker nog, de meeste sociale netwerken drukken jouw updates actief de wereld in. Het wordt gedeeld met je “circles“, je vrienden of je volgers. Mijn weblog doet dat niet. Ik doe dat zelf wel. Als ik me stil hou, valt het volgens mij maar weinig mensen op dat er hier weer een nieuw stukje staat. Ondanks het feit dat ik een aantal trouwe lezers heb (wat ik dan toch wel heel erg fijn vind) is het toch een beetje “mijn stekkie”. Als niemand het las was het ook goed.

Toch vind ik het wel wat hebben. Mijn eigen weblog. Geen geknoei met stomme instellingen op Blogger, geen platgeslagen site vanwege een mislukte backup, en ten alle tijden vrij om mijn bezoekers lastig te vallen met wat dan ook. Vulgair, bloot, stom, het mag allemaal. Immers, het is aan jullie om het te lezen, niet waar? Bovendien kan ik het zo mooi of lelijk maken als ik wil. Knoeien met HTML, een lelijke layout er op. Best wel fijn.

Maar wat vinden jullie? Zal ik dit weblog vervangen door een Google+ pagina? Wil je doorverwezen worden naar Twitter? Je staat er van te kijken wat er in 140 tekens past. Misschien moet ik jullie allemaal toevoegen op Facebook, en mijn profiel minder privé maken.

Of zal ik gewoon ouderwets doortypen? Dat heeft ook voordelen!

Quote v.d. dag: "Mijn dochter van 9 ziet in een film iemand op typemachine werken en zegt: "dat is handig, wordt het gelijk geprint."

De conclusie lijkt me simpel genoeg. Het is charmant, zo’n weblog. Het heeft wel iets. Er zijn maar weinig mensen die zich nog zonder het lidmaatschap van een sociaal netwerk buiten durven te vertonen. Weblogs zie je volgens mij steeds minder. Hooguit als iemand op reis gaat naar Timboektoe. Dan wordt er een reisblogje uit de klei getrokken vol met guitige (en jaloersmakende) updates over plaatsen waar je nooit bent geweest en waarschijnlijk nooit heen zal gaan.

Eigenlijk ben ik gewoon een ontzettende hipster.

Lijntekening van een typemachine

Nuttig nerden

Vandaag kwam ik er achter dat ik wel degelijk nuttige dingen kan programmeren. Ik bedoel, op mijn werk doe ik dat al, maar thuis zit ik meestal maar een beetje aan te klooien.

Tot nu! Hoera! Lees gauw verder als je er tegen kan om ontzettende nerd dingen te lezen.

Ik zit op Twitter. Twitter, voor de mensen die het niet kennen, is voor diegenen die de wereld graag laten weten wat ze allemaal uitspoken, en denken dat de wereld daar op zit te wachten. Zoals je misschien al vermoedde, ben ik een fervent twitteraar.

Mijn Twitter pagina is echter wel afgeschermd. Net als mijn Facebook en mijn Hyves (ja, dat bestaat nog). Hoewel ik er bijzonder weinig bezwaar heb dingen van mezelf online te gooien (want anders had ik dit weblog ook niet), hou ik wel graag een beetje controle over wat er dan allemaal van me online staat. Ik Google mezelf regelmatig, ik controleer of er niet al te pijnlijke foto’s van me te vinden zijn en ik hou mijn LinkedIn keurig up-to-date.

Wat ik tot nu toe nooit kon, was ook al mijn Facebook-vriendjes lastig vallen met wat voor een oninteressants ik allemaal aan het doen was. Tot vandaag dus!

Dat zit zo: mijn Twitter is afgeschermd. En al die “van Twitter naar Facebook”-programmaatjes die er zijn, kunnen daar niet tegen. Schermen vol foutmeldingen, computer-crashes, zelfs het eind der tijden wijt ik stiekem aan deze onoverbrugbare kloof tussen een afgeschermde Twitter-account, en Facebook.

Zojuist heb ik echter een scriptje weten te bouwen, dat inlogt op mijn Twitter, daar de laatste berichtjes vanaf sleurt en die op m’n Facebook plempt. Handig, want nu hoef ik nog maar op één plek door te geven dat ik de trein gemist heb, dat ik op een geniaal feestje ben, of dat ik weer eens iemand iets heel doms hoorde zeggen *.

