Gemakszucht

Een tijdje terug had ik het mooi verprutst met mijn eigen e-mail. Ik zal jullie de details besparen, maar zelfs een ‘waterdicht’ systeem als GMail is goed te verpesten als je maar weet hoe het moet. Ik wist dat. Was ik me daar mooi bijna al mijn e-mail kwijt. Daarom werd het tijd om ook die gegevens eens te gaan back-uppen.

Ik heb al kopietjes van een boel dingen, maar niet van mijn e-mail. Die ga ik dus back-uppen. Back-uppen is sowieso een goed idee. Met behulp van automagische software is het al mogelijk om je foto’s, filmpjes en documenten op te slaan op bijvoorbeeld een externe harde schijf of in de cloud. Maar voor GMail is dat toch wat moeilijker: immers, de gegevens staan allang in de cloud! Wat nu?

Ik kan alles met de hand doen. E-mail downloaden, veilig wegzetten, zipje van maken (scheelt ruimte), wekelijks controleren, etcetera. Maar ik ben lui. Zo lui, dat ik hard aan de slag ga om zo weinig mogelijk te hoeven doen. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.

Na wat nadenkwerk kom ik tot het volgende lijstje “dingen die er moeten gebeuren”. Lees je mee?

  1. Alle nieuwe e-mail downloaden naar mijn computer. Voor op de externe harde schijf. Dat betekent dat er twee kopietjes zijn van elk e-mailtje: op de externe harde schijf en bij GMail zelf.
  2. Die download beveiligen met een lang wachtwoord. Want als de schijf wordt gestolen, hebben ze ook mijn e-mail.
  3. Zorg voor een reservekopie ergens anders. Want als er brand uitbreekt, is de harde schijf stuk. Ondanks dat de e-mail nog bij GMail staat. Veiligheid voor alles.
  4. Elke dag de laatste mail downloaden en toevoegen aan die kopie. Eigenlijk staat hier dus: begin opnieuw bij stap 1.

Eerst had ik een lang stukje geschreven vol met technische aanwijzingen hoe dat dan wel niet moest. Dat ga ik jullie besparen. Vragen staat vrij. Ik ga gewoon kort in op elke stap.

Om de e-mail te kunnen back-uppen, moet ik ze eerst downloaden. Met programma’s zoals Thunderbird, Apple Mail en Outlook kan dat, maar die programma’s zijn meer bedoeld om e-mail te lezen. Ik hoef de e-mail niet te lezen, ik wil ze gewoon downloaden. Ik gebruik dus getmail. Dat is een simpel programmaatje dat niets meer doet dan alles in één groot bestand proppen. Heb je het eenmaal aan de praat, ziet dat er ongeveer zo uit:

Link to image: 'azh0s'
Ziet er ingewikkeld uit, maar je weet nu wat het betekent: elk e-mailtje wordt stuk voor stuk gedownload.

Dat bestand stoppen we in een zipje (niet heel spannend). De volgende stap is leuker: encrypten! Met behulp van GnuPG heb ik een “keypair” aangemaakt. We gebruiken OpenSSL voor het genereren van een wachtwoord en UPM om dat wachtwoord weer in op te slaan. Eigenlijk is dat overdreven. Je moet je bedenken dat je op een gegeven moment een wachtwoord zult moeten onthouden. Is het niet voor UPM, dan is het wel voor je keypair. Met UPM schuif je het probleem eigenlijk gewoon op. Omdat ik meer wachtwoorden in UPM heb staan (ook zo lang) is het toch handig.

Wat je dan overhoudt is afhankelijk van hoeveel e-mail je hebt. Het zal een bestand zijn van zo’n 3 tot 5GB met al je e-mail er in. Het is beveiligd tegen inbrekers, en als je het even kopieert en plakt naar je externe harde schijf heb je een mooie back-up.

Je bent er dan nog niet. Je wilt een back-up ergens anders. Natuurlijk kan je iemand vragen het bestand voor je te bewaren. Met de beveiliging die er op zit is het onleesbaar. Wat je ook ziet in films en TV: met een goede encryptie kan geen politieagent bij je gegevens. Dat blijkt wel uit de paniekerige reactie van minister Opstelten toen iemand hem vertelde dat dat zo is.

Makkelijker is het om online opslag te zoeken. Google Drive is een mogelijkheid, Google Storage een tweede (Google Storage is meer bedoeld voor ontwikkelaars), maar ook SkyDrive of MEGA zijn een goed idee. Het gaat er om dat je bestand ergens anders staat. Waar maakt niet zoveel uit; het maakt zelfs niet veel uit of je bestand door iedereen te downloaden is: ze kunnen er toch niet in. In geen honderd jaar.

Om het helemaal af te maken doe je dit iedere dag. Getmail kan ingesteld worden om alleen de nieuwe e-mail te downloaden. Als je je back-upbestand voorziet van een datum (zoals GMail-backup-20130514) raakt er niks door de war. Je kan alle programma’s die ik heb genoemd vanaf een zogenaamde “command line” starten. Met behulp van een programma zoals launchd (meegeleverd op een Mac-computer) kan je ze elke dag om een vaste tijd starten. Ik doe dat elke morgen om 10 uur. Immers, om 10 uur ben ik echt wel uit mijn nest en staat mijn laptop dus aan. Launchd is bovendien in staat om gemiste dagen (voor als je wilt uitslapen) op een later tijdstip uit te voeren.

