Internetdaten

Wat een feest is dàt! Een vriendin van de uni had zich opgegeven voor zo’n site; ik als nieuwsgierig aagje ging natuurlijk ook even kijken of ik haar profiel kon vinden.

Nou is de wereld van het internetdaten me niet helemaal vreemd. Ooit zat ik op paiq, opgezet door een ondernemende via-via vriend, om te kijken hoe het allemaal werkte. Met de twintig leden die de website destijds had werd ik binnen de kortste keren gekoppeld aan mijn ex-vriendin. Pas daarna aan mijn toenmalige vriendin. Auw.

OkCupid heeft een fantastisch weblog, en een even zo leuke dating site. Ze “matchen” hun leden aan de hand van vragen: die gaan van vervelend (welk Griekse woord is verkeerd gespeld?) tot flauw (Wat is groter: de aarde of de zon?). Leuker is het dat je kan aangeven wat jouw potentiële date zou moeten invullen: de aarde of de zon?

Hard gelachen heb ik om mooiemensen.com. Wie weet kan ik daar een mede-narcist scoren. Kunnen we elkaar samen romantisch bewonderen in de spiegel. Of nou ja.. Ik kreeg het niet heel warm van de voorbeeldfoto’s.

Daar hield mijn kennis over datingsites wel op. Ik heb nooit heel serieus geinternetdate. Ooit had ik een Relatieplanet profiel maar dat was vooral om rond te neuzen: via via kwam ik op een site (voor internetdaters) waar de leden onderling de meest hilarische profielen uitwisselden. Jongens en meiden die bloedserieus opschreven “dat ze van hobbies hielden”.

Voor de site waar zij op zat was het echter verplicht om alles in te vullen, foto’s te uploaden en wat al niet meer. Je profiel, je voorkeuren (geen vakje voor “blond met grote memmen” maar geen website is perfect), en een fijn stukje proza om jezelf te beschrijven.

Foto’s had ik zo te pakken. Een verhaaltje was lastiger. Ik werkte ooit in een winkel waar ze ook “online datingadvies”-boekjes verkochten: tips en trucs voor de online single. Via Google kreeg ik de meeste tips ook wel te pakken en toen ging ik aan’t schrijven. Minstens 50 tekens. Leek me niet zo lastig.

Enfin, een dag later had ik iets redelijks op papier staan. Het is nog best moeilijk ook. Vooral omdat ik het (en dat is wel een beetje gemeen van me) niet zo serieus nam: ik had vier variaties op “Jonge god zoekt gelijkgestemd meisje om samen eens lekker niet zo moeilijk te doen”. Maar dáár score je vast geen dates mee. De zin was wel 50 tekens lang.

Toen moest ik nog op zoek naar die vriendin. Zo nauwkeurig mogelijk mijn voorkeuren matchen aan haar profiel, zodat ze gelijk op pagina 1 zou staan. Niet makkelijk: zou ze zich omschrijven als “normaal”? “Slank”? “Volslank”? “Wat extra pondjes”? Allemaal dan maar. En omdat ze ver weg woont moest ik ook nog “in een regio van 400 kilometer rondom Arnhem” aangeven. Eindresultaat: 8502 matches verdeeld over 355 pagina’s.

Toch maar even bellen. Vragen wat ze nou had ingevuld. Aan de hand daarvan had ik mijn lijst matches teruggekregen naar vijf pagina’s. Honderdtwintig meisjes van 24 met een leuk koppie, bruin haar, (nog) geen kinderwens, sportief en wat al niet meer. Ik kwam haar halverwege pagina 2 tegen. Leuk! Gauw een WhatsAppberichtje er achteraan om haar succes te wensen; ze had een best een leuk verhaaltje en mooie foto’s (en ik kan het weten, want het waren foto’s die ik gemaakt heb).

Eigenlijk was ik van plan om mijn profiel daarna weer weg te donderen. Maarja.. Ik heb nog steeds een pagina voor mijn neus met 119 andere matches. Daar moet ik toch wel wat mee doen? Anders is het ook zonde..

Hoe sta jij op Google?

Ok ok, ik geef het toe: ik Google mezelf regelmatig om te kijken hoe ik er uit kom. Welke websites naar me linken; wie het over mij heeft, en wat er allemaal over mij te vinden valt. Ik heb er zelfs een Alert voor ingesteld. Maar een betere vraag is misschien: wil je wel op Google staan?

Sollicitanten weten er alles al van. Zodra je ergens een CV inlevert gaat je naam door de Googlemachine. Kijken wat er terug komt. Een Facebookprofiel misschien? De foto’s van die keer dat je op vakantie bloot van het balkon afsprong? Een pittige (en controversiële) politieke mening? Beter zorg je er voor dat die zaken niet zichtbaar zijn.

Zelf heb ik een behoorlijk unieke naam. Kortom: als je een andere Sander met mijn achternaam tegenkomt, ben ik het. Gauwain heeft helemaal ‘pech’: zoeken op zijn voornaam is al genoeg. Anderen hebben meer geluk en heten Jan Jansen of Frits Rutte. Dan verdrink je in de resultaten van anderen.

Maar ja, wil je wel op Google staan? Liever niet natuurlijk. Tenzij je in de computer/internet bizniz rondhangt. Dan moet je wel. Zonder LinkedIn, Facebook en Google+ profiel hoor je er anders echt niet bij.

