Archieven voor 'Rant'

Reclames

Ik heb geen TV. Al jaren niet meer. Heerlijk. Je mist er echt niks aan. Films kan je downloaden, leuke series kijk je via Uitzending Gemist (of die download je ook) en het nieuws pik je via internet mee. Sneller en nog relevanter ook.

Af en toe levert dat grappige situaties op. Ik zat laatst ergens TV mee te kijken, en er kwam een briljante reclame voorbij. Ik lag in een scheur! De andere keken me wat meewarig aan. “Die is al weken op TV hoor.“. Tja, wist ik veel.

Vroeger, als wij thuis TV keken, ging tijdens de reclames het geluid uit. Een verademing. Vooral omdat het geluid tijdens reclames veel harder lijkt. Dat is overigens niet zo, dankzij wat trucjes lijkt het geluid uit je speakers te brullen. Maargoed, geluid uit dus. Dat zie ik tegenwoordig niemand doen. Elke keer als ik een keertje met mensen mee-zap, blijft die herrie doorlopen. Vaak blijven ze nog kijken ook. Bij ons ging het geluid uit, er ging er eens ééntje naar de WC en ondertussen babbelden we wat of bladerden we door de TV-gids. Dat zie je echt nergens meer. Het is net als stroopsoldaatjes, of in je blootje in het opblaaszwembad in de achtertuin. Relikwieën uit mijn jeugd.

Ik gok dat zo’n 90% van mijn lieve lezers TV kijkt. Ik kan ze dus niet al te hard affakkelen. Ik bedoel, een beetje ranten is leuk, maar als je zelf het slachtoffer bent? Mwoah. Ik zal dus maar niet doorgaan. Duidelijk mag zijn, dat ik er niet bij kan met mijn hoofd. Negentig procent van de reclames is nog ontzettend slecht ook. Wie wil dáár nou vrijwillig naar luisteren? Kijken is al erg genoeg.

Doe jezelf nou eens een plezier. Flikker dan niet die TV het raam uit (daar was-ie toch al veel te duur voor), maar zet het geluid eens wat vaker uit. Negeer het gewauwel van de gebotoxte reclame-hoofden eens. Pak een boek, check je email, strek je benen of ga eens lekker anders zitten.

Wedden dat TV kijken dan toch nog iets ontspannends wordt?

T-Mobile aan de telefoon

De laatste dagen heb ik vrij regelmatig met T-Mobile aan de lijn gehangen. Niks bijzonders. Nieuwe telefoon (want mijn huidige is echt aan het overlijden), een vergeten betaling (hunnerzijds ;) ), dat soort dingen. Als je goed luistert, of wel vaker met de klanten’service’ van een bedrijf aan de lijn hangt weet je dus precies wat er gaat komen.

T-Mobile: Goedemiddag.
Ik: Goedemiddag, met Sander, ik wil graag (insert vraag).
T-Mobile: Ok, wat is uw mobiele nummer?

Daar begint het al. Mijn mobiele nummer? Ik bel ze nota bene mobiel. Met een nummer van T-Mobile. Mijn telefoon, nog gezegend door De Heer zelve in Jerusalem, kan al het ene nummer van het andere onderscheiden. T-Mobile heeft blijkbaar Chinese kindertjes in hun telefooncentrale zitten en tja, die kunnen geen Arabische cijfers lezen.

T-Mobile: Ter controle, wat is geboortedatum, postcode en huisnummer?
Ik: (Lepel ze allemaal op)
T-Mobile: Meneer Sander dus?
Ik: De enige echte.
T-Mobile: Dan zal ik me ook even voorstellen. Ik ben (bla die bla) en ik sta tot uw dienst.

Dat guitige ‘dan zal ik me even voorstellen‘ hoor je ze allemaal zeggen. Allemaal. Daarna komt nog iets van ‘en ik ben hier voor u‘, of ‘ik sta tot uw dienst‘, of iets anders onzinnigs. Leuk verzonnen door de marketingboys, maar het wordt een beetje afgezaagd.

