Foto’s!

Het is alweer veel te lang geleden dat ik foto.nder.be gebruikte; en ik denk dat ik dat lekker zo laat. Daarom gooi ik de foto’s die ik vorige week zondag maakte bij het “American Car Festival” lekker op mijn eigen weblog. Bij deze!

Voor de grote versies kan je ook doorklikken naar mijn Flickr-profiel.

Link to image: 'zbkkr'

Link to image: 'nvpmt'

Link to image: 'yyppt'

Link to image: 'n8geg'

Link to image: 'dankm'

Link to image: 'yhepu'

Op naar het volgende land

Inmiddels ben ik weer veilig terug in Nederland. Wennen aan het weer (de regen is koud!), alle was gedaan en nu nog even vakantie.

De vlucht van Accra (via Casablanca) was lang maar ging opvallend soepel. Ik had er een hard hoofd in toen we gingen. Systemen lagen plat, lange rijen en geen boarding pass voor de overstap naar Amsterdam. Maar de douane was verschrikkelijk soepel (lucifers mochten mee, flessen water mochten mee) en het fouilleren was een lachertje. Om je dat laatste voor te stellen klop je jezelf even met je vlakke hand op je middel, en dan op je dijbeen. Dat was het! Het ging allemaal prima dus.

De vakantie is maar kort; in september begin ik met het schrijven van mijn Master-thesis bij een bedrijf in Düsseldorf. Daarvoor ben ik nu bezig met een kamer, ik heb een nieuw pak nodig, en ik ben me aan het inlezen in het onderwerp. Voorbereiden dus. Mooi verhaal trouwens. Ik ging op de universiteit naar het International Office om nog wat dingetjes na te vragen over het gaan naar het buitenland.

De man die me ontving begon met een hele preek. Hoe durfde ik het te wagen alles wat ik kwam vragen, niet al te weten? Was ik niet naar de Wil Weg Weken (info en promotie over in het buitenland studeren) gegaan? Hoe dacht ik aan een kamer te komen? Waarom heb je je beurs nog niet geregeld? Etcetera, etcetera. Ik ging zijn kantoor uit met een vaag gevoel dat alles mislukt was met mijn thesis.

Toen ik me ging verdiepen in zijn kritiek, kwam ik er achter dat dat allemaal best wel meeviel. Het bedrijf dat ik belde voor een kamer meldde dat ik toch wel heel vroeg was (terwijl de universiteit meende dat dat nooit meer ging lukken). Een studiebeurs is een schijntje, en kost tien miljoen jaar om te regelen (dus laat maar), de opdracht is al rond en goedgekeurd en nee, ik ga mijn kamer niet onderverhuren.

Ergo, alles is geregeld. Ik vermoed dat de man van de uni normaliter alleen complete mongolen over de vloer krijgt. Een jaar van te voren beginnen met de voorbereidingen? Fuck dat! Ik begon in januari, en dat was alleen omdat het bij een groot bedrijf allemaal wat langzamer gaat. Ik heb me tot aan juni misschien drie volle dagen ingespannen om alles rond te krijgen? Vier zou veel zijn. Het hoeft allemaal niet zo veel tijd te kosten.

Maar even los van al dat gedoe, ik ben terug! Uit Ghana! Yes! Ik mis het land wel een beetje soms, zeker als ik foto’s terug kijk. Maar het is hier ook wel fijn hoor. Goede wegen! Geen corrupte politie! Niet uren onderhandelen over elke boodschap! Hoera!

Voor de mensen die ze nog niet gezien had, ik heb foto’s online gezet, en een compilatie-filmpje gemaakt. Hieronder staan de linkjes.

Voor het filmpje een waarschuwing: hij is errug groot. Mocht ie dus heel traag spelen, gebruik dan de link onder het filmpje (rechtermuis, opslaan als) en download hem eerst voor je kijkt. Je hebt QuickTime nodig.

De volgende keer dat ik een stukje schrijf, is dat waarschijnlijk vanuit Duitsland. Bis lederhosen!

Lacrosse foto’s

Afgelopen zondag vierde de Nederlandse Lacrosse Bond dat er al tien jaar wordt gelacrossed (arg! hoe schrijf je dat! Renske?). Arjan was er voor de echte foto’s, ik liep rond met een 50mm lensje en maakte foto’s van van alles en nog wat.