Om het plaatje compleet te maken (ik heb de stappen om het elke dag te doen een beetje overgeslagen, maar dat is een mooie oefening voor de lezer) zie je hieronder het resultaat. Om de stappen nog eens af te gaan:

  1. Downloaden met getmail
  2. Zippen met tar
  3. Encrypten met GnuPG
  4. Uploaden naar Google Drive
  5. Elke dag herhalen

Wat je dan krijgt is een plaatje zoals hieronder. Een grote initiële back-up. Alles zit er in. Daarna kleine bestandjes met de laatste e-mail. De “mbox” die je (als je goed kijkt) ziet staan in de bestandsnaam komt van het mbox-formaat, een behoorlijk goede standaard op e-mail in op te slaan. Om je e-mail na een ramp terug te zetten, kan je een programma als Thunderbird gebruiken om de e-mail terug te zetten. Een kwestie van heen en weer slepen!

Link to image: 'ck2pd'

Leuker kan het niet. Wel makkelijker.

Geld

Laat ik eens een stukje schrijven over dat wat veel mensen bezig houdt. Want ken je dat? Aan het eind van je geld een stuk maand overhouden. Ik had dat altijd. Zo rond de 18e, 19e van de maand was het bij mij wel op. De laatste dagen voor mijn stufi (tegenwoordig: salaris) at ik alleen nog maar boterhammen met pindakaas en liet ik de barman mijn bonnetje bewaren voor volgende week. Want geld moet rollen, en honderd euro uitgeven is makkelijker met duizend euro op je rekening dan met 105 euro. Kortom: aan het begin van de maand komen de grote (en vaak overbodige) uitgaven en aan het eind van de maand koop ik van mijn laatste wisselgeld een Euroshopperbrood.

Tegenwoordig ben ik daar bijna vanaf. Niet omdat ik meer verdien; ik geef ook meer uit. Maar ik hou tegenwoordig tot op de cent bij wat ik uitgeef, waar dat dan heen gaat, wie het krijgt, etc etc. Mijn moeder valt mij al jaren lastig met boekjes van het NIBUD, maar nu ik het minder hard nodig heb begin ik er pas wat mee te doen. Ik heb dan geen studentenbudget meer, ik heb nog wel een budget. Al die geldzaken bijhouden levert verrassend veel op.

Nerd als ik ben heb ik allerlei software geprobeerd om mijn geldstromen bij te houden. Er zijn er ontzettend veel; van grote logge programma’s (bestemd voor het MKB) met wel twintig miljoen knopjes tot kleine tooltjes voor de enthousiaste hobbyist. Het kan online, offline, beveiligd met lange wachtwoorden of gewoon los op je computer. Als dat al teveel is kan je ook zelf in Excel (of de cloud-variant daarvan, Google Drive) aan de slag met allerlei financiële templates. Google maar eens; je komt er genoeg tegen. Ook op mijn eigen weblog heb ik er al eens aandacht aan besteed. De berichtjes staan niet meer online, helaas.

Ik zal jullie niet lastig vallen met hoe dat dan moet, budgetteren. Dat valt op het interweps wel te vinden. Maar waar ik vooral van stond te kijken is waar dat geld allemaal heen gaat. Elke maand dertig euro aan rente voor een rekening waar ik nog rood op stond. Wat ik afdraag aan de Albert Heijn elke maand, daar kan je heel erg leuk van stappen. En mijn portomonnee is altijd leeg, maar ik pin best vaak. Gek toch.

Ook leuk zijn de diverse grafiekjes die je kan tekenen met bijvoorbeeld de Google Charts API. Niet alleen kan je uitvogelen hoeveel je uitgeeft per budget maar ook of je het eind van de maand wel gaat redden, als je zo door gaat.

Als je dan je geldzaken maar lang genoeg in categorieën (ik ben niet hipster genoeg voor tags) opsplitst kom je vanzelf zaken tegen waar je op kan besparen. En het constant in de smiezen houden van je financiën heeft ergens iets rustgevends. Geen paniek meer in de supermarkt, en een goede reden om dingen niet te kopen. Of juist wel. Maar dan moet je er eerst voor sparen natuurlijk.

Wat ik hier nou precies aan heb weet ik nog niet. Het maakt het allemaal niet veel makkelijker. Laat staan leuker. De dikke rekening die ik deze week nog mocht ontvangen van Zilveren Kruis was nog net zo vervelend. Daar verandert helemaal niks aan; die gasten blijven incompetent. Maar nu heb ik in ieder geval een idee hoe ik die ga betalen.

Mijn voorspelde saldo voor de rest van de maand is gebaseerd op mijn uitgaven in het verleden, met een marge die aangeeft wat mijn zuinigste dag en duurste dag uit het verleden was. Zoals je ziet is de voorspelling dat ik onder de nul uit ga komen. Ik moet weer aan de pindakaas!