Plus, ze noemen allemaal hun naam, maar je verstaat ze nooit. Of ze heten Fatima Dachdievaroempadieblageenidee, of ze heten Henk de Vries en er werken zeventien Henken de Vries bij T-Mobile als je er naar vraagt omdat die jongen je toen-en-toen geholpen had. Of natuurlijk de gouwe ouwe ‘die werkt hier niet meer‘. ‘Ja‘ zeg je dan, ‘en ik weet waarom‘. Lachen gieren brullen natuurlijk aan de andere kant van de lijn maar je schiet er niks mee op :').

Daarna gaat het gesprek gewoon, nou ja, goed. Je ouwehoert wat, je kletst over waar je dan ook voor belt en vooral, je doet zo vrolijk mogelijk. Anders krijg je niks gedaan. Ze krijgen de hele dag zeikende mensen aan de lijn. Vandaag had ik trouwens dit pareltje:

T-Mobile: Hey, ik zie dat u een T-Mobile emailadres heeft.
Ik: Ehm?
T-Mobile: tmobile apestaartje N D E R punt be. Wat leuk, werkt u ook bij T-Mobile?”
Ik: Eh, nee.

Echt te briljant voor woorden. Achteraf bedacht ik me natuurlijk dat ik “Ja” had moeten antwoorden of “Shit je hebt me door” ofzo. Maar ik was niet zo scherp. Na de tweede opmerking van dat meisje was ik zo hard mijn lach aan het inhouden dat ik mijn koffie liet vallen.

Het gesprek afsluiten gaat alsvolgt.

T-Mobile: Bent nu zo naar wens geholpen?
Ik: Yep
T-Mobile: Heeft u nog andere vragen?
Ik: Nope.
T-Mobile: Dan wil ik u graag een fijne dag wensen en bedanken voor het bellen.
Ik: Ok, ajeto!

Een gewoon Hollands “Doei!” “Ja doei!” kan er niet eens meer af. Waar moet het heen ;(.

Voorspelbaar

Je kijkt een film. Op ongeveer twee derde van de film is alles koek en ei. De bad guy is verslagen, de jongen heeft het meisje (of andersom) en de weeskinderen zijn gered uit de brandende schoolbus. Zet de aftiteling maar klaar.

Maar neen! Plots blijkt dat de weeskinderen van de regen in de drup belandden. Een oud probleem duikt de kop weer op de bad guy leeft nog! Wat een verrassing!, of de jongen en het meisje krijgen ruzie over iets compleet debiels (dat ook nog eens totaal uit de lucht komt vallen). Wat het ook is, het probleem is Onoverkoombaar.

Het laatste stuk van de film wordt gevuld met het laten zien dat het probleem toch nog opgelost kan worden dankzij de vereende krachten van de goodguys, of met behulp van de beste vrienden van de hoofdpersoon, die toch nog het meisje weet te scoren. En dan, na een half uur tenenkrommend film kijken, dan toch eindelijk de goede afloop en de aftiteling.

Hollywood, kan dat nou niet eens anders?

Iemand ophalen

Vroeger jongen, deden wij het zonder al die moderne mobieltjes enzo. Toen belden we elkander nog gewoon.

Aldus elke willekeurige senior die ik spreek over telefoons, internet op je mobiel, en wat dies meer zij. Ze vinden het doorgaans niks. Maar het is wel verdomd handig. Zo ondervond ik gisteren, in ieder geval.

Tot vorig jaar een keer had ik een behoorlijk hippe telefoon. Interweb erop, emailen, alles kon. Dat ding ging stuk en nu leen ik de oude van Sjoerd, die Walter daarvoor had, totdat er weer iets tofs uit komt. Bijvoorbeeld de nieuwe iPhone, die waarschijnlijk begin volgende maand wordt aangekondigd.