Als je dan toch in de zoekresultaten rondhangt, zorg er dan in ieder geval voor dat het positief is. Noem het maar “damage control“. Er zijn al Amerikaanse websites die negatieve verhalen rondstrooien (op zoveel mogelijk namen) die ze tegen betaling weghalen. Een slimme jongen betaalt dat niet, maar zorgt dat zijn eigen website er bovenuit steekt. Het lijkt een beetje op “What happens in Vegas, stays in Vegas“. Hoewel het internet een stuk vergevingsgezinder is dan vroeger (onder andere dankzij wetgeving) is het nog steeds lastig om negatieve berichtjes weg te krijgen. Laat staan foto’s, dat is helemaal irritant dankzij internet caches en dat soort dingen.

Kijk maar eens wat er gebeurt als je jezelf in Google gooit. Open wel een anoniem / privé browserscherm. Dan zijn de resultaten namelijk het meest neutraal. En dan maar bladeren. Elke pagina bekijken om te zien waar je staat, waarom je er staat, en of je er wel blij mee bent. Ben je er niet blij mee? Kijk dan eens waar het op staat. Een krant? Zomaar een site? Geen idee? Over het algemeen valt er wel tegenop te boksen. Neem eens contact op met de sitebeheerder. Kijken wat hij kan doen. Anders kijk je of je het weg kan drukken door je eigen site flink te spammen.

Ik kwam mezelf al tegen via Facebook*, een site waar je kan stemmen of ik een jerk ben (typisch zo’n Amerikaanse geld aftroggelaar), LinkedIn, de krant, en nog veel meer. Gelukkig is het allemaal behoorlijk positief (of in ieder geval niet negatief). De resultaten waarvan ik zoiets had van “nou, dat hoeft van mij niet online” zijn inmiddels verdwenen. Om het plaatje compleet te maken heb ik een kleine website in elkaar gedraaid die als het goed is op de eerste pagina staat. Geduld is wel nodig: Google pakt niet alle updates elke dag mee.

Mensen die er geld voor over hebben om goed in Google te staan zouden naar Google Adwords moeten gaan. Daar kan je advertenties kopen die bij bepaalde zoektermen komen te staan. Als je vervolgens advertenties koopt bij jouw voornaam/achternaam sta je sowieso op de eerste plek in Google!

Is dat baas of niet?

* Reageren op openbare berichten maakt jouw reactie ook openbaar, ongeacht jouw persoonlijke instellingen.

Gebakken lucht

Heel Nederland stond weer op zijn kop. “Bangalijsten”, wat was de hype nu weer? Iets met seks? Whatever. De NOS was vlug genoeg om gauw nog even “sociale media” mee te nemen in hun nieuwsberichtje, en dat is veel belangrijker.

Terwijl de rest van Nederland met de gedachten alweer bij het filenieuws was, bleven de meeste (conservatieve) clubjes nog even doorzaniken over dit “nieuwe oude” fenomeen. Mannen die vrouwen keuren, dat lijkt me niks nieuws toch? Ik weet nog wel waar ik over dagdroomde op de middelbare school. Hint: niet de lesstof.

De kritiek op die organisaties, die een soort jaren ’50 beeld hebben van meisjes (onschuldige popjes die maagd blijven tot het huwelijk) en jongens (seksbeluste hormoonbommen) wil ik nu even overslaan. Daar valt genoeg over te lezen als je handig kan Googlen. Bovendien zijn er rellen over het meisje dat zelfmoord gepleegd schijnt te hebben naar aanleiding van zo’n lijst. Allemaal niet zo fijn. Daarom gaat het vandaag over “zoosjal miedieja”.

Sociale media zijn zo’n heerlijk onderwerp waar bijna heel Nederland geen donder van snapt. Moeders gaan aarzelend Facebook’en, sommige ooms en tantes hangen nog op Hyves rond en politici laten hun materiedeskundigen kekke opmerkingen Twitteren. Zelfs Wilders laat zich zijn uitspraken door een duur PR-bureau influisteren. Of dacht je echt dat hij zelf zo vlot was elke keer? Kortom, iedereen is er mee bezig!

Ik ga echt niet uitleggen wat het allemaal is. Zoek een handig neefje en laat je je een Facebook-account aanpraten. Bedenk je wel: wat je ook online zet, het staat er voor eeuwig.

Wat het vooral niet is, daar wil ik het eens over hebben. Want het wordt nogal een hype allemaal, en dat is nergens voor nodig. Laten we eens wat minder zwaar aan social media tillen.

Facebook: behalve iedereen toevoegen die je kent, is het ook handig om in contact te komen met klasgenoten van vroeger, oud-collega’s en verre vrienden. Mwoah. Beter kan je je afvragen of al die mensen wel zo interessant zijn. Zat jij ook in het bankje achter het mooiste meisje van de klas? Inmiddels weegt ze 800 kilo en heeft ze 7 kinderen. De wildebras die met gym alles durfde zit nu veilig ergens in het middenmanagement. De ontluikende hippie (die je stiekem bewonderde om haar felle mening over de bioindustrie) woont nu in een communie en ruikt een beetje naar maïszeep. Wel fijn: je oude pestkop is assistentmanager bij de Konmar.

Vroeger kwam je daar op een tienjaarlijkse reünie achter, en kon je thuis veilig bijkomen onder het genot van een fles wijn. Met een sociaal netwerk zoals Facebook word je 24/7 met ze geconfronteerd.

Dan maar de jeugd toevoegen als “vriend”. Neefjes en nichtjes enzo. Geen goed plan! Mensen onder de zestien posten doorgaans alles op Facebook. Alles. Incrowd grapjes voor klasgenoten, slecht geschoten telefoonfoto’s (extra slecht dankzij een “mooi” Instagram kleurenfilter), en elk spelletje dat ze ooit gespeeld hebben stuurt je digitale koeien voor je virtuele boerderij. Je liket je een ongeluk.