Weg met pushberichten

Het blijft een eeuwige strijd om je computer en je telefoon te laten doen wat jij wil; om ze zich aan te laten passen aan jouw ritme, en niet andersom. Maar het kan en ik word er steeds beter in. De opkomst van pushberichten waren nogal een stap terug in die strijd. Je kent de term misschien niet: “push”-berichten (of “push”-notificaties) komen voort uit de technologie die het mogelijk maakt dat je telefoon niet constant hoeft te kijken of er bijvoorbeeld nieuwe e-mail is (informatie binnentrekken), maar dat die e-mail naar jouw telefoon “geduwd” wordt: je bent direct op de hoogte. “Push” dus. Het klinkt supervet maar het is superirritant. Constant zo’n pingelende telefoon op je bureau.

Gelukkig hoef je geen slaaf van die pushberichten meer te zijn.

Naast de al eerder genoemde NFC tags, die mijn telefoon rondcommanderen als ik hem bij zo’n NFC tag in de buurt hou, heb ik nu iets nieuws gevonden. De blink(1).

De “Blink” zoals ik hem maar zal noemen, is een klein blokje dat je in een USB poort duwt. Eigenlijk is het niets meer dan een klein ledlampje. Maar dan wel eentje die alle kleuren van de regenboog kan laten zien. Het mooiste is nog: hij gaat op commando branden in eender welke kleur.

Wat is daar nou handig aan? Nou, inmiddels heb ik hem al twee dingen geleerd: hij moet mooi Facebook-blauw kleuren als Facebook wat te melden heeft, en mooi Google-rood als ik een e-mailtje krijg.

Link to image: 'cykbs'

Link to image: 'cwkw9'

Daar begint de pret natuurlijk pas. Behalve een subtiel seintje als ik mail heb, kan je hem ook laten reageren op gewijzigde bestandjes (een nieuwe download is klaar), je kan hem scriptjes laten draaien, websites laten opzoeken en op al die dingen laten reageren. En voor de echte nerd: de broncode is openbaar. Behalve dat je er zelf ééntje in elkaar kan solderen is het ook mogelijk om de software aan te passen zodat-ie echt overal op kan reageren. Dan wordt het pas echt rondcommanderen.

Omdat het een digitaal dingetje betreft kan je hem met behulp van bijvoorbeeld IFTTT (volg de link voor meer informatie) op zo’n beetje het hele wijde web laten reageren. Waarom zou je bijvoorbeeld rood gebruiken voor je e-mail? Waarom gebruik je rood niet voor als het langer dan 40 minuten kost om naar huis te rijden? Of voor als de NS weer eens vertraging heeft? Alhoewel, ledlampjes hebben ook niet het eeuwige leven.

We zijn hiermee weer een stapje verder. Ik hoef geen bakken aan programma’s open te hebben. De Facebooknotificaties op mijn telefoon kunnen uit. E-mailnotificaties kunnen uit. Het constant neurotisch “checken” van die dingen kostte me veel te veel tijd, en dat hoeft niet meer. Een subtiel lampje wijst me op interessante zaken.

Als je nu terug denkt aan pushberichten zul je vast zeggen: “Ja maar Sander, nu gaat dat stomme lampje telkens aan. Je verplaatst het probleem gewoon!”. Goed punt, maar daar had ik al aan gedacht: je kan gewoon instellen wanneer het lampje dan wel niet aan mag. Bij mij is dat vier keer per dag. Vlak na het opstaan, tijdens de lunch, als ik thuis ben van werk en ‘s avonds laat nog om het af te leren. En als ik op die momenten toch rust wil, haal ik de Blink gewoon uit mijn computer. Want zonder stroom doet-ie het toch niet.

Geplaatst in /me

Vincent

Het was gisteren 24 januari. Op die dag in 2006, overleed Vincent. Met dit kleine stukje wil ik daar bij stil staan.

Mijn vader overleed plotseling. Maar dat nieuws sloeg niet in “als een bom”. Ik weet nog goed dat ik hem, zes weken na de begrafenis, ineens “mistte”. Als een goede vriend die lang op vakantie is. Zo’n knagend gevoel dat je de telefoon wilt grijpen en hem wilt spreken. Even bellen en bijpraten. Of bij de brievenbus wachten op een kaartje. Gewoon een moment van contact. Pas op dat moment drong het echt tot me door dat Vincent er niet meer was.

Binnenplaatsje, keukendeur.
En de keukendeur gaat open:
bijna is daar vaders geur,
bijna hoor je hem weer lopen.
Het stelt altijd weer teleur,
ook al viel er niets te hopen.

Vincent's graf.

Het afgelopen jaar was een bijzonder jaar. Goede vrienden van me maakten vergelijkbare dingen mee, zelf of in hun omgeving. Als ‘ervaringsdeskundige’ kan je daar natuurlijk helemaal geen klap mee, maar het gaf me (of eigenlijk: “ons”) de gelegenheid om over die gebeurtenissen te praten en ze te relateren aan onze eigen ervaringen. Dan weet je dat je toch niet de enige bent. Nou is dat op zich niet heel gek, maar toch wel fijn om te weten.