Nou vraag je je vast af waarom dat nou zo bijzonder is. Dat daar een hele blogpost over geschreven moet worden. Goed, dat vraag ik me ook af. Maar bedenk je dat het voor de meeste computernerds ontzettend fijn is als iets ein-de-lijk werkt, nadat je er lange tijd aan hebt gewerkt. Dat is echt heel erg fijn. Bijna beter dan seks.

Bijna. Zo’n grote nerd ben ik nou ook weer niet.

* Laatst nog iemand: “Ik denk dat ik op vakantie ga naar de Caraïben. Of Aruba, dat lijkt me ook vet”

Organiseren voor gevorderden

Althans, ik vind mezelf een gevorderde. Hoe chaotisch ik ook ben soms. Ben jij ook zo’n chaoot? Misschien heb je wat aan deze dingen!

Op de uni is het nu druk. Allerlei commissies, het bestuur van de studievereniging, student-assistentschap, en daarbij ook nog ‘gewoon’ huiswerk. Om een beetje orde in die chaos te brengen heb ik sinds een paar dagen mijn mail, agenda en takenlijstjes een update gegeven. Tot nu toe werkt het wonderlijk goed!

In GMail, een must voor iedereen die weleens emailt (ja ook jullie, hotmail gebruikers!) heb ik filters aangemaakt. Mail van de uni komt in het bakje RU, mail van vrienden in het bakje Vrinden en alle stomme nieuwsbrieven gaan gelijk de prullenbak in. Ja, ik ben te lui om me uit te schrijven. Dankzij Google’s functie om filters te importeren en te exporteren, heb ik die filters gewoon in Notepad++ kunnen schrijven en combineren. Het resultaat? Dertig filters, en altijd een lege inbox. Het is in het begin een kwestie van consequent nieuwe filters aanmaken voor alle mail die in je inbox staat, of daar in terecht komt. Is dat eenmaal geregeld, hoef je het alleen nog maar bij te houden.

Met Remember The Milk hou ik mijn taken bij. Nee, ik gebruik niet die primitieve shit van Google. Categorieën, tags, alles kan. Supershiny, en het synced met mijn foon. Een soort kladblokje, maar dan uitgebreider.

De laatste tool is natuurlijk Google Calendar. Ik heb vijf agenda’s, nog eens drie voor het bestuur van Thalia, ééntje voor mijn vakken (die wordt automatisch geupdate met de goede lokalen, superhandig), en wat agenda’s voor verjaardagen, Thalia-events en weeknummers enzo. De boel staat altijd stampvol, maar ik kan een dag tot op de minuut volplannen met meuk. Dat doe ik dan ook regelmatig. Mijn telefoon piept enthousiast als ik een afspraak heb, en ik vergeet bijna niks meer!

Nerd als ik ben, heb ik ervoor gezorgd dat alles synchroniseert tussen al mijn hippe gadgets. Het enige dat nu nog moet gebeuren is dat is alles ook daadwerkelijk doe zoals ik het inplan, indeel en mezelf opleg. Dat is misschien nog wel het moeilijkste. Maar het begin is er, en ik ben benieuwd hoe het dit jaar gaat!

De wondere wereld van het illegale e-book

Sinds ik de trotse bezitter ben van een iPad ben ik tot de ontdekking gekomen dat er, naast illegale muziek en films, ook een markt is voor illegale electronische boeken.

Veel bedrijven geven tegenwoordig ook digitale boeken uit. Amazon heeft de Kindle, Bol.com verkoopt ze, en ook Apple heeft ze in het assortiment. Vaak zijn die boeken van het epub-formaat, wat garandeert dat elke digitale boekenlezer er mee om kan gaan. Maar ook PDF documenten worden regelmatig aangeboden.

Uiteraard zijn er sites vol met illegale boeken. En dan heb ik het niet over het type boeken dat wordt weggemoffeld onder het kopje ‘censuur’. Ook boeken kan je tegenwoordig illegaal downloaden. De uitgeversindustrie vecht daar uiteraard tegen, maar echt veel helpt het niet. Het hoeft eigenlijk ook niet. De boeken zijn van matige kwaliteit en vaak verminkt op de een of andere manier. Je komt de gekste dingen tegen. Ik heb een boek waar de letter ‘r’ niet in voorkomt. Ik heb boeken die zo klein “gedrukt” zijn, dat de tekst nauwelijks te lezen is. Andere boeken zijn rampzalig ingedeeld, hebben geen inhoudsopgave of missen de clue. Vooral dat laatste is gemeen. Ik downloadde een boek van mijn held Douglas Adams (geen zorgen, het boek staat hier ook in de kast). Het verhaal klopte bijna tot aan de laatste letter. De grote grap waar in het verhaal zorgvuldig naar wordt toegewerkt, is weggelaten! Zonder die grap is het boek maar ‘zo zo’. Leuk, komisch, maar het mist een spark. En die spark, die heb ik hier op papier staan. Het digitale documentje doet het zonder. Erg jammer.