Twitter dan maar? Dat is helemaal drama. Bijna niemand is het volgen waard. Ik weet in ieder geval dat mijn tweets zelden spannend zijn. Websites moet je sowieso niet volgen. Die posten elk nieuwsberichtje op twitter, als een soort veredelde dorpsomroeper. Voor jezelf is het het leukst als je Twitter ook zo gebruikt: gewoon af en toe eens de wereld ingooien wat je allemaal doet. Hou het wel leuk, en lekker licht.

Maar zelfs als mensen jouw updates gaan “volgen” op Twitter ben je er nog niet. Twitter is voornamelijk eigengeilerij. Mensen die jou gaan volgen, moet je wel terugvolgen. Het is net als met Kerstkaarten. Zo vroeg mogelijk in het jaar (liefst begin november) krijg je een Kerstkaartje van tante Bertha. Stuur je er géén terug, krijg je het jaar daarop niets. Als iemand jou volgt, moet je hem of haar natuurlijk wel terugvolgen. Anders is het niet eerlijk. Ofzo.

Toen ik vroeger klein was, ging ik met mijn ouders vaak naar de dierentuin. Burgers Zoo, hier in Arnhem. De apenrots was mijn favoriete plek na de tijgers. Ik vond het bijvoorbeeld ontzettend leuk om te zien dat die beesten in hun blote (!) billen rondliepen. Blote! Billen! Daar ben ik nooit vanaf gekomen; ik heb nog steeds een voorliefde voor blote billen.

Hoe dan ook, het allerleukste was het toch wel als één van die apen begon te schreeuwen. Welhaast zonder pauze begon de rest ook. Nog voor mijn vader me had opgetild (ik kon niet over het muurtje kijken) zat de hele rots zo hard mogelijk te krijsen en te springen.

Op Twitter heet dat “retweeten”.

Hyves is uit. De welhaast onzichtbare maar onvermijdelijke exodus naar Facebook was een zichzelf versterkend effect. Iedereen zit daar! Kortom, geen tijd in steken, tenzij je aan 12 jarigen en trage oma’s marketeert. Hyves is dus vooral een heleboel niet. Als echte nerd kan ik je tevens vertellen: er voor programmeren is óók een drama.

Nieuw is Google+. Het zit briljant in elkaar, maar het vereist denkwerk, en dat schrikt af. Iedereen zit ook nog eens op Facebook, en daar is het allemaal “opt-in”. Upload je leven en wij suggereren met wie je allemaal bevriend zou moeten zijn. Google+ zit een stuk lastiger in elkaar. Kan je ineens niet iedereen lastig vallen met je updates, moet je verdorie aangeven wie ze mag zien. En dan is het nog maar de vraag of ze het ook daadwerkelijk lezen, want ze kunnen jou ergens in een hoekje wegzetten en daar merk je niks van.

Google+ is voor mensen die meer luisteren dan praten. Niks voor mij dus.

Al die social media; uiteindelijk schiet je er niet veel mee op. Als bedrijf heb je precies één seconde omTE LAAT! om de aandacht van je volgers te trekken. Want met 400 anderen dringen om een plekje op het prikbord van jouw volgers, is dat wel efficiënt?

Het is niet zo gek dat steeds meer mensen er mee kappen. Als je wil weten hoe het met ze gaat, dan bel je ze maar gewoon. Desnoods een e-mailtje. Ook bedrijven zijn steeds meer “social media moe”. Liever bouwen ze gewoon een fijne website. Eentje die helder in elkaar zit. Zonder tientallen knopjes en dingetjes. Met een telefoonnummer, en een e-mailadres. En af en toe schrijft de baas een nieuwsberichtje. Met spelfouten die niemand verbetert.

Binnenkort zie je het op de werkbusjes. Weg met “Like ons op Facebook!”. In de toekomst lees je: “Loodgieterij Van Amstel: Zonder gebakken lucht.”.

Internetten voor gevorderden

Op zich maakt het me bijzonder weinig uit hoe mensen het internet gebruiken. Er wordt gedate via internet, recepten uitgewisseld, gechat en gebeld. Je kan het zo gek niet bedenken of er is wel een website voor. De strip xkcd noemt het “regel 34“. Als je het kan bedenken, is er porno van. Het klinkt gek, maar het is zo. Neem het maar van mij aan, ik heb het mogen ervaren.

Wat zo jammer is dat men er niet uit haalt wat er in zit. De meeste mensen blijven een beetje “aan de oppervlakte”. Nieuws lezen en e-mailen, dat is het wel. Maar zeker als je informatie zoekt, is het belangrijk om bijvoorbeeld goed te kunnen Googlen. Als het je veel tijd kost om je mail te lezen of bij te blijven: er zijn verschrikkelijk veel websites en “web applicaties*” om ook jouw internetervaring wat rijker te maken. Daar je toch al een internetverbinding hebt, kost het je alleen maar wat tijd. Geïnspireerd door Gauwains prachtige stukje over social media, geef ik in dit stukje wat voorbeelden om internet wat handiger te maken.

Zoeken
Iedereen kan zoektermen invoeren op Google. Weinig mensen vinden meteen wat ze willen weten. Wil je op vakantie? Gooi dan in hemelsnaam niet “vakantie” in Google. Je hebt toch minstens een idee van waar je heen wilt? Google dan eens “op vakantie naar xx” in Google. Zoek je de handleiding van jouw stofzuiger? Gebruik dan eens niet “handleiding stofzuiger” maar begin gelijk met “Siemens Y91 manual”. Scheelt je dertigduizend algemene onzinpagina’s. Een mooie Engelse handleiding om te Googlen kan je hier lezen. Google heeft zelf ook heel wat tips. Mocht je op zoek zijn naar een bepaald apparaat, gebruik dan Give Me Back My Google om al die stomme reviewsites over te slaan. Verdiep je eens in de kunsten van het Googlen. Je staat er van te kijken wat je naar boven kan krijgen.

