Nou, niet echt. Ik goochel maar wat aan. Dit weekend had ik een stel vrienden over de vloer. In het hotel zou ik wel even vragen waar ze konden parkeren. Met mijn stein-Keulen Duits. Vriendelijk werd ik verbeterd. Heerlijk.
Je kent de grap vast wel van Herman Finkers. “Ik ken überhaupt maar één woord Duits”. Dat is mijn taalkennis in een notendop. Een gebrek aan naamvallen en een woordenschat van een kind van vier. Een Duits kind welteverstaan.
De afgelopen weken sprak ik voornamelijk Engels. Dat is net wat vertrouwder en daar kom ik mee weg. Engels kan ik wel. Een collega maakte daar een opmerking over. “Beter ga je gewoon Duits praten. Ons boeien de foutjes niet.“. Nou, ik twijfelde nog. “Als jij Engels blijft praten is het netto effect dat jij geen Duits leert, en wij beter Engels gaan praten.“. Daar had-ie wel een punt.
Ik ga deze week dus maar eens hard mijn best doen. Ik begon dit weekend al, in de kroeg. Tussen de dronken karaokezangers stond een vent in een “de wolf uit Roodkapje”-pak. Hij was met twee Roodkapjes de stad in. Lage decolletés en leuke rokjes. Niet vervelend om naar te kijken. Het pak moet erg warm zijn geweest. Maar eerst een anekdote.
Een paar jaar geleden stond ik met een stel vrienden in Frankrijk op de Tour de France te wachten. We wisten niet wanneer-ie voorbij zou komen. Ik zou dat wel eens even aan oom agent gaan vragen. Ik er heen, om in mijn steenkolen-Frans aan le Gendarme te vragen “a quelle heure c’est le tour de franse ce que passé que?”. Dat de beste man er wat van kon maken, verbaast me nog steeds.
Daar stond ik dan. De agent hield een monoloog van minstens vijf minuten. Ik knikte maar wat mee, gokkend op de toon van zijn stem en de twee woordjes die ik wèl verstond. Vervolgens terug naar mijn vrienden.
“Wat zei hij?”
- “Gééén idee!”
Zo gaat dat dus met mij en vreemde talen. Maar terug naar de wolf. Ik vroeg iets van “of het niet bloedje heet was in dat pak“. “Dat was het zeker” vertelde hij. Gisteren had-ie er ookal acht uur in rondgesjouwd. “Dan hebben de Roodkapjes het toch beter” was mijn droge opmerking terug. Niet dat-ie dat verstond. Maar hij begreep wat ik bedoelde. Wij lachen. Soms maakt het niks uit dat je elkaar niet verstaat.