Die paar foto’s die ik heb gemaakt (tegenover de achthonderd miljard van Arjan) waren snel uitgesorteerd, en staan dan ook op mijn (voor de gelegenheid afgestofte) foto blog:

Lacrosse op foto.nder.be

Ik ga naar huis en neem mee…

Sowieso, een shitload aan souveniers, foto’s (2142 so far!) en verhalen. Zo ook de volgende.

We zijn gisteren en vandaag (het is hier al avond, remember?) naar Mount Emei geweest. Da’s een berg hier in de buurt, 3.000 meter hoog, met een heel groot Buhdda beeld er bovenop. Echt briljant om te zien en mee te maken. Maarja, dan moet je er eerst komen.

Eerst met de groepsbus naar de voet van de berg. Er moest onderweg nog gelunchd worden, we vertrokken iets te laat, etcetera. Kortom: haast! In de suicidale rit die toen volgde ben ik op een gegeven moment uit pure ellende maar achterin gaan zitten. Er zijn maar zoveel bijna-ongelukken die een mens kan behappen voordat hij knapt. Voeg daar aan toe de kettingbotsing waar we langsreden (en dat was echt geen pretje) en je kan je je misschien voorstellen dat ik me achterin de bus “opsloot” met mijn iPad, muziek en zo min mogelijk naar buiten kijken.

Eenmaal bij de berg aangekomen had ik een gelukje. Ons Chinees contactpersoon, Jerry, kon drie mensen mee naar boven rijden. De rest moest met de busjes. Ik riep het hardst shotgun en voor ik het wist zoefde ik in een comfortabele, verlengde, diep donkerblauwe BMW5 de berg op.

Bovenaan gekomen was het even schrikken. Op de betreffende hoogte (2300 mtr) hangen wolken. Kortom, het was er nat, vies en steenkoud. Daarbij kwam, in het hotel was het niet warmer dan buiten. Letterlijk, je voelde gewoon geen verschil tussen binnen en buiten staan. Hardop stuurde ik klaag-smsjes naar vrienden, die terecht terugstuurden dat ik niet moest zeiken. Maar, met een kamertemperatuur van twee graden vond ik wel dat ik een klein beetje mocht piepen.

De avond verliep langzaam, en koud. Ondanks het electrische deken (meer: de electrische streep, want maar een kwart van het deken deed het) sliep ik niet heel erg goed. De reden? De schimmel tussen de lakens, de hurkwc’s met de poepstrepen er nog in en de lange zwarte haren op mijn kussen. Maar ik heb een paar uurtjes kunnen slapen, en dan was nodig, want ik moest vroeg op.

De volgende morgen was het weer een stuk beter. De wolk was weg, en ik kon verder dan twintig meter voor me uitkijken. Nou ja, het was nog steeds 06:00 dus je zag geen steek. Maar toch.

De tocht naar boven sla ik over voor de volgende keer. Eenmaal boven, boven de wolken, precies met zonsopgang. Daar sta je dan. Naast een Buhdda-beeld van dertig meter hoog. Uitzicht tot aan het einde van de wereld. Een zee van wolken, met daarboven een zon. Een zon die ongehinderd door mist, smog, wolken of regen ongekend fel in je gezicht schijnt. Ongelofelijk. De foto’s doen het helaas absoluut geen recht, en de filmpjes ook niet. Je had er bij moeten zijn zeg maar.

Nu is het avond, zondagavond. Mijn koffer is gepakt, ik luister naar Nina Simone (zonder dollen: het nummer heet “here comes the sun”) terwijl ik dit stukje tik. Ik scoor zo nog een paar biertjes aan de bar, ik controleer mijn koffer en ik doe een tukje. Morgen de laatste dag in China, en dan weer op weg naar huis. Geloof het of niet, ondanks alle avonturen, terwijl de anekdotes-machine overuren draait, zou ik graag weer thuis zijn. In mijn eigen bureaustoel, het saaie uitzicht en het platte landschap. Ik ben moe. Maar ook voldaan, en dat telt.

Link to image: 'aactx'

Chinese wegen zijn bloedlink

Link to image: 'kyb6h'

Kettingbotsing over een afstand van een kilometer of twee. Vrachtauto’s in de vangrail, van de weg af, auto’s in de kreukels. Geloof me, deze auto kwam er nog goed vanaf. Aan sommige wrakken was duidelijk te zien dat we er vrij lang nadat het gebeurde, pas langsreden. De lichamen waren al geborgen, allemaal akelig lege auto’s. Brrr, geen pretje allemaal.