Als je wilt oefenen, kijk dan eens op A Google A Day. Het is een bijzondere versie van Google: hij loopt een dag achter. Elke dag krijg je een nieuwe, lastige vraag. Probeer hem maar eens te beantwoorden, door te Googlen.

Mailen
Steeds meer mensen hebben webmail. Een accountje bij GMail of Hotmail is zo gepiept. Ook bieden de meeste providers dergelijke functies aan, om op vakantie ook je mail te kunnen checken. Kortom, overal en altijd toegang. Maar hoe je je mail ook gebruikt: waarom laat je alles in je inbox hangen? Thuis slingert de post toch ook niet rond? De meeste mensen hebben minstens een la waar de gelezen post in verdwijnt. Doe dat online ook eens!

De meeste aanbieders van webmail laten je mailtjes “archiveren“. Ze zijn er nog wel, maar ze staan niet in je inbox. Dat ruimt al op! Maak anders een mapje “Archief”. Donder daar alles in. De volgende keer dat je naar je mail gaat, zie je alleen de nieuwe dingen. Laat je mail staan tot je er mee klaar bent. Dat doe je toch ook met je post? Rekeningen gaan bij mij niet de la in tot ik ze betaald heb. Zo ook, gaan te beantwoorden e-mailtjes niet in het archief tot ik wat heb teruggestuurd.

Een handige truc is het maken van berichtregels, of filters. De meeste webmail aanbieders laten je regels opstellen waarmee je automatisch berichtjes kan filteren. De nieuwsbrieven die ik krijg bijvoorbeeld gaan per definitie in het mapje “Nieuwsbrieven”. Ik wil ze wel lezen hoor, maar niet nu. Hupsakee, uit de weg die rommel. Dat kan je natuurlijk ook doen met mail van vrienden (in het mapje “Vrienden”, wellicht?) of van sociale netwerksites, zoals Facebook. Sorteer, over drie dagen tijd, al je nieuwe mail. Dat kan je vervolgens automatisch laten doen, als je maar uitzoekt hoe.

Wil je opruimen, maar mag je inbox niet meteen helemaal leeg? Sorteer je e-mail dan eens op het afzenderveld. Scroll door je e-mail, en je ziet gelijk “groepen” mail die wel (of niet) het archief in kunnen. Op die manier gooide ik eens 120 mailtjes van Facebook en Flickr weg!

Krijg je heel veel nieuwsbrieven? Het is tegenwoordig min of meer verplicht om de mogelijkheid tot uitschrijven aan te bieden. Gebruik dat! Zie je de optie niet? Maak dan een filter of berichtregel aan. Kost je vijf minuten.

E-mailadressen en telefoonnummers
Dit is gerelateerd aan de e-mail. Mijn moeder heeft zo’n mooi zwart adresboekje. Nieuw adres er in, oud adres er uit. Gewoon doorstrepen. Tabbladen voor het alfabet. Handig! Ik doe dat op mijn telefoon, maar het principe is hetzelfde.

De meeste maildiensten hebben zulke functionaliteit ook. GMail bijvoorbeeld heeft een volwaardig adresboek. Ook Apple computers en Windows komen met programma’s die dat kunnen. Waarom nog zoeken naar het ingewikkelde e-mailadres van die collega? Zet het in je adresboek. Als je vervolgens mail aan Pietje adresseert, vult jouw programma het aan tot het juiste adres.

Bovendien is het mogelijk om al die mensen in te delen in groepen. Maak eens een groepje Familie, Vrienden en Collega’s aan. Deel de mensen die je kent in in die groepen. Dat scheelt veel met zoeken naar adressen, en je kan het direct gebruiken om die groep mensen te mailen. Het eerste begin is wel lastig. Maak maar eens een groep “Ongesorteerd” aan en zet daar iedereen in. Succes! Daar ga je, met 230 mensen. Gelukkig zijn daar hulpmiddelen voor. Gist bijvoorbeeld kan adressen voor je uitzoeken. Google Contacts geeft mooie overzichten van belangrijke en minder belangrijke mensen, en Yahoo! heeft handigheidjes om dubbele mensen uit je digitale adresboek te halen.

Wat is hier nou gevorderd aan? Nou, dit soort digitale adresboeken vervuilen heel erg snel. Ik had ooit drie of vier keer dezelfde collega er in staan. “Hans Kazan”, “H. Kazan”, “familie Kazan”, “Kazan, Hans”, en ga zo maar door. Hou dat bij. Voeg mensen samen. Geef in het adresboek het onderscheid aan tussen werk en privé adressen. Dat kan. Immers, je wilt dezelfde Hans bereiken. Als je nog een stap verder wilt gaan, regel dan een smartphone. Na vijf minuten instellen synchroniseert-ie met je adresboek. Nooit meer zoeken!

Oh, en nog een extra gevorderde tip: maak groepen aan voor mensen die je vaak tegelijkertijd mailt. Bijvoorbeeld “ooms en tantes” of “vrienden die ik op mijn feestje wil”. Als je de naam van de groep begint te typen in het Aan-veld, vult jouw e-mail programma automatisch alle e-mailadressen in.