Dat ouwe ding is niet zo handig. Twitter gaat maar net, Facebook is regelmatig teveel gevraagd en elke keer als ik de webbrowser afsluit, moet ik overal opnieuw inloggen. En ik heb een heel lang wachtwoord, dus dat is erg vervelend. Het weerhoudt me er niet van om te internetten, maar liever niet. Dat kan problemen geven.

Gisteren kwam Peter terug van Curacao. Samen met Kenneth zou ik hem gaan ophalen. ‘s Ochtends checkte ik nog even Facebook en jawel, hij was ingecheckt. Dus ik er heen.

Daar aangekomen zei het bord: “Expected at 22:00″. Het was tien over half elf in de morgen. Ik dacht nog, “mmm, is dat de lokale tijd?“. Dan maar Kenneth sms’en. Die belde verschrikt op: “Ben je er dan? Hij heeft zeven uur vertraging!“.

Kortom, ik kon weer terug. Twee en een half uur in de trein voor niks. Nou ja, niet helemaal voor niks, want ik heb Starbucks koffie gescoord en mijn huiswerk gemaakt. Ik had wiskundesommetjes en die zien er altijd erg ingewikkeld uit. Ik zat in een stiltecoupé, en een meisje tegenover mij begon te bellen. Ze belde niet van “hoe is het nu met oma na de hartaanval en dat tragische ongeval met die zebra?“. Ze belde een vriendin en begon met “wat ben je nu aan het doen?“. Kortom, een gesprek over niks.

Ik zeg tegen haar “Weet je waar je bent?“. “Hoezo?“. “Je zit net als ik in een stiltecoupé, en ik ben hier niet voor niets gaan zitten.“. Ik wijs op mijn sommetjes. Ze trokken al de aandacht van de andere passagiers, dus die had ik in ieder geval op mijn hand. “Als je zo nodig moet bellen, doe dat lekker ergens anders.“. Boos hangt ze op, en gaat ze weg. Vriendelijke knikjes komen mijn kant op. Punten voor mij, weer een goede daad gedaan.

Toch voel ik me wel een beetje sociaal gehandicapt na deze episode. Thuis aangekomen blijkt Peter vrolijk (of nou ja, vrolijk) te hebben doorgegeven dat het nog wel ff kon duren voor-ie aankwam. De meewarige twitter-berichten vlogen me dan ook om de oren. “Ach, ja dat had ik gelezen. Ben je toch gegaan? :')“.

Gelukkig had ik Starbucks koffie om mijn verdriet weg te drinken.

Achterlijke zoekrobots

Zo, even een nerdpostje doen. Sla dit stukje dus rustig over als je niet weet wat ‘indexeren’ is. ;)

Ik blog al sinds 2004 ofzo. Dat is inmiddels zes jaar, en dat klopt wel ongeveer, want ik begon toen ik nog op het MBO zat. Mijn allereerste stukje ging over het feit dat ik een weblog was begonnen. Het alleroudste stukje dat tegenwoordig nog online staat is een pareltje over BNN. Zonder de bijbehorende reacties, want die zijn in de loop der tijd verloren gegaan.

Waarom zijn die verloren gegaan? Verhuizingen. Ik begon ooit bij Blogger.com, de gratis blogdienst. Tegenwoordig van Google was dat destijds het beste alternatief voor de diensten van web-log, dat destijds afschuwelijk lelijke sites produceerde.

Later stapte ik over naar mijn eigen site, hier op nder.be. Ik gebruikte één van de eerste weblogprogramma’s voor op je website. Ietwat primitief, weinig opties en niet bepaald een wonder van techniek. Maar het werkte, en blog.nder.be is sindsdien hét adres geworden voor stukjes door mij geschreven. Ja, en tegenwoordig staan ze ook op Hyves. Dikke kans dat je dit daar leest.

De webadressen waarop mijn stukjes te vinden zijn zijn sinds die tijd dan ook flink veranderd. Bij Blogger.com ging het nog wel. Daar was het iets als /blog/titel.html. Mijn eerste weblog produceerde wazige dingen zoals /index.php?id=29292. De updates daarna, en wisselingen van de wacht op software gebied leverden elke keer andere links op.