Er overkomt je veel, als kersverse lotgenoot. Of je vader nou lang of kort ziek was, of ver weg woonde of dichtbij, op een gegeven moment is hij overleden. Dat moment is voor iedereen hetzelfde, en dan heb je toch wat gemeen. Samen kunnen klagen over uitvaartondernemers bijvoorbeeld. Op een gekke manier ontspant dat meer dan je denkt. Maar ook de radioverslaggever in mij is tevreden. “Wat gaat er dan door je heen?” is plots niet eens een hele stomme vraag.

Bovendien is iedereen om me heen ouder geworden. “No shit Sherlock”, zul je denken, maar dat is niet helemaal waar ik heen wil. Iedereen heeft wat meer ervaring, is wat wijzer, heeft zelf wat meer meegemaakt. Je hebt wat meer aan elkaar. De ongemakkelijke stiltes van vroeger zijn vervangen lieve woorden en soms door “hier kan ik helemaal geen fluit mee”. Bot? Ja, maar fijner dan een begrijpende blik rechtstreeks uit “Acteren voor Dummies”. Omdat je zelf ouder bent geworden (‘wijs’ weet ik zo net nog niet) kan je beter uitdrukken hoe je je voelt, hoe je tegen dingen aankijkt en wat je er mee doet. Dat geldt zowel voor mij als mijn vrienden. Geen verkeerde ontwikkeling.

Eigenlijk was gisteren een beetje mijn ‘nieuwjaarsdag’. Zo rond december begint “24 januari” er gevoelsmatig aan te komen. Niet alsof je er naar uit kijkt, maar wetende dat het binnenkort die specifieke dag is. Nu, een dag later, is het is een beetje alsof 2013 écht begonnen is.

Eerder had ik het al over Kerst, als “afsluiting” van het oude jaar. Gisteren was een beetje mijn start. En ik zeg: laat maar komen!

Geplaatst in /me

De feestdagen

De feestdagen? Die hoefden van mij nooit zo. Tegenwoordig kan ik er wel mee opschieten. Ik schreef eerder dat wij het thuis, jaren na het overlijden van mijn vader, eindelijk voor elkaar kregen om gezellig te zijn in plaats van gezellig te doen. Met de Kerststress die ik om me heen zie, lijken wij de enige die dat onder de knie hebben. Ik weet wel beter, maar toch.

Zouden de feestdagen niet van die dagen moeten zijn dat je echt helemaal geen ene bips uitvoert? Lekker op de bank met het minimaalste maaltje dat er maar bestaat: een boterham met pindakaas. Illegale film op het grote scherm, en alle genotsmiddelen die je van jezelf nog mag onder handbereik. Zo’n Kerst wil ik nog wel een keertje vieren.

Aanstaande dinsdag is het dan ook zover. Mijn moeder kookt, dus het wordt geen boterham met pindakaas. Maar onze Kerst is een Kerst zonder verplichtingen. Mijn broertje speelt spelletjes op zijn telefoon, mijn zusje zit achter haar laptop en ik zit wat te zappen, of te internetten. Mijn moeder heeft genoeg boeken in huis voor nog zesentachtig Kerstdagen. We wandelen wat (of niet), we lezen wat (of niet), en we verliezen een spelletje Rummikub. Ik niet.

Maar hoe je deze dagen ook viert, voor veel mensen (waaronder ik) blijven ze toch een beetje bitterzoet. Mensen die je er bij had willen hebben zijn er niet meer. Of er zijn juist mensen bij die je er niet zo bij hoeft te hebben. Ook kut.

Dat hoort er nou eenmaal bij. Ga het afgelopen jaar maar na. Iedereen om je heen heeft de dalen en de pieken gehad. Sommigen wat meer dalen, anderen wat meer pieken. De Kerstdagen zijn voor mij altijd een reflectie op het jaar ervoor. Daarom sluit ik dit korte stukje af met een ander stukje, dat ik schaamteloos over heb geschreven uit een boek van Toon Tellegen.

Boven zijn bed hing een zin uit een brief die hij lang geleden in het bos had gevonden. Die zin las hij elke ochtend als hij wakker werd. Elke ochtend was hij weer benieuwd naar wat er precies stond.

Er stond in kleine, scheve letters:

Met mij gaat het tamelijk goed.

Als hij dat had gelezen knikte hij en kneep zijn ogen even stijf dicht. Tot zijn verbazing was hij het bijna altijd met die woorden eens.

Geplaatst in /me

Goede doelen

Zo nu en dan geef ik aan goede doelen. Dan staat er weer een lief vrouwtje van mijn moeders leeftijd voor de deur met een collectebus voor het een of andere fonds. Tuurlijk. Handje kleingeld is zo weggegeven. Toen met die tsunami in Indonesië, heb ik ook nog wat geld overgemaakt naar 555.

Dat heb ik nog nooit iemand verteld. Het is geen geheimpje ofzoiets, het is gewoon niet zo belangrijk.

Op de vele social media die deze wereld rijk is, werkt dat niet zo. Daar is het juist de bedoeling dat je te koop loopt met je gulle giften voor een betere wereld. Nou ja, “giften”. Een roze strikje bij je profielfoto, om te laten zien dat je de strijd tegen borstkanker steunt. Of een linkje op je profiel, naar een superhippe website waar je kan intekenen voor de een of andere petitie.