Up to date blijven
Heb jij dat ook? Tientallen interessante websites in je bookmarks. Eigenlijk wil je ze allemaal wel lezen. Vervolgens zit je de hele dag tussen die sites heen en weer te bladeren. Schiet niet op. Zou het niet fijn zijn als je nieuwe berichtjes op één website bij elkaar zou kunnen zetten? Gelukkig kan dat! Dankzij RSS (hier een uitleg voor dummies), een zogenaamde “synchronisatietechniek” is het mogelijk om de updates van een website bij elkaar te krijgen, zonder dat je er zelf heen hoeft te surfen. Neem eens een kijkje op Google Reader (hier heb je een Google account voor nodig). Daar kan je zelf sites verzamelen en het nieuws van die websites bijhouden. Dit is zeker een tip voor gevorderden, maar de moeite waard. Ik hoef geen twintig nieuwssites meer af te struinen; Google verzamelt het allemaal op één plaats. Tip: zoek op een site naar dit (RSS) icoontje. Het op deze manier “verzamelen” van websites is ontzettend fijn, maar dat icoontje staat zelden op een vaste plaats. Sommige browsers geven zelf aan of een website “RSS” aanbieden, bij anderen zul je moeten zoeken.

Als je Firefox hebt: je kan zogenaamde “Live Bookmarks” aanmaken. In plaats van één link naar een website heb je een soort mapje. In dat mapje verschijnen vanzelf de laatste updates van die site. Als je wilt weten hoe dat moet, Google het maar. Je weet nu hoe je goed kan Googlen.

Social media
Heb je al een Facebook, Twitter of Google+ account? Tof, voeg me toe! Als je dat hebt gedaan is het meteen tijd om de bende eens op te ruimen. Je hebt vast veel vrienden, of je volgt veel mensen. Maar je hoeft echt niet alles direct voor je neus te krijgen. Zou het niet fijn zijn om de updates van je familie wel te zien, maar die van die ene collega juist nooit? Ik kan je vertellen, sommige mensen die ik op Facebook heb interesseren me bar weinig. Ik zie hun updates alleen als ik er zelf heen surf, en dat is maar goed ook.

Gelukkig is het niet zo lastig om dat zelf ook in te stellen. Op Google+ heet dat “circles“. Je deelt mensen in cirkeltjes in, en je kiest vervolgens welke cirkels je wel wilt zien, en welke niet. Andersom ook: deel je je foto’s met iedereen of alleen met het cirkeltje “Goeie vrienden”? Facebook biedt dat tegenwoordig ook aan: je vriendenlijst verdeel je in groepen: vrienden, familie, kennissen. Als dat niet genoeg is maak je zelf extra groepen aan: “collega’s”, “oud-collega’s”, “geen idee wie dit zijn”, etcetera. Twitter maakt het lastiger: je kan lijstjes maken. Die lijstjes zijn echter openbaar. Iedereen kan jouw lijstjes zien. Het idee is hetzelfde, je ziet alleen updates van die lijstjes. Maak echter niet de fout om jouw lijstje “saaie sufferds” te noemen. Dat is misschien niet zo netjes.

Hoe je het ook aanpakt, je sociale netwerk wordt er een stuk overzichtelijker van.

Documenten en foto’s
Dit is maar zijlings een internetdingetje. Computer vol met Word documenten? Harde schijven vol foto’s? Gebruik eens een programma als Picasa en gooi ze daar allemaal in. Picasa kan je foto’s indelen op datum, locatie, personen op de foto, en laat je makkelijk albums maken. Net als dat we vroeger allemaal fotoalbums zaten te plakken, kan je in zulke programma’s mooie fotoboeken maken. Sterker nog, je kan ze nog laten printen ook.

Het fijne van zo’n programma (ook iPhoto voor de Mac is er goed in) is dat je de foto’s makkelijk online (en offline) kan zetten, om ze te delen met vrienden en zulks. Geen gedoe meer met vreemde sites of het mailen van bijlages. Je zet ze er op, en hupsakee, je haalt ze er weer af.

Documenten zijn lastiger te organiseren. Kijk eens naar je eigen fysieke administratie. Je hebt minstens een onderscheid tussen werk / school en privé. Begin daar eens. Deel documenten in op jaar of op maand. Maak de indeling steeds fijner. In mijn geval, ik hou het op jaar (mijn huidige mapje is dus “2012″, en daar binnen maak ik onderscheid tussen de dingen waar ik mee bezig ben. Afstuderen, Radboud en “correspondentie”. Terwijl het jaar loopt komen daar misschien dingen bij.

Sjouw jij ook overal een USB stick heen? Altijd geëmmer met verschillende versies van documenten? Ik had ooit “Verslag 1″, “Verslag 1a”, “Verslag 1a-na-werk”, en nog vier versies. Niet te doen!

Als je je opgeeft voor bijvoorbeeld DropBox ben je daar vanaf. Dropbox geeft je 2GB (best veel voor documenten) aan opslagruimte online. Wat is daar nou zo handig aan? Nou, door hun programma te installeren krijg je in je Mijn Documenten (of op de Mac, Documents) een extra mapje: “My Dropbox”. Alles dat je daar in gooit wordt “gesynchroniseerd” met de opslagruimte online. Als je vervolgens ergens anders bent, kan je verder met zeker weten de allerlaatste versie van je document. Ik gebruikte het ooit op zowel mijn laptop, als mijn vaste computer. Ik hoef geen documenten meer heen en weer te sturen (bijvoorbeeld mailen naar mezelf.. onhandig!), want Dropbox regelt dat.