Ook zijn er ingescande boeken te downloaden. Wie daar ooit aan begonnen is mag Joost weten. Een PDF bestand van ettelijke megabytes, met per pagina een slecht gescand vel uit een boek, schuin geplaatst, lage resolutie, vol met vlekjes van de Albert Heijn-scanner en dus totaal onleesbaar.

Een nieuwe trend is schaamteloze zelfpromotie. Ik downloadde anderhalve gigabyte boeken over “The Pickup Artist”. Dat is van oorsprong een TV-serie van een kerel die computernerds vrouwen leert versieren. Ideale kost voor mij, zou je zeggen. Het zijn bij elkaar iets van 400 ‘boeken’. Tussen haakjes, want de ene helft bestaat uit internet-artikelen, gegoten in een PDF-bestand. Een kwart is schaamteloze spam (jawel, het bestaat!) en de rest bevat tips van twijfelachtig allooi, waarbij de helft nog eens van anderen is gejat. Serieus. De voor de hand liggende tip “poets je tanden voor een date” kom je al overal tegen, maar ook minder voor de hand liggende zaken komen in elk ‘boek’ weer terug. Schiet niet echt op.

De enige goede boeken die je kan downloaden zijn klassiekers. George Orwell, Charles Dickens, Mark Twain. Die categorie. En die zijn toch gratis, want het auteursrecht is allang verlopen. Niks spannends aan dus.

Het leven van een papieren piraat gaat niet over rozen…

Achterlijke zoekrobots

Zo, even een nerdpostje doen. Sla dit stukje dus rustig over als je niet weet wat ‘indexeren’ is. ;)

Ik blog al sinds 2004 ofzo. Dat is inmiddels zes jaar, en dat klopt wel ongeveer, want ik begon toen ik nog op het MBO zat. Mijn allereerste stukje ging over het feit dat ik een weblog was begonnen. Het alleroudste stukje dat tegenwoordig nog online staat is een pareltje over BNN. Zonder de bijbehorende reacties, want die zijn in de loop der tijd verloren gegaan.

Waarom zijn die verloren gegaan? Verhuizingen. Ik begon ooit bij Blogger.com, de gratis blogdienst. Tegenwoordig van Google was dat destijds het beste alternatief voor de diensten van web-log, dat destijds afschuwelijk lelijke sites produceerde.

Later stapte ik over naar mijn eigen site, hier op nder.be. Ik gebruikte één van de eerste weblogprogramma’s voor op je website. Ietwat primitief, weinig opties en niet bepaald een wonder van techniek. Maar het werkte, en blog.nder.be is sindsdien hét adres geworden voor stukjes door mij geschreven. Ja, en tegenwoordig staan ze ook op Hyves. Dikke kans dat je dit daar leest.

De webadressen waarop mijn stukjes te vinden zijn zijn sinds die tijd dan ook flink veranderd. Bij Blogger.com ging het nog wel. Daar was het iets als /blog/titel.html. Mijn eerste weblog produceerde wazige dingen zoals /index.php?id=29292. De updates daarna, en wisselingen van de wacht op software gebied leverden elke keer andere links op.

Op zich was dat niet zo’n probleem. Alles werkte immers, als je op mijn weblog zat. Maar het internet zelf was wat hardnekkiger. Oude linkjes gingen stuk. Toen ik ooit van software wisselde moest ik nog maanden oude linkjes in Google fixen.

Tegenwoordig zit dat wel goed. Google pikt me goed op, net als Yahoo! en Bing. Maar er zijn nog een boel entrepeneurs met primitieve webrobots die het concept ‘pagina niet gevonden’ niet snappen. Ze duiken ergens een oud linkje op (en geen idee waar, ik kan ze niet vinden), en proberen dat te bezoeken. Ze krijgen vervolgens de keurige melding “sorry, pagina niet gevonden“.