Op zich was dat niet zo’n probleem. Alles werkte immers, als je op mijn weblog zat. Maar het internet zelf was wat hardnekkiger. Oude linkjes gingen stuk. Toen ik ooit van software wisselde moest ik nog maanden oude linkjes in Google fixen.

Tegenwoordig zit dat wel goed. Google pikt me goed op, net als Yahoo! en Bing. Maar er zijn nog een boel entrepeneurs met primitieve webrobots die het concept ‘pagina niet gevonden’ niet snappen. Ze duiken ergens een oud linkje op (en geen idee waar, ik kan ze niet vinden), en proberen dat te bezoeken. Ze krijgen vervolgens de keurige melding “sorry, pagina niet gevonden“.

In plaats van daar gehoor aan te geven en het linkje maar te vergeten blijven ze het proberen. Het gevolg? Ik heb soms tientallen, zo niet honderden meldingen in mijn logboeken staan van debiele webrobots die hardnekkig dezelfde oeroude link proberen te bezoeken. En meestal repareer ik de link handmatig, zodat-ie weer werkt, maar vaak ook niet. Ik heb, zeker twee dagen voor mijn afstudeerpresentatie zoals nu, wel wat beters te doen. En denk maar niet dat zulke webrobots gehoor geven aan het technische jargon dat mijn website inmiddels heeft, waar min of meer in staat dat ze op moeten donderen.

Eigenlijk kan je maar één conclusie trekken uit al dat gemier met websites. Het internet is inmiddels net zo ‘volwassen’ als ik. Meestal wel, maar met regelmaat helemaal niet.

Studielink, %$#@#%#

Ik kan nu bijna spreken over ‘vroeger’. Die goeie ouwe tijd op de HAN, waar we leerden programmeren in een keur van programmeertalen, van C# tot Java tot… ehm.. Nou ja. Die twee. Mijn punt is, programmeren was toen simpel. Je hebt een simpel taakje dat volbracht moet worden. Je punt uit één informatiebron, zoals een database, en je levert je gegevens af op een ander punt. Uiteraard werd het weleens ingewikkelder, maar echt heel moeilijk was het nooit.

Nu bij mijn afstudeerbedrijf werk ik aan een product dat werkelijk zo gigantisch ingewikkeld is dat niemand alle ins-en-outs kent. Ja, globaal misschien, maar helemaal de diepte in? Het houdt een keer op, en ik heb gemerkt dat het bij dit soort programma’s ook bijna niet meer mogelijk is om alles te weten. Ik heb mijn best gedaan, maar ik weet ook nog steeds niet alles. Zo complex is het.

Bij de overheid komt dat wel vaker voor. Een bepaald probleem is zo gigantisch ingewikkeld dat het niet anders kan dat het ook een gigantisch programma nodig heeft. Neem nou ‘Studielink’. Dat is een website waarop je je inschrijvingen aan universiteiten, hogescholen en andere opleidingen kan regelen, alsmede de betaling van het collegegeld en meer van die handige zaken.

Nu ik iets meer weet van de ontwikkeling van zulke grote en omvangrijke applicaties weet ik dat dat niet makkelijk is. Er moet nagedacht worden over de flow van zulke grote stromen, dat het onmogelijk is om dat niet abstract te doen. Volg je me nog? Wat ik maar zeggen wil, er komt een moment dat je iets moet zeggen als “en nu moet het programma de aanvraag indienen”, of “en nu krijgt de student een brief thuis”. Als je dat niet doet, lukt het je nooit om zoiets helemaal af te krijgen.

Dat is ook logisch ook. Als je een feestje organiseert besluit je zoiets als “we kopen meuk, we nodigen mensen uit, en dan wordt het gezellig”. Wat die meuk precies is, wie die mensen zijn en hoe je het dan gezellig krijgt zijn dingen waar je dan nog niet mee bezig bent. Dat komt later wel, in de Albert Heijn.

