Ouderwets hoor

Het zou niet de eerste keer zijn dat ik het hoor. “Ouwe!”. Misschien is het ook wel zo. Ik schreef er laatst nog wat over.

Maar zo’n weblog hè? Zoals dit? Is dat niet hopeloos ouderwets? Ik bedoel, iedereen heeft Facebook, Twitter of Google+ om dit soort verhalen de ruimte in te zwengelen. Google+ wordt meer en meer gebruikt om opiniestukken op te schrijven. Veel technologiejongens zetten Google+ in om stukjes te schrijven over de iPhone, politiek of gewoon over hun dag, en reageren zo ook op elkaars epistels. Alsof het een soort moderne briefuitwisseling is. Naam er naast, reacties er onder. Hupsakee.

Dan kom ik daar met een weblog als dit natuurlijk wel heel erg 2005 bij over. Zit hij daar een beetje berichtjes te typen! Gebruikt hij RSS. Waarom geen snelle, flitsende, toffe pagina op G+ of Facebook?

Nou, redenen te over. Het privacy-issue niet direct. Althans, voor mij niet. Het maakt weinig uit of ik dit stukje op Facebook of op dit weblog zet. Mijn naam hangt er toch wel aan. Jullie privacy? Die komt ook een beetje in het geding. Ik gebruik namelijk de analyzesoftware van Google. Kortom, daar staan jullie ook in de database. Zeker nu ze hebben aangekondigd al hun verzamelde gegevens te gaan combineren.

Wat zou het dan zijn? Controle? Dat valt ook wel mee. Ik ben dan wel heer en meester over dit domein, ik heb nog nooit een reactie verwijderd; laat staan een stukje van mezelf. Overigens zijn er door de jaren heen genoeg reacties verdwenen: verhuizingen naar andere software, verhuizingen naar andere providers, elke keer ging er wel iets mis. Maar dat is het verder niet echt. Mijn archief staat vol met schaamtevolle lulkoek die ik vroeger de wereld in meende te gooien. Dat moet dan maar.

Er blijft maar weinig over. Sterker nog, de meeste sociale netwerken drukken jouw updates actief de wereld in. Het wordt gedeeld met je “circles“, je vrienden of je volgers. Mijn weblog doet dat niet. Ik doe dat zelf wel. Als ik me stil hou, valt het volgens mij maar weinig mensen op dat er hier weer een nieuw stukje staat. Ondanks het feit dat ik een aantal trouwe lezers heb (wat ik dan toch wel heel erg fijn vind) is het toch een beetje “mijn stekkie”. Als niemand het las was het ook goed.

Toch vind ik het wel wat hebben. Mijn eigen weblog. Geen geknoei met stomme instellingen op Blogger, geen platgeslagen site vanwege een mislukte backup, en ten alle tijden vrij om mijn bezoekers lastig te vallen met wat dan ook. Vulgair, bloot, stom, het mag allemaal. Immers, het is aan jullie om het te lezen, niet waar? Bovendien kan ik het zo mooi of lelijk maken als ik wil. Knoeien met HTML, een lelijke layout er op. Best wel fijn.

Maar wat vinden jullie? Zal ik dit weblog vervangen door een Google+ pagina? Wil je doorverwezen worden naar Twitter? Je staat er van te kijken wat er in 140 tekens past. Misschien moet ik jullie allemaal toevoegen op Facebook, en mijn profiel minder privé maken.

Of zal ik gewoon ouderwets doortypen? Dat heeft ook voordelen!

Quote v.d. dag: "Mijn dochter van 9 ziet in een film iemand op typemachine werken en zegt: "dat is handig, wordt het gelijk geprint."

De conclusie lijkt me simpel genoeg. Het is charmant, zo’n weblog. Het heeft wel iets. Er zijn maar weinig mensen die zich nog zonder het lidmaatschap van een sociaal netwerk buiten durven te vertonen. Weblogs zie je volgens mij steeds minder. Hooguit als iemand op reis gaat naar Timboektoe. Dan wordt er een reisblogje uit de klei getrokken vol met guitige (en jaloersmakende) updates over plaatsen waar je nooit bent geweest en waarschijnlijk nooit heen zal gaan.