In plaats van daar gehoor aan te geven en het linkje maar te vergeten blijven ze het proberen. Het gevolg? Ik heb soms tientallen, zo niet honderden meldingen in mijn logboeken staan van debiele webrobots die hardnekkig dezelfde oeroude link proberen te bezoeken. En meestal repareer ik de link handmatig, zodat-ie weer werkt, maar vaak ook niet. Ik heb, zeker twee dagen voor mijn afstudeerpresentatie zoals nu, wel wat beters te doen. En denk maar niet dat zulke webrobots gehoor geven aan het technische jargon dat mijn website inmiddels heeft, waar min of meer in staat dat ze op moeten donderen.

Eigenlijk kan je maar één conclusie trekken uit al dat gemier met websites. Het internet is inmiddels net zo ‘volwassen’ als ik. Meestal wel, maar met regelmaat helemaal niet.

Wie doet wie… live!

Herinner je je “wie doet wie?” nog? Ik had het erover in een eerdere weblogpost. “Wie doet wie?” gaat de ultieme website worden om uit te tekenen wie van jouw vrienden met met wie heeft gedaan. Kortom, lekker confronterend, heerlijk fout en vooral erg grappig.

Een hele poos geleden (iets meer dan een jaar zelfs!) beloofde ik hier op dit weblog een fijne website waarop je zelf zulke schema’s zou kunnen tekenen. Je herinnert je misschien dit voorbeeld nog wel.

Hoe dan ook, het grote nieuws. Eindelijk is er een werkende demo live! Jawel, je kan nu naar www.wiedoetwie.nl gaan, je registreren, en zelf toffe schema’s tekenen!

Ze zijn nog niet zo mooi, en de site is hier en daar een beetje buggy, maar ik zit er bovenop en ik luister naar elke klacht en suggestie. Dus ga er vlug heen, en doe je ding!

En vanwege eerdere vragen twee belangrijke opmerkingen:

  • Néé, als je een account aanmaakt kom je niet automatisch in het een of andere schema terecht. Behalve als je zelf wilt ;).
  • Als je een schema tekent, is ie privé. Van jou. En dan kan niemand erbij. Zelfs ik niet.

Nou, waar wacht je nog op? Ga!

Domeinnamen

Elke keer als ik met Walter, Sjoerd en de rest in de kroeg zit, of op een BBQ, of waar dan ook, komen we vanzelf op de gekste domeinnamen. Dat zijn meestal pareltjes zoals www.benikaljarig.nl of www.hetisuit.nl. De meeste van die domeinen zijn al bezet. We verzinnen wat, Sjoerd checkt het, en helaas. Alweer bezet! Maar we zijn nerds, en het levert altijd veel hilariteit op als iemand weer eens met een maffe domeinnaam aankomt. En regelmatig zitten er echt hele leuke bij. Soms zijn dat namen die ik echt moet hebben. En dan gaat het fout…

Tot kortgeleden moest ik best wel moeite doen om een domein te registreren. Ik printte een offerte uit, ik ondertekende die, en die stuurde ik op. Dat gaf me meer dan genoeg tijd om me over mijn nieuwe impulsaankoop te bezinnen. Plus, het kostte me een postzegel. Ik kon dus nadenken over de vraag: “Is deze domeinnaam nou wel zo leuk?“. Meestal was het antwoord “nee“, en dan registreerde ik niks. Scheelde me nog geld ook. Zo bleef het verzinnen van domeinnamen een onschuldig tijdverdrijf.

Maar nu is het anders. Nu kan ik domeinnamen registreren door ff een mailtje te sturen. En in de toekomst wordt het nog veel simpeler, want dan wordt het gewoon een formuliertje. Formuliertje invullen en het domein is van jou. En dat opent natuurlijk een wereld aan mogelijkheden qua impulsaankopen. Zelfs nu ik kan mailen gaat het veel en veel te hard. Samen met Walter en Sjoerd hebben we inmiddels een hele waslijst aan domeinen:

- mijninternetdoethetniet.nl
- beroepsmopperaar.nl
- roddelfabriek.nl
- benikaljarig.nl
- watdoejijhier.nl
- ishetnogaan.nl
- wiedoetwie.nl
- lebberweb.nl

Ik heb al tegen mezelf gezegd dat het nou wel genoeg is, maar ik geloof niet dat ik luister. Tijdens het volgende feestje komen er vast weer tientallen briljante domeinnnamen voorbij. Ik hoop maar dat ik me in kan houden…