Maar dat Studielink hè? Dat is dus echt een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. De logica van die website is alleen te snappen als je de database erbij houdt. De mailtjes zijn onbegrijpelijke, kafkaësk aandoende broddelwerkjes, geschreven door mensen met het taalgevoel van zeekomkommers. De website zelf is gebouwd als een ouwe SUV. Log, traag, en vol met nutteloze mogelijkheden waar je alleen in de jungle van Cambodja iets aan hebt. Zo is Studielink er ook in het Engels, wat op zich nuttig is, maar tegelijkertijd is de website totaal niet in staat om te onthouden wat jouw voorkeur is qua taal. Het gevolg is dat de helft van de pagina’s willekeurig naar Engels en weer terug naar Nederlands springen.

Zo zou ik nog wel een pagina of vier vol kunnen kletsen over het monster van Studielink. Ik zal dat maar overlaten aan enthousiastere bloggers. Ik zal afsluiten met weer een tenenkrommend voorbeeld van Studielink-logica. Na vier jaar studeren, en drie succesvolle inschrijvingen bij de HAN en de Radboud universiteit kreeg ik laatst een brief met een code. Of ik, als nieuwe student (hoe verzin je het!), mijn adresgegevens zou willen valideren. Ik denk dat ik voor de grap het adres van Zweinstein opgeef. Ik denk niet dat ze het door gaan hebben.

Met de bus naar Apeldoorn

Nu ik deze post over het openbaar vervoer in Nederland aan het typen ben, schieten me twee dingen te binnen.

Ten eerste dat wij hier in Nederland maar gelukkig moeten zijn met alle voorzieningen die we hebben. Ik noem een zorgverzekering, vers stromend water en openbaar vervoer. Zelfs in landen als de Verenigde Staten is goed openbaar vervoer niet vanzelfsprekend. Vraag maar aan RJ.

Het tweede is dat dit zeurblogje (want je weet vast al wat er gaat komen) een beetje een herhaling is. Immers, elke keer als ik stage ga lopen ergens in dit land moet ik met het OV. Elke keer valt er wel wat te mekkeren. It makes you think.

Bij deze dus mijn klaagstukje over het OV. De busreis naar Apeldoorn is lang, altijd vertraging, ik mis altijd mijn aansluiting, yak yak yak. Voor een reis waarvan 9292 zegt dat ie 54 minuten duurt ben ik ruim anderhalf uur onderweg. Dat is nogal vervelend.

Overigens, over 9292 gesproken, wat voor een oneindige prutsers zijn dat. Diezelfde gasten die bandbreedte gingen besparen met een zwart-witte website (ja, echt!) en vervolgens hun site volpleurden met advertenties. Nou die gasten hebben de meest klantonvriendelijke mobiele site aller tijden geproduceerd. Mên mên mên wat een gedrocht is dàt zeg! Je kan nog beter met postduiven de weg gaan vragen aan een Zuid-Afrikaan met een kaart van Oeganda. Zelfs dat is sneller dan een routebeschrijving van 9292ov.nl. En het was nog niet zo erg geweest, als die site zulke ongelofelijk oenige suggesties gaf. Ik type in: “john f kennedylaan“. De website suggereert: “Bedoelde u ‘john f kennedylaan’?“. Ja! Dat bedoel ik! :(

Tijd voor een diepe zucht. Gauw maar weer aan het werk. Ik heb genoeg te doen om het gestress van het OV even te kunnen vergeten ;).

Nieuwe bank

Na het akkefietje waar ik laatst over blogde (zie hieronder) heb ik besloten om over te stappen naar de Rabobank. Het was namelijk niet de eerste keer dat ik erg onsympathiek werd behandeld door de ABN, en ik had het wel gehad met ze. Plus, ik heb wat meer vertrouwen in de Rabobank dan in de ABN op dit moment. En omdat ik nèt een gesprek had bij een bedrijf over mijn afstuderen (en het gesprek ging positief!) liep ik strak in het pak de bank binnen. De Rabobank hè, niet dé bank. Dat ging zo:

Rabobankmevrouw: “Dag, wat kan ik voor u doen?”
Ik: “Wat voor een papieren enzo hebben jullie van me nodig als ik hier een rekening wil openen?”
Mevr: “Eh, alleen een identiteitsbewijs.”
Ik: “Nou, doe maar een rekening dan!”