Eigenlijk ben ik gewoon een ontzettende hipster.

Lijntekening van een typemachine

Nuttig nerden

Vandaag kwam ik er achter dat ik wel degelijk nuttige dingen kan programmeren. Ik bedoel, op mijn werk doe ik dat al, maar thuis zit ik meestal maar een beetje aan te klooien.

Tot nu! Hoera! Lees gauw verder als je er tegen kan om ontzettende nerd dingen te lezen.

Ik zit op Twitter. Twitter, voor de mensen die het niet kennen, is voor diegenen die de wereld graag laten weten wat ze allemaal uitspoken, en denken dat de wereld daar op zit te wachten. Zoals je misschien al vermoedde, ben ik een fervent twitteraar.

Mijn Twitter pagina is echter wel afgeschermd. Net als mijn Facebook en mijn Hyves (ja, dat bestaat nog). Hoewel ik er bijzonder weinig bezwaar heb dingen van mezelf online te gooien (want anders had ik dit weblog ook niet), hou ik wel graag een beetje controle over wat er dan allemaal van me online staat. Ik Google mezelf regelmatig, ik controleer of er niet al te pijnlijke foto’s van me te vinden zijn en ik hou mijn LinkedIn keurig up-to-date.

Wat ik tot nu toe nooit kon, was ook al mijn Facebook-vriendjes lastig vallen met wat voor een oninteressants ik allemaal aan het doen was. Tot vandaag dus!

Dat zit zo: mijn Twitter is afgeschermd. En al die “van Twitter naar Facebook”-programmaatjes die er zijn, kunnen daar niet tegen. Schermen vol foutmeldingen, computer-crashes, zelfs het eind der tijden wijt ik stiekem aan deze onoverbrugbare kloof tussen een afgeschermde Twitter-account, en Facebook.

Zojuist heb ik echter een scriptje weten te bouwen, dat inlogt op mijn Twitter, daar de laatste berichtjes vanaf sleurt en die op m’n Facebook plempt. Handig, want nu hoef ik nog maar op één plek door te geven dat ik de trein gemist heb, dat ik op een geniaal feestje ben, of dat ik weer eens iemand iets heel doms hoorde zeggen *.

Nou vraag je je vast af waarom dat nou zo bijzonder is. Dat daar een hele blogpost over geschreven moet worden. Goed, dat vraag ik me ook af. Maar bedenk je dat het voor de meeste computernerds ontzettend fijn is als iets ein-de-lijk werkt, nadat je er lange tijd aan hebt gewerkt. Dat is echt heel erg fijn. Bijna beter dan seks.

Bijna. Zo’n grote nerd ben ik nou ook weer niet.

* Laatst nog iemand: “Ik denk dat ik op vakantie ga naar de Caraïben. Of Aruba, dat lijkt me ook vet”

Organiseren voor gevorderden

Althans, ik vind mezelf een gevorderde. Hoe chaotisch ik ook ben soms. Ben jij ook zo’n chaoot? Misschien heb je wat aan deze dingen!

Op de uni is het nu druk. Allerlei commissies, het bestuur van de studievereniging, student-assistentschap, en daarbij ook nog ‘gewoon’ huiswerk. Om een beetje orde in die chaos te brengen heb ik sinds een paar dagen mijn mail, agenda en takenlijstjes een update gegeven. Tot nu toe werkt het wonderlijk goed!