Dit soort acties zijn over het algemeen gratis. Je hoeft geen geld over te maken of lid te worden. Je kan er gewoon gebruik van maken. Eigenlijk is dat best wel gek.

Immers, zo’n lintje kost gewoon iemand geld, ook al is het maar een digitaal lintje. Iemand moet bijvoorbeeld die applicatie programmeren, en iemand moet dat lintje tekenen. Maar wie doen dat dan? En waarom?

Als je je gaat verdiepen in het soort bedrijven dat op sociale media zoals Facebook en Twitter actief zijn, vallen drie dingen op een negatieve manier op.

Ten eerste helpt het delen van een plaatje op Facebook, of het je aanmeten van een lintje helemaal niemand. Het kost, zoals ik al zei, alleen maar geld. Iemand moet die app bouwen, iemand moet die plaatjes ontwerpen, en dan moet een of ander reclamebureau het ook nog aan de man brengen. Allemaal kosten. Precies het geld dat altijd “aan de strijkstok blijft hangen”, dat is dit. Al die nonsens op Facebook, Twitter en wat dies meer zij. Er is nog nooit iemand genezen van een Facebook-like. Natuurlijk zeg je dan, “het gaat om de aandacht”. Maar daar zit ik niet voor op social media, om jou veren in je reet te steken omdat je tegen borstkanker bent. Bovendien: hoewel aandacht een goed iets is, denk ik niet dat je nog mensen kan vinden die niet weten van borstkanker, of de vervolging die de meeste homoseksuelen ervaren.

Ten tweede zijn de bedrijven die dit soort acties aanbieden over het algemeen zeer schimmig. Goede doelen zijn niet altijd goed; daarom is er een keurmerk. Maar ook zij falen hard. Kijk bijvoorbeeld eens naar het Wereld Kanker Onderzoek Fonds. Ik gun ze de link niet eens. Recent raakten zij hun keurmerk kwijt maar dat houdt ze niet tegen. Ze kieperen bakken met post over Nederland leeg en van het binnen geraapte geld gaat het grootste gedeelte via-via terug in eigen zak. Dit is dan nog een “echte” organisatie. Wat moet je aan met een wazige Facebook-pagina met een nobele boodschap? Moet je ze maar vertrouwen omdat ze zeggen zich op te werpen voor homo-rechten?

Kijk, bijna niemand trapt meer in Nigeriaanse spam-mailtjes, waarin je gouden bergen worden beloofd als je maar eerst 1000 euro “collateral” overmaakt. Maar als een Argentijnse pro-LGBT organisatie waar je nog nooit van hebt gehoord, jou vraagt om je naam, je e-mailadres en je woonplaats in ruil voor jouw “steun”, waarom doe je dat dan wel? Vertel je wildvreemden hoe je heet en waar je woont?

Nu komen we bij de crux van de zaak. Wie profiteert van jouw “steun”? Wees even kritisch, en vergeet je nobele gedrag. Je wordt gepaaid met een mooi lintje, of een berichtje op je profiel. Daarmee kan je mooi opscheppen tegenover je vrienden dat je goede doelen steunt. Dat is een goed iets, en wie loopt daar niet graag mee te koop? Willen we niet allemaal graag in de spotlights staan? Je ego is gestreeld, en je hebt een goede daad gedaan. Meldt het bij de hopman, en wie weet mag je corvee overslaan!

De echte winst is voor het bedrijf dat de actie aanbiedt. Die heeft voor een minimale inspanning al jouw persoonlijke gegevens te pakken. Je naam. Waar je woont. Je hobbies, je “likes”, je profielfoto en je vriendenlijst. Zodra je meedoet, ben je de pineut.

Denk er aan dat dit het meest waardevolle is wat je hebt op een sociale media website: je eigen profiel. Jouw gegevens, jouw eigenschappen. En die heb je zojuist weggegeven aan een “goed doel”.

Daarom doe ik niet mee aan die “online goede doelen”. Liever maak ik zelf geld over naar Leeuwarden.

Dit soort “goede doelen” werken omdat ze je paaien met het fijnste dat er maar is: zelfverheerlijking. Eigengeilerij. Unicef, Oxfam Novib en KWF Kankerbestrijding doen dat niet. Die vragen gewoon om geld. Dat hebben ze nodig. Die hoeven jou niet te lokken met mooie lintjes, en “kijk mij eens geld doneren”-foto’s voor op je profiel. Zij willen ook niks in ruil voor die gegevens. Je mag lid worden, maar ze hebben hun rekeningnummers om hun website staan, en je mag zoveel geld overmaken als je wilt. Het is geen koe-handel met persoonlijke gegevens.

Want denk er aan, en dit is het meest belangrijke: het product is gratis. Het lintje is gratis, de petitie is gratis. Dat betekent dat iets anders het product moet zijn. Iets moet geld opleveren. Bij veel “online goede doelen” kàn je niet eens doneren. Hoe fucked up is dat? Een goed doel zonder rekeningnummer? Of Paypal donatieknopje? Dat kan toch niet kloppen?