En klaar is Kees. Na een minuut of vijf wachten en een goeie kop koffie werd ik opgehaald. Een sympathieke jongen vulde alle computerschermpjes in, checkte mijn BKR-registratie (die ik niet heb!) en kletste ondertussen honderduit over het computersysteem, en waarom ik dan wel niet in pak was, en bla-die-bla. Kortom, gezellig. En het kantoor van de Rabo hier in Arnhem ziet er echt briljant uit. En ook zo mooi, toen ik ging zitten begon hij enthousiast over zakelijke rekeningen en pakketten. Toen hij begreep dat ik particulier kwam, begon hij over totaalpakketten en verzekeringen. En toen ik zei dat ik student was, was hij wel heul nieuwsgierig waarom ik dan in pak was.

Inmiddels zijn alle documentjes getekend, en wordt morgen mijn nieuwe rekening geactiveerd. Van de week krijg ik een tof pasje, een nieuw pincode en kan ik beginnen met het overhevelen van mijn geld van de ABN naar de Rabo.

Oh trouwens, ik lok jullie even naar Walter. Die heeft een leuk stukje geschreven. Lees het!

Google Latitude

Google heeft weer een nieuw speeltje ontwikkeld. Het heet “Latitude” en het stelt je in staat om je huidige locatie (ja, echt) te delen met andere mensen. Je kan op je PC instellen dat je ‘hier’ bent, en anderen kunnen dat zien. Als je een moderne telefoon hebt kun je zelfs constant zelf updaten waar je bent (“Station Arnhem”, “Elst”, “Nijmegen”).

Steeds meer telefoons echter komen met GPS. Niet alleen handig voor de TomTom, ook Google’s nieuwe software kan er mee overweg. Je positie wordt dan automatisch geupdate op een kaart. Zo liep ik eergisterenmorgen naar Sjoerd toe. Hij zag me op zijn Latitude aan komen lopen. Met een beetje geluk (als je GPS nauwkeurig genoeg is) kan je zelfs zien aan welke kant van de straat iemand loopt. Hardstikke gaaf, en in tegenstelling tot wat iedereen denkt, niet slecht voor je privacy. Net als de TV, kan je Latitude uitzetten, en moet je het eerst met de hand activeren.

Het is nog wel een beetje buggy. Gauwain kreeg eergisteren de cryptische melding “U bevindt zich op 5000 meter van uw locatie”. Dat leverde een aantal interessante filosofische problemen op. Later, toen ik mijn telefoon vijf minuutjes weglegde sprong-ie in de slaapstand. Google Latitude werd prompt geupdate:

Screenshot van mijn telefoon

Er staat dus een pijltje precies te wijzen naar waar ik nu ben. Het wijkt misschien vijf meter af. Maximaal. En toch wordt het pijltje begeleidt door de tekst “ik ben nu niet hier”. Hoezo, ik ben nu niet hier. Ik ben precies daar! Precies! Preciezer kan bijna niet!

Rare jongens, die Google-programmeurs…

Meer over Google Latitude weten? Kijk dan eens op hun website.

Badkamerperikelen

Mijn badkamer is niet de schoonste. Dat komt gelukkig niet omdat ik zo’n viespeuk ben, of omdat ik er nooit schoonmaak. Het lijkt wel of mijn badkamer niet schoon wil worden. De tegeltjes blijven altijd volzitten met kalkaanslag, de wastafel is altijd groezelig en ook de WC is nooit zo wit als in de Glorix reclames.

Toch doe ik elke week goed mijn best om de boel weer blinkend schoon te krijgen. Zo had ik vorige week spul van de Albert Heijn ontdekt om kalk tegen te gaan. Zo’