Samengevat
Ik ken een aantal mensen die er thuis een rommeltje van maken. Dat doe ik ook. Maar als puntje bij paaltje komt (bijvoorbeeld als mijn moeder op visite komt) ruim ik alles op en geef ik het allemaal een mooi plekje. Online doe ik dat ook (en ben ik een stuk strenger). En dat terwijl mijn moeder nog nooit heeft gekeken of ik Mijn Documenten wel heb opgeruimd.

Dankzij (onder andere) een jaar Thalia en het principe “wie wat bewaart, die heeft wat”, heb ik inmiddels zo’n 500 mensen in mijn adresboek staan. Al die mensen hebben óf een telefoonnummer, óf een e-mailadres. Bovendien hebben alle telefoonnummers de landcode er bij staan (zoals +31) èn controleer ik regelmatig of er geen dubbele mensen tussen staan.

Ik lees nieuws via Google Reader. Er staan zo’n 120 websites in. Sommigen updaten heel vaak (NOS.nl), anderen bijna nooit (zoals het weblog van Stephan). Maar als er iets gebeurt, krijg ik het mee.

Ik heb allerlei systemen (gebruikt) om foto’s te delen. Nu gebruik ik zoveel mogelijk Picasa als ik foto’s wil delen. Ze kunnen de foto’s op eigen initatief bekijken, afgeschermd van de rest van de wereld terwijl ik ze zo weer offline kan halen.

Voor veel familie ben ik het “handige neefje”. Waarom denk je dat ik vraag om de foutmelding letterlijk op te schrijven? Simpel. Ik gooi hem in Google. Ik Google niet op “Windows loopt vast” (8 miljard resultaten) maar op de precieze foutmelding. Scheelt al een heel stuk.

Het mooie is dat dit helemaal niet veel tijd kost. Het is eigenlijk ook niet zo lastig. Er zijn genoeg gure avonden tijdens deze wintermaanden. Schenk jezelf een glas wijn, ga achter je computer zitten en organiseer!

* Ja, dat is een typisch voorbeeld van de Engelse ziekte. Maar het leest wel fijner, niet?

Ouderwets hoor

Het zou niet de eerste keer zijn dat ik het hoor. “Ouwe!”. Misschien is het ook wel zo. Ik schreef er laatst nog wat over.

Maar zo’n weblog hè? Zoals dit? Is dat niet hopeloos ouderwets? Ik bedoel, iedereen heeft Facebook, Twitter of Google+ om dit soort verhalen de ruimte in te zwengelen. Google+ wordt meer en meer gebruikt om opiniestukken op te schrijven. Veel technologiejongens zetten Google+ in om stukjes te schrijven over de iPhone, politiek of gewoon over hun dag, en reageren zo ook op elkaars epistels. Alsof het een soort moderne briefuitwisseling is. Naam er naast, reacties er onder. Hupsakee.

Dan kom ik daar met een weblog als dit natuurlijk wel heel erg 2005 bij over. Zit hij daar een beetje berichtjes te typen! Gebruikt hij RSS. Waarom geen snelle, flitsende, toffe pagina op G+ of Facebook?

Nou, redenen te over. Het privacy-issue niet direct. Althans, voor mij niet. Het maakt weinig uit of ik dit stukje op Facebook of op dit weblog zet. Mijn naam hangt er toch wel aan. Jullie privacy? Die komt ook een beetje in het geding. Ik gebruik namelijk de analyzesoftware van Google. Kortom, daar staan jullie ook in de database. Zeker nu ze hebben aangekondigd al hun verzamelde gegevens te gaan combineren.

Wat zou het dan zijn? Controle? Dat valt ook wel mee. Ik ben dan wel heer en meester over dit domein, ik heb nog nooit een reactie verwijderd; laat staan een stukje van mezelf. Overigens zijn er door de jaren heen genoeg reacties verdwenen: verhuizingen naar andere software, verhuizingen naar andere providers, elke keer ging er wel iets mis. Maar dat is het verder niet echt. Mijn archief staat vol met schaamtevolle lulkoek die ik vroeger de wereld in meende te gooien. Dat moet dan maar.

Er blijft maar weinig over. Sterker nog, de meeste sociale netwerken drukken jouw updates actief de wereld in. Het wordt gedeeld met je “circles“, je vrienden of je volgers. Mijn weblog doet dat niet. Ik doe dat zelf wel. Als ik me stil hou, valt het volgens mij maar weinig mensen op dat er hier weer een nieuw stukje staat. Ondanks het feit dat ik een aantal trouwe lezers heb (wat ik dan toch wel heel erg fijn vind) is het toch een beetje “mijn stekkie”. Als niemand het las was het ook goed.

Toch vind ik het wel wat hebben. Mijn eigen weblog. Geen geknoei met stomme instellingen op Blogger, geen platgeslagen site vanwege een mislukte backup, en ten alle tijden vrij om mijn bezoekers lastig te vallen met wat dan ook. Vulgair, bloot, stom, het mag allemaal. Immers, het is aan jullie om het te lezen, niet waar? Bovendien kan ik het zo mooi of lelijk maken als ik wil. Knoeien met HTML, een lelijke layout er op. Best wel fijn.

Maar wat vinden jullie? Zal ik dit weblog vervangen door een Google+ pagina? Wil je doorverwezen worden naar Twitter? Je staat er van te kijken wat er in 140 tekens past. Misschien moet ik jullie allemaal toevoegen op Facebook, en mijn profiel minder privé maken.

Of zal ik gewoon ouderwets doortypen? Dat heeft ook voordelen!

Quote v.d. dag: "Mijn dochter van 9 ziet in een film iemand op typemachine werken en zegt: "dat is handig, wordt het gelijk geprint."