Het “klopt”, omdat jij het product bent. Jouw persoonlijke profiel, samen met dat van honderden, duizenden anderen. Verzameld, ingeblikt en verkocht aan de hoogste bieder: 10.000 Nederlandse vrouwen, houden van de natuur, “liken” zelfstandigheid en gezond leven, 65% is single, allemaal tussen de 18-30 jaar, en geen van allen enig idee dat ze in dit bestand staan.

Link to image: 'bnzfo'

Vergis je niet: dat is een markt. Niet alleen voor Facebook zelf, zoals in het plaatje hierboven pijnlijk duidelijk wordt gemaakt, maar ook voor alle bedrijfjes, pagina’s, apps en andere slimme zakenjongens die op sociale media-websites rondhangen. Ze gebruiken simpelweg jouw behoefte om schuld af te kopen (Geenstijl noemde dat mooi “leunstoel-altruïsme”) en combineren dat met de mogelijkheid om jezelf eens goed op de borst te kloppen. Zij zijn de lachende derde, en gaan er vandoor met de advertentiegelden en jouw persoonlijke profiel.

Weest dus kritisch. Je kan geen kittens redden door een pagina te ‘vind-ik-leuk’en. Er is nog nooit een kankerpatiënt genezen van een roze strikje. Nog nooit kon een Afrikaanse homoseksueel ineens veilig over straat omdat zijn Twitter-account 20.000 followers heeft. Zo werkt de wereld niet.

Wil je toch wat doen? Doneer dan wat centjes aan Unicef, Oxfam Novib, KWF Kankerbestrijding of een ander goed doel naar keuze. Doe mij bovendien een plezier, en schep er niet over op. Het moet eigenlijk weer vanzelfsprekend zijn dat we elkaar helpen.

Geplaatst in /me

Gij zult geen geheimen hebben

Over het algemeen is “hellend vlak”-argumentatie een drogreden. Bij het homohuwelijk, abortus en andere van die ‘staatsgevaarlijke’ zaken wordt er regelmatig een beroep gedaan op dit argument. “Straks mag je ook met je hond trouwen!” wordt er geroepen. Of: “Gaan we straks zeker ook na de geboorte aborteren!”. In plaats van tegen het onderwerp A te argumenteren wordt gesteld dat onderwerp B waar zal worden in de toekomst, en dat daarom A nooit en te nimmer doorgang mag vinden.

In het kader van een heel andere drogreden, namelijk die van “Think of the children!” heeft minister Opstelten, de minst capabele minister aller tijden, ook weer wat nieuws. Na het “terughacken“-proefballonnetje van enkele weken terug is er nu het plan om verdachten te verplichten hun geheime codes en wachtwoorden op te geven, als dat de bewijsvoering in de weg zit.

Ga maar na: met de opkomst van allerlei spannende encryptietechnieken is het voor iedereen mogelijk om zijn gegevens te coderen met een kracht waar de AIVD jaloers op zou zijn. En terecht: zelfs met de huidige vooruitgang in computer– en decryptiesnelheden kan je gegevens coderen die de komende 30 jaar gewoon niet toegankelijk zullen zijn. Dat is nog een vrij optimistische schatting: wat ik op mijn computertje kan beveiligen, is de komende honderd miljoen jaar niet te ontcijferen met diezelfde computer. Er is zelfs al nagedacht over het feit dat computers steeds sneller worden: encryptietechnieken zoals “bcrypt” hebben een instelling die het aantal iteraties bepaalt: in plaats van je data één keer te encrypten, doet bcrypt dat zo vaak als jij maar wilt. Dan ben je wel even bezig voor er iets zinnigs uit komt, al heb je nog zo’n snelle computer.

Maar nu kan je dus verplicht worden mee te werken aan je eigen veroordeling. Het argument? Kinderporno. Naast software– en muziekpiraterij een mooi excuus om allerlei verregaande maatregelen op te gooien ter bescherming van onze zondagsrust. Want heeft Tim Kuik bijvoorbeeld al uitgelegd waarom het censureren van het internet werkt tegen piraterij? De laatste schatting is dat het verkeer naar het Verboden Materiaal juist toegenomen is. Tim spreekt dat tegen. Uiteraard.

Kinderporno is samen met terrorisme en piraterij, in dit soort zaken geen argument, maar een drogreden. Om precies te zijn: “argumentum ad metum”, oftewel: een argument gestoeld op angst. ALS wij deze verregaande, privacyschendende maatregel niet heel vlug invoeren, DAN zijn de Robert M.’s van deze wereld vogelvrij! ALS jij je niet door de vliegveldpolitie tussen je billen laat controleren, DAN zullen terroristen het vliegveld opblazen! ALS gewone burgers zomaar overal heen kunnen surfen, DAN gaat de muziekindustrie kapot! Zou dat laatste niet zo jammer zijn?

