Af en toe kom je ze nog tegen. De echte digibeten. Echte alpha’s, mensen die niks hebben met wiskunde, natuurkunde, computers of überhaupt maar met sommetjes in het algemeen. Daar is niks mis mee. Het woord digibeet klinkt misschien een beetje vervelend, maar het is natuurlijk lief bedoeld. Immers, die zitten er ook bij.
Vandaag trof ik er echter eentje waar ik echt de kriebels van kreeg. Brrrr!
Van de zomer ga ik naar Ghana. Drie weken, een project voor de universiteit, om daar te helpen met computers. Nou krijgen we tot die tijd college van een vrouwtje van (volgens mij) de sociale faculteit. Lief mens hoor, vast, maar ik kan haar echt niet meer serieus nemen.
Dat begon een paar weken geleden. Een college over “lokale kennis”. Dat is het verschijnsel dat mensen nou eenmaal veel weten van hun land, hun omgeving, en de mensen die er wonen. Nou is dat al niet bepaald rocket surgery, maar zoals zij het vertelde… Ik kreeg weer helemaal beelden van die arme Afrikaanse negertjes waar wij oh-zo goed bedoeld onze melkplas dumpten in de vorm van melkpoeder. Van die zielige oedeembuikjes die wij denken een plezier te doen met onze afgedankte Wibra-broeken. Ik kreeg van haar sterk de indruk dat ze Afrika ziet als één grote Hoekele-Boekele stam die bloot rondloopt en in rieten hutjes leeft.
Het is niet zo heel gek dat als je ergens woont (een generatie of acht miljoen), dat je dan verstand hebt van het land waar je leeft. Je staat niet meer gek te kijken van een regenseizoen. Bovendien heb je dan echt wel in de smiezen wanneer het handig is om gewassen te planten, welke slangen je niet moet pesten met een stok, en hoe je met het beste met elkaar kan gaan zodat alles een beetje vredig blijft.
Als je daar over nadenkt, geldt dat natuurlijk voor iedereen. In Afrika, in Azië, maar ook gewoon in ons koude kikkerlandje. Ik ben in elk geval niet zo gek om in de winter in een korte broek de deur uit te gaan. Ik wéét dat het dan steenkoud is. Bovendien rijden de treinen toch niet als het sneeuwt. Ik ken de openingstijden van mijn lokale Albert Heijn uit mijn hoofd, ik kan zwervers vriendelijk doch dringend afslaan, en ik weet dat het niet heel handig is om “wollah jongeh, doe mij een hijsje!” naar een willekeurige capuchonscooter te roepen. Is dat niet ook gewoon “lokale kennis”, opgedaan door “de lokale bevolking”? Sure, het is niet zo down-to-earth als in een ontwikkelingsland maar feitelijk niet anders dan haar Afrikaanse voorbeelden.
Daar moest ik dus al even van bijkomen, want terwijl ik me dit bovenstaande zat te bedenken, zat deze mevrouw door te emmeren over de “indigenous people” en hoe knap het was dat ze in het goede jaargetijde de zoetste knollen uit de grond wisten te graven. Nou, gefeliciteerd. Zet mij een paar jaar in West-Afrika, en dan lukt me dat ook wel. Andersom trouwens ook. Het handjevol Afrikanen dat hier op de universiteit rondloopt weet doorgaans beter hoe laat lijn 10 rijdt dan ik.
Terug naar vandaag. Een college over ICT en onderwijs. Over hoe ICT het onderwijs kan helpen en zulks. Dat begon al met zulke kritische vragen (van haar) als: “wat heb je aan ICT als je zes kilometer moet lopen voor water?”. Nou, ik weet het niet, maar ik beweer ook niet dat je dan wat aan ICT hebt. Ah fijn, ze begon ons te vragen naar onze computerkunde, respectievelijk op de basisschool, de middelbare school en daarna. Ik was zo stom om te vertellen dat ik op de basisschool al zat te programmeren achter een oude (maar toen hagelnieuwe) 486.
Daar kon ze al niet met de pet bij. Dat kinderen dat voor hun lol deden. Ze ging er verder niet op in, dus ik dacht dat ik goed zat. Tot ze bijgekomen was van mijn antwoord, want toen begon ze met een onschuldige vraag aan de groep: “dat doen ze toch niet meer hè? Kinderen leren programmeren op school?”. Iedereen antwoordde ontkennend, en dat was maar goed ook. Er volgde een heel verhaal over dat dat maar onzin was, bla-die-bla, terwijl ze in één adem zei dat ze toch wel graag zou zien dat alle kinderen tienvingerig leerde typen op school. Ik wilde nog opperen dat ze eerst maar eens moesten leren spellen, maar ik zei maar even niks.
Door naar de social media, of zoals zij het noemde “zosjal miedie-ja”. De enige jongen in de klas die niks met Facebook had werd de hemel ingeprezen. Fair enough. Vervolgens kwam er een hele anekdote over hoe zij samen met drie docenten in een collegezaal, de enige was zonder Hyves. “Hah!”, riep ze gekscherend, “we waren de enige zonder vrienden!”. Ook nu hield ik wijselijk mijn mond maar dicht.
Na de pauze ben ik niet teruggekeerd. Niet omdat ze, ongehinderd door enige vorm van kennis, zo over computers stond te kletsen, nee. Daar kan ik wel tegen. Dat zie ik vaker. Maar dat hele Afrika-verhaal? Ze was bloedserieus! Ze gaat al jaren naar allerlei Afrikaanse landen, om ontwikkelingshulp te geven! Denkt ze echt zo over de bevolking daar?
Ik vind het ineens niet vreemd dat onze ontwikkelingshulp daar bar weinig bijdraagt. Ze zien ons aankomen zeg. Dan hoop ik toch dat Tim en ik het beter gaan doen straks.