In GMail, een must voor iedereen die weleens emailt (ja ook jullie, hotmail gebruikers!) heb ik filters aangemaakt. Mail van de uni komt in het bakje RU, mail van vrienden in het bakje Vrinden en alle stomme nieuwsbrieven gaan gelijk de prullenbak in. Ja, ik ben te lui om me uit te schrijven. Dankzij Google’s functie om filters te importeren en te exporteren, heb ik die filters gewoon in Notepad++ kunnen schrijven en combineren. Het resultaat? Dertig filters, en altijd een lege inbox. Het is in het begin een kwestie van consequent nieuwe filters aanmaken voor alle mail die in je inbox staat, of daar in terecht komt. Is dat eenmaal geregeld, hoef je het alleen nog maar bij te houden.

Met Remember The Milk hou ik mijn taken bij. Nee, ik gebruik niet die primitieve shit van Google. Categorieën, tags, alles kan. Supershiny, en het synced met mijn foon. Een soort kladblokje, maar dan uitgebreider.

De laatste tool is natuurlijk Google Calendar. Ik heb vijf agenda’s, nog eens drie voor het bestuur van Thalia, ééntje voor mijn vakken (die wordt automatisch geupdate met de goede lokalen, superhandig), en wat agenda’s voor verjaardagen, Thalia-events en weeknummers enzo. De boel staat altijd stampvol, maar ik kan een dag tot op de minuut volplannen met meuk. Dat doe ik dan ook regelmatig. Mijn telefoon piept enthousiast als ik een afspraak heb, en ik vergeet bijna niks meer!

Nerd als ik ben, heb ik ervoor gezorgd dat alles synchroniseert tussen al mijn hippe gadgets. Het enige dat nu nog moet gebeuren is dat is alles ook daadwerkelijk doe zoals ik het inplan, indeel en mezelf opleg. Dat is misschien nog wel het moeilijkste. Maar het begin is er, en ik ben benieuwd hoe het dit jaar gaat!

De wondere wereld van het illegale e-book

Sinds ik de trotse bezitter ben van een iPad ben ik tot de ontdekking gekomen dat er, naast illegale muziek en films, ook een markt is voor illegale electronische boeken.

Veel bedrijven geven tegenwoordig ook digitale boeken uit. Amazon heeft de Kindle, Bol.com verkoopt ze, en ook Apple heeft ze in het assortiment. Vaak zijn die boeken van het epub-formaat, wat garandeert dat elke digitale boekenlezer er mee om kan gaan. Maar ook PDF documenten worden regelmatig aangeboden.

Uiteraard zijn er sites vol met illegale boeken. En dan heb ik het niet over het type boeken dat wordt weggemoffeld onder het kopje ‘censuur’. Ook boeken kan je tegenwoordig illegaal downloaden. De uitgeversindustrie vecht daar uiteraard tegen, maar echt veel helpt het niet. Het hoeft eigenlijk ook niet. De boeken zijn van matige kwaliteit en vaak verminkt op de een of andere manier. Je komt de gekste dingen tegen. Ik heb een boek waar de letter ‘r’ niet in voorkomt. Ik heb boeken die zo klein “gedrukt” zijn, dat de tekst nauwelijks te lezen is. Andere boeken zijn rampzalig ingedeeld, hebben geen inhoudsopgave of missen de clue. Vooral dat laatste is gemeen. Ik downloadde een boek van mijn held Douglas Adams (geen zorgen, het boek staat hier ook in de kast). Het verhaal klopte bijna tot aan de laatste letter. De grote grap waar in het verhaal zorgvuldig naar wordt toegewerkt, is weggelaten! Zonder die grap is het boek maar ‘zo zo’. Leuk, komisch, maar het mist een spark. En die spark, die heb ik hier op papier staan. Het digitale documentje doet het zonder. Erg jammer.

Ook zijn er ingescande boeken te downloaden. Wie daar ooit aan begonnen is mag Joost weten. Een PDF bestand van ettelijke megabytes, met per pagina een slecht gescand vel uit een boek, schuin geplaatst, lage resolutie, vol met vlekjes van de Albert Heijn-scanner en dus totaal onleesbaar.