Er zijn meer van dit soort privacyschendende maatregelen die totaal niet bijdragen aan het opsporingsproces. Neem nou het feit dat jouw OV-chipkaart gegevens door de politie gelicht kunnen worden. Handig als je wilt weten wie er allemaal op Leiden CS rondliepen tijdens de een of andere overval, toch? Jammer alleen dat bij alle keren dat die gegevens uit de grote database werden gehaald, die informatie uiteindelijk overbodig bleek te zijn. De dader was al die keren al opgepakt middels “conventionele” opsporingsmethoden. Lees: getuigen horen, camerabeelden bekijken en gewoon nadenken. Maar wat gebeurt er vervolgens met die data? Die verdwijnt in het dossier van de zaak in kwestie, en we weten allemaal hoe goed onze beste vrienden zijn met IT.

Zelfs Robert M., op wiens zaak deze verregaande maatregel gestoeld is, gaf zelf zijn wachtwoorden op. Wat had hij nog te verliezen? Op basis van het bestaande materiaal zou hij al jaren en jaren de cel in gaan. Bovendien, wat voegt het strafje dat Opstelten in gedachten heeft toe aan wat hem al boven het hoofd hing? Twintig jaar cel of twintig jaar en drie maanden cel?

Gecombineerd met het achterlijk hoge aantal telefoontaps dat Nederland kent (meer dan bijvoorbeeld de Verenigde Staten) is er eigenlijk niets dat een vakbekwame diender al niet kon achterhalen zonder gewoon zijn best te doen. Daarnaast is dit nieuwe wetje een schoolvoorbeeld van korte-termijnpolitiek. Waarom steekt deze minister zijn tijd en energie niet in georganiseerde criminaliteit? Bankfraude? Drugs– en mensenhandel? Nederland is graag het braafste jongetje van de klas maar ook zo ontzettend naïef soms. Om je alvast een ontnuchterend feitje te geven: er worden, vanuit ons land, gewoon via Schiphol, wekelijks, jonge, blanke (liefst blonde) meisjes naar Afrika verscheept om daar verkocht te worden als seksslaaf. Jazeker. Dat gebeurt.

Het een sluit het ander natuurlijk niet uit. We hoeven onze inspanningen tegen de ene criminele activiteit niet op te geven voor de inspanningen die nodig zijn tegen een andere. Maar kunnen we onze budgetjes en potjes en geldstroompjes in hemelsnaam wat meer in balans brengen met de realiteit?

Wie werkt voor wie?

Windows is niet mijn favoriete besturingssysteem. Dat hebben wel meer mensen, dus dat is niet zo erg. Ik ben ook niet zo gek van Linux, maar dan weer wel fan van oude Nokia’s. Dat terwijl ik zelf zo’n hypermoderne smartphone heb. Nou ja, “smart”. Het is een behoorlijk dom ding af en toe.

De truc met computers (en daar vallen telefoons tegenwoordig ook onder) is dat ze voor jou moeten werken. Niet andersom. Microsoft Word bijvoorbeeld is daar opvallend slecht in. Ik wil alleen maar een briefje typen. Waarom opent het programma de eerste keer met een venstertje waarin je je initialen moet invoeren? Ik heb nog nooit gezien dat dat terug kwam. Ook de “registratie” van Word (en Windows) is een beetje raar. Moet je al je gegevens aanvullen en dan staat je eigen straatnaam nog steeds met zo’n rood krulletje in je brief. Dat woord zou-ie dan wel moeten kennen toch? Ik heb het net ingevuld!

Administratie– en financiële programma’s zijn nog veel erger. Ik hou tegenwoordig bij waar al mijn centjes heen gaan. Maar om de administratie te laten overeen komen met wat mijn bankrekening zegt moet ik hier en daar gewoon “hacken”. Transacties verplaats ik een dag naar voren of juist naar achteren om er voor te zorgen dat alles overeen komt. Want: een rentedatum is wat anders dan een boekdatum. En zeker de Rabobank sorteert op de boekdatum (online) maar rekent met de rentedatum. Ontzettend irritant. Dat dwingt me om pintransacties in het buitenland consequent op de “verkeerde” datum in mijn administratie te zetten. Want die duren een paar dagen. Ook dit ken je misschien wel: hele bedrijfsprocessen (en nu word ik welhaast filosofisch) die zijn opgebouwd rondom één Excel documentje. De maandcijfers. Verkoopprocedures. Alles loopt via één documentje en één medewerker. Zorg dat je een backup hebt, van zowel het documentje als de medewerker. Erger is: wat Excel niet kan (of wat de medewerker niet snapt) is automatisch niet mogelijk binnen het bedrijf.

Moderne techniek doet zelden wat je wilt dat het doet. Hoe vaak is mijn laptop niet in de slaapstand gesukkeld tijdens een presentatie? Hoeveel mensen (per dag) klikken niet per ongeluk “rechts” in een presentatie (waardoor dat stomme menuutje tevoorschijn komt)? Mijn telefoon staat overdag vaak op stil. Want werk. Ik mis constant gesprekken. Als ik hem dan aan het eind van de dag weer aanzet, houdt dat ding me de hele nacht wakker. BIEP! WAKKER WORDEN! ER IS MAIL! Was ik het geluid weer vergeten uit te zetten. Dat soort irritaties en slechte gebruiksvriendelijkheid houden me dan letterlijk uit mijn slaap.