De conclusie lijkt me simpel genoeg. Het is charmant, zo’n weblog. Het heeft wel iets. Er zijn maar weinig mensen die zich nog zonder het lidmaatschap van een sociaal netwerk buiten durven te vertonen. Weblogs zie je volgens mij steeds minder. Hooguit als iemand op reis gaat naar Timboektoe. Dan wordt er een reisblogje uit de klei getrokken vol met guitige (en jaloersmakende) updates over plaatsen waar je nooit bent geweest en waarschijnlijk nooit heen zal gaan.

Eigenlijk ben ik gewoon een ontzettende hipster.

Lijntekening van een typemachine

Nuttig nerden

Vandaag kwam ik er achter dat ik wel degelijk nuttige dingen kan programmeren. Ik bedoel, op mijn werk doe ik dat al, maar thuis zit ik meestal maar een beetje aan te klooien.

Tot nu! Hoera! Lees gauw verder als je er tegen kan om ontzettende nerd dingen te lezen.

Ik zit op Twitter. Twitter, voor de mensen die het niet kennen, is voor diegenen die de wereld graag laten weten wat ze allemaal uitspoken, en denken dat de wereld daar op zit te wachten. Zoals je misschien al vermoedde, ben ik een fervent twitteraar.

Mijn Twitter pagina is echter wel afgeschermd. Net als mijn Facebook en mijn Hyves (ja, dat bestaat nog). Hoewel ik er bijzonder weinig bezwaar heb dingen van mezelf online te gooien (want anders had ik dit weblog ook niet), hou ik wel graag een beetje controle over wat er dan allemaal van me online staat. Ik Google mezelf regelmatig, ik controleer of er niet al te pijnlijke foto’s van me te vinden zijn en ik hou mijn LinkedIn keurig up-to-date.

Wat ik tot nu toe nooit kon, was ook al mijn Facebook-vriendjes lastig vallen met wat voor een oninteressants ik allemaal aan het doen was. Tot vandaag dus!

Dat zit zo: mijn Twitter is afgeschermd. En al die “van Twitter naar Facebook”-programmaatjes die er zijn, kunnen daar niet tegen. Schermen vol foutmeldingen, computer-crashes, zelfs het eind der tijden wijt ik stiekem aan deze onoverbrugbare kloof tussen een afgeschermde Twitter-account, en Facebook.

Zojuist heb ik echter een scriptje weten te bouwen, dat inlogt op mijn Twitter, daar de laatste berichtjes vanaf sleurt en die op m’n Facebook plempt. Handig, want nu hoef ik nog maar op één plek door te geven dat ik de trein gemist heb, dat ik op een geniaal feestje ben, of dat ik weer eens iemand iets heel doms hoorde zeggen *.

Nou vraag je je vast af waarom dat nou zo bijzonder is. Dat daar een hele blogpost over geschreven moet worden. Goed, dat vraag ik me ook af. Maar bedenk je dat het voor de meeste computernerds ontzettend fijn is als iets ein-de-lijk werkt, nadat je er lange tijd aan hebt gewerkt. Dat is echt heel erg fijn. Bijna beter dan seks.

Bijna. Zo’n grote nerd ben ik nou ook weer niet.

* Laatst nog iemand: “Ik denk dat ik op vakantie ga naar de Caraïben. Of Aruba, dat lijkt me ook vet”

De wondere wereld van het illegale e-book

Sinds ik de trotse bezitter ben van een iPad ben ik tot de ontdekking gekomen dat er, naast illegale muziek en films, ook een markt is voor illegale electronische boeken.

Veel bedrijven geven tegenwoordig ook digitale boeken uit. Amazon heeft de Kindle, Bol.com verkoopt ze, en ook Apple heeft ze in het assortiment. Vaak zijn die boeken van het epub-formaat, wat garandeert dat elke digitale boekenlezer er mee om kan gaan. Maar ook PDF documenten worden regelmatig aangeboden.

Uiteraard zijn er sites vol met illegale boeken. En dan heb ik het niet over het type boeken dat wordt weggemoffeld onder het kopje ‘censuur’. Ook boeken kan je tegenwoordig illegaal downloaden. De uitgeversindustrie vecht daar uiteraard tegen, maar echt veel helpt het niet. Het hoeft eigenlijk ook niet. De boeken zijn van matige kwaliteit en vaak verminkt op de een of andere manier. Je komt de gekste dingen tegen. Ik heb een boek waar de letter ‘r’ niet in voorkomt. Ik heb boeken die zo klein “gedrukt” zijn, dat de tekst nauwelijks te lezen is. Andere boeken zijn rampzalig ingedeeld, hebben geen inhoudsopgave of missen de clue. Vooral dat laatste is gemeen. Ik downloadde een boek van mijn held Douglas Adams (geen zorgen, het boek staat hier ook in de kast). Het verhaal klopte bijna tot aan de laatste letter. De grote grap waar in het verhaal zorgvuldig naar wordt toegewerkt, is weggelaten! Zonder die grap is het boek maar ‘zo zo’. Leuk, komisch, maar het mist een spark. En die spark, die heb ik hier op papier staan. Het digitale documentje doet het zonder. Erg jammer.

Ook zijn er ingescande boeken te downloaden. Wie daar ooit aan begonnen is mag Joost weten. Een PDF bestand van ettelijke megabytes, met per pagina een slecht gescand vel uit een boek, schuin geplaatst, lage resolutie, vol met vlekjes van de Albert Heijn-scanner en dus totaal onleesbaar.

Een nieuwe trend is schaamteloze zelfpromotie. Ik downloadde anderhalve gigabyte boeken over “The Pickup Artist”. Dat is van oorsprong een TV-serie van een kerel die computernerds vrouwen leert versieren. Ideale kost voor mij, zou je zeggen. Het zijn bij elkaar iets van 400 ‘boeken’. Tussen haakjes, want de ene helft bestaat uit internet-artikelen, gegoten in een PDF-bestand. Een kwart is schaamteloze spam (jawel, het bestaat!) en de rest bevat tips van twijfelachtig allooi, waarbij de helft nog eens van anderen is gejat. Serieus. De voor de hand liggende tip “poets je tanden voor een date” kom je al overal tegen, maar ook minder voor de hand liggende zaken komen in elk ‘boek’ weer terug. Schiet niet echt op.

De enige goede boeken die je kan downloaden zijn klassiekers. George Orwell, Charles Dickens, Mark Twain. Die categorie. En die zijn toch gratis, want het auteursrecht is allang verlopen. Niks spannends aan dus.

Het leven van een papieren piraat gaat niet over rozen…

Achterlijke zoekrobots

Zo, even een nerdpostje doen. Sla dit stukje dus rustig over als je niet weet wat ‘indexeren’ is. ;)

Ik blog al sinds 2004 ofzo. Dat is inmiddels zes jaar, en dat klopt wel ongeveer, want ik begon toen ik nog op het MBO zat. Mijn allereerste stukje ging over het feit dat ik een weblog was begonnen. Het alleroudste stukje dat tegenwoordig nog online staat is een pareltje over BNN. Zonder de bijbehorende reacties, want die zijn in de loop der tijd verloren gegaan.

Waarom zijn die verloren gegaan? Verhuizingen. Ik begon ooit bij Blogger.com, de gratis blogdienst. Tegenwoordig van Google was dat destijds het beste alternatief voor de diensten van web-log, dat destijds afschuwelijk lelijke sites produceerde.

Later stapte ik over naar mijn eigen site, hier op nder.be. Ik gebruikte één van de eerste weblogprogramma’s voor op je website. Ietwat primitief, weinig opties en niet bepaald een wonder van techniek. Maar het werkte, en blog.nder.be is sindsdien hét adres geworden voor stukjes door mij geschreven. Ja, en tegenwoordig staan ze ook op Hyves. Dikke kans dat je dit daar leest.

De webadressen waarop mijn stukjes te vinden zijn zijn sinds die tijd dan ook flink veranderd. Bij Blogger.com ging het nog wel. Daar was het iets als /blog/titel.html. Mijn eerste weblog produceerde wazige dingen zoals /index.php?id=29292. De updates daarna, en wisselingen van de wacht op software gebied leverden elke keer andere links op.

Op zich was dat niet zo’n probleem. Alles werkte immers, als je op mijn weblog zat. Maar het internet zelf was wat hardnekkiger. Oude linkjes gingen stuk. Toen ik ooit van software wisselde moest ik nog maanden oude linkjes in Google fixen.

Tegenwoordig zit dat wel goed. Google pikt me goed op, net als Yahoo! en Bing. Maar er zijn nog een boel entrepeneurs met primitieve webrobots die het concept ‘pagina niet gevonden’ niet snappen. Ze duiken ergens een oud linkje op (en geen idee waar, ik kan ze niet vinden), en proberen dat te bezoeken. Ze krijgen vervolgens de keurige melding “sorry, pagina niet gevonden“.

In plaats van daar gehoor aan te geven en het linkje maar te vergeten blijven ze het proberen. Het gevolg? Ik heb soms tientallen, zo niet honderden meldingen in mijn logboeken staan van debiele webrobots die hardnekkig dezelfde oeroude link proberen te bezoeken. En meestal repareer ik de link handmatig, zodat-ie weer werkt, maar vaak ook niet. Ik heb, zeker twee dagen voor mijn afstudeerpresentatie zoals nu, wel wat beters te doen. En denk maar niet dat zulke webrobots gehoor geven aan het technische jargon dat mijn website inmiddels heeft, waar min of meer in staat dat ze op moeten donderen.

Eigenlijk kan je maar één conclusie trekken uit al dat gemier met websites. Het internet is inmiddels net zo ‘volwassen’ als ik. Meestal wel, maar met regelmaat helemaal niet.

Wie doet wie… live!

Herinner je je “wie doet wie?” nog? Ik had het erover in een eerdere weblogpost. “Wie doet wie?” gaat de ultieme website worden om uit te tekenen wie van jouw vrienden met met wie heeft gedaan. Kortom, lekker confronterend, heerlijk fout en vooral erg grappig.

Een hele poos geleden (iets meer dan een jaar zelfs!) beloofde ik hier op dit weblog een fijne website waarop je zelf zulke schema’s zou kunnen tekenen. Je herinnert je misschien dit voorbeeld nog wel.

Hoe dan ook, het grote nieuws. Eindelijk is er een werkende demo live! Jawel, je kan nu naar www.wiedoetwie.nl gaan, je registreren, en zelf toffe schema’s tekenen!

Ze zijn nog niet zo mooi, en de site is hier en daar een beetje buggy, maar ik zit er bovenop en ik luister naar elke klacht en suggestie. Dus ga er vlug heen, en doe je ding!

En vanwege eerdere vragen twee belangrijke opmerkingen:

  • Néé, als je een account aanmaakt kom je niet automatisch in het een of andere schema terecht. Behalve als je zelf wilt ;).
  • Als je een schema tekent, is ie privé. Van jou. En dan kan niemand erbij. Zelfs ik niet.

Nou, waar wacht je nog op? Ga!