Een nieuwe trend is schaamteloze zelfpromotie. Ik downloadde anderhalve gigabyte boeken over “The Pickup Artist”. Dat is van oorsprong een TV-serie van een kerel die computernerds vrouwen leert versieren. Ideale kost voor mij, zou je zeggen. Het zijn bij elkaar iets van 400 ‘boeken’. Tussen haakjes, want de ene helft bestaat uit internet-artikelen, gegoten in een PDF-bestand. Een kwart is schaamteloze spam (jawel, het bestaat!) en de rest bevat tips van twijfelachtig allooi, waarbij de helft nog eens van anderen is gejat. Serieus. De voor de hand liggende tip “poets je tanden voor een date” kom je al overal tegen, maar ook minder voor de hand liggende zaken komen in elk ‘boek’ weer terug. Schiet niet echt op.

De enige goede boeken die je kan downloaden zijn klassiekers. George Orwell, Charles Dickens, Mark Twain. Die categorie. En die zijn toch gratis, want het auteursrecht is allang verlopen. Niks spannends aan dus.

Het leven van een papieren piraat gaat niet over rozen…

Achterlijke zoekrobots

Zo, even een nerdpostje doen. Sla dit stukje dus rustig over als je niet weet wat ‘indexeren’ is. ;)

Ik blog al sinds 2004 ofzo. Dat is inmiddels zes jaar, en dat klopt wel ongeveer, want ik begon toen ik nog op het MBO zat. Mijn allereerste stukje ging over het feit dat ik een weblog was begonnen. Het alleroudste stukje dat tegenwoordig nog online staat is een pareltje over BNN. Zonder de bijbehorende reacties, want die zijn in de loop der tijd verloren gegaan.

Waarom zijn die verloren gegaan? Verhuizingen. Ik begon ooit bij Blogger.com, de gratis blogdienst. Tegenwoordig van Google was dat destijds het beste alternatief voor de diensten van web-log, dat destijds afschuwelijk lelijke sites produceerde.

Later stapte ik over naar mijn eigen site, hier op nder.be. Ik gebruikte één van de eerste weblogprogramma’s voor op je website. Ietwat primitief, weinig opties en niet bepaald een wonder van techniek. Maar het werkte, en blog.nder.be is sindsdien hét adres geworden voor stukjes door mij geschreven. Ja, en tegenwoordig staan ze ook op Hyves. Dikke kans dat je dit daar leest.

De webadressen waarop mijn stukjes te vinden zijn zijn sinds die tijd dan ook flink veranderd. Bij Blogger.com ging het nog wel. Daar was het iets als /blog/titel.html. Mijn eerste weblog produceerde wazige dingen zoals /index.php?id=29292. De updates daarna, en wisselingen van de wacht op software gebied leverden elke keer andere links op.

Op zich was dat niet zo’n probleem. Alles werkte immers, als je op mijn weblog zat. Maar het internet zelf was wat hardnekkiger. Oude linkjes gingen stuk. Toen ik ooit van software wisselde moest ik nog maanden oude linkjes in Google fixen.

Tegenwoordig zit dat wel goed. Google pikt me goed op, net als Yahoo! en Bing. Maar er zijn nog een boel entrepeneurs met primitieve webrobots die het concept ‘pagina niet gevonden’ niet snappen. Ze duiken ergens een oud linkje op (en geen idee waar, ik kan ze niet vinden), en proberen dat te bezoeken. Ze krijgen vervolgens de keurige melding “sorry, pagina niet gevonden“.

In plaats van daar gehoor aan te geven en het linkje maar te vergeten blijven ze het proberen. Het gevolg? Ik heb soms tientallen, zo niet honderden meldingen in mijn logboeken staan van debiele webrobots die hardnekkig dezelfde oeroude link proberen te bezoeken. En meestal repareer ik de link handmatig, zodat-ie weer werkt, maar vaak ook niet. Ik heb, zeker twee dagen voor mijn afstudeerpresentatie zoals nu, wel wat beters te doen. En denk maar niet dat zulke webrobots gehoor geven aan het technische jargon dat mijn website inmiddels heeft, waar min of meer in staat dat ze op moeten donderen.