Op zo’n moment is het handig dat je een besturingssysteem (en dito laptop) hebt die doen wat jij wilt, in plaats van dat je er mee moet leren omgaan. Mijn moeder bijvoorbeeld is niet handig met computers. Ze ergert zich tegenwoordig meer aan haar werkcomputer (die voor veel te dure doekoe’s wordt onderhouden door een hele grote IT staf) dan aan haar eigen iMacje. Want die iMac doet wat zij wilt. Verder niks.

Bij mij thuis staat ook zo’n ding. Die doet het prima. Dit wordt verder geen sluikreclame, dus ik zal er over ophouden. Mijn smartphone echter blijft irritant. Altijd de batterij leeg als-ie vol moet zijn, het geluid is altijd aan in de bioscoop en nachtelijke mail is nog steeds belangrijk genoeg om me uit bed te jengelen.

Hopelijk echter, komt aan die laatste ergernis na vandaag een einde. Ik heb twee zogenaamde “NFC tags” gekocht. Ergens van het internet geplukt. Het zijn twee chipjes (denk OV-chipkaart) zonder batterijtje, die draadloos met mijn telefoon kunnen kletsen. Ik hou mijn telefoon er bij en hupsakee. Dezelfde beweging als inchecken: gewoon er langs zwaaien.

Het mooie van die chipjes is dat ze allemaal een unieke code bevatten. Mijn telefoon is zo handig dat hij die code kan uitlezen, en aan de hand van die code weer van alles kan doen. Zoals het geluid uit zetten. Daarom heb ik het chipje (met de toepasselijke naam “Zzzzzz…“) naast mijn bed geplakt (er zaten stickertjes bij). Ik ga in bed liggen, telefoon langs het chipje en hij maakt me niet meer wakker. Chipje twee (“Goedemorgen!“) ligt in de auto. Geluid aan, internet aan, en vertel me maar wat er gebeurd is vannacht. Ga ik ondertussen krabben, want zo koud is het alweer bijna.

Link to image: 'ccvvn'

Want, de moraal van dit verhaal: techniek moet er wel een beetje zijn voor jou. Niet andersom.

Geplaatst in /me

Haren

Bla bla bla de jeugd van tegenwoordig. Bla bla bla social media. Bla bla politie bla bla rellen bla bla had de burgemeester maar bla bla bla.

Bla bla schade bla bla trauma bla bla Facebook bla bla verjaardag bla bla publieke events bla bla bla voetbalveld bla bla bla Albert Heijn bla bla bla.

Bla bla bla commissie bla bla bla uw mening bla bla bla waar was jij op 21 september bla bla bla weet ik veel bla bla bla sowieso op de plee bla bla bla, statistisch gezien bla bla bla rellen bla bla bla

Zoals ook de politiewoordvoerster op Radio 1: “Het zal de komende dagen wel helemaal doodgeanalyseerd worden“.

Bij deze. Heb ik ook mijn zegje gedaan. Bla bla, fucking bla. Misschien moeten we social media weer zien zoals ze zijn. Gebakken lucht.

Geplaatst in /me

Afgestudeerd

Het stond al een tijdje op de planning om een stukje over mijn afstuderen te schrijven. “Versie één” bijvoorbeeld, schreef ik rond eind augustus, daags na mijn afstudeerpresentatie. Versie twee stond klaar toen ik begin september aan de slag was gegaan bij mijn nieuwe werkgever. Beide stukjes hebben het niet gered.

Want tja, wat valt er te vertellen? Ik ben klaar, woohoo! Dat is het wel. Al die jaren hard geknokt voor een heus Masterdiploma, en dan heb je hem. Het nieuws moet bij mij nog even doordringen denk ik. Want na bijna tien jaar in de schoolbanken is het wel heel erg “ineens”. Die afstudeerpresentatie bijvoorbeeld, daar was ik eigenlijk niet zo zenuwachtig voor. Pas toen de professoren zich terug trokken om mijn cijfer te bepalen begon de spanning een béétje toe te nemen. Eigenlijk wist ik al dat het wel goed zat. Mogen presenteren betekent automatisch een zes of hoger. Dan ga ik liever niet met een zesje naar huis maar het diploma had ik al.

Dat was toch wel een beetje gek. Klaar! Met de tijd die er aan vooraf ging was het een hele lange aanloop voor een heel klein sprongetje. Want hoe vat je tien jaar studeren samen in een half uurtje kletsen? Laat staan vier paragraven tekst op een blogje?

Er was nog een versie drie van dit stukje. Of liever, een versie “half”. Mijn scriptie is opgedragen aan mijn vader. Kijk maar eens op pagina drie. Hij was (onder andere) degene die me aanmoedigde om door te zetten en uiteindelijk alles af te maken. Dat hij er zelf niet meer bij was deed maar weinig af aan die inspiratie. Ook daar schreef ik ook wat over. Maar dat werd zo’n tear jerker, dat hoefde nou ook weer niet.

Kortom: geen van die drie versies heeft het uiteindelijk gered. Die drie ‘onderdelen’ van mijn afstuderen (de scriptie, de verdediging en het ‘echte’ werken) horen namelijk bij elkaar. Het is volgens mij één geheel, en dat verdient ook één blogje. En dat blogje kan heel kort:

Hoera!

Geplaatst in /me | Met tags