Eigenlijk kan je maar één conclusie trekken uit al dat gemier met websites. Het internet is inmiddels net zo ‘volwassen’ als ik. Meestal wel, maar met regelmaat helemaal niet.

Wie doet wie… live!

Herinner je je “wie doet wie?” nog? Ik had het erover in een eerdere weblogpost. “Wie doet wie?” gaat de ultieme website worden om uit te tekenen wie van jouw vrienden met met wie heeft gedaan. Kortom, lekker confronterend, heerlijk fout en vooral erg grappig.

Een hele poos geleden (iets meer dan een jaar zelfs!) beloofde ik hier op dit weblog een fijne website waarop je zelf zulke schema’s zou kunnen tekenen. Je herinnert je misschien dit voorbeeld nog wel.

Hoe dan ook, het grote nieuws. Eindelijk is er een werkende demo live! Jawel, je kan nu naar www.wiedoetwie.nl gaan, je registreren, en zelf toffe schema’s tekenen!

Ze zijn nog niet zo mooi, en de site is hier en daar een beetje buggy, maar ik zit er bovenop en ik luister naar elke klacht en suggestie. Dus ga er vlug heen, en doe je ding!

En vanwege eerdere vragen twee belangrijke opmerkingen:

  • Néé, als je een account aanmaakt kom je niet automatisch in het een of andere schema terecht. Behalve als je zelf wilt ;).
  • Als je een schema tekent, is ie privé. Van jou. En dan kan niemand erbij. Zelfs ik niet.

Nou, waar wacht je nog op? Ga!

Domeinnamen

Elke keer als ik met Walter, Sjoerd en de rest in de kroeg zit, of op een BBQ, of waar dan ook, komen we vanzelf op de gekste domeinnamen. Dat zijn meestal pareltjes zoals www.benikaljarig.nl of www.hetisuit.nl. De meeste van die domeinen zijn al bezet. We verzinnen wat, Sjoerd checkt het, en helaas. Alweer bezet! Maar we zijn nerds, en het levert altijd veel hilariteit op als iemand weer eens met een maffe domeinnaam aankomt. En regelmatig zitten er echt hele leuke bij. Soms zijn dat namen die ik echt moet hebben. En dan gaat het fout…

Tot kortgeleden moest ik best wel moeite doen om een domein te registreren. Ik printte een offerte uit, ik ondertekende die, en die stuurde ik op. Dat gaf me meer dan genoeg tijd om me over mijn nieuwe impulsaankoop te bezinnen. Plus, het kostte me een postzegel. Ik kon dus nadenken over de vraag: “Is deze domeinnaam nou wel zo leuk?“. Meestal was het antwoord “nee“, en dan registreerde ik niks. Scheelde me nog geld ook. Zo bleef het verzinnen van domeinnamen een onschuldig tijdverdrijf.

Maar nu is het anders. Nu kan ik domeinnamen registreren door ff een mailtje te sturen. En in de toekomst wordt het nog veel simpeler, want dan wordt het gewoon een formuliertje. Formuliertje invullen en het domein is van jou. En dat opent natuurlijk een wereld aan mogelijkheden qua impulsaankopen. Zelfs nu ik kan mailen gaat het veel en veel te hard. Samen met Walter en Sjoerd hebben we inmiddels een hele waslijst aan domeinen:

- mijninternetdoethetniet.nl
- beroepsmopperaar.nl
- roddelfabriek.nl
- benikaljarig.nl
- watdoejijhier.nl
- ishetnogaan.nl
- wiedoetwie.nl
- lebberweb.nl

Ik heb al tegen mezelf gezegd dat het nou wel genoeg is, maar ik geloof niet dat ik luister. Tijdens het volgende feestje komen er vast weer tientallen briljante domeinnnamen voorbij. Ik hoop maar dat ik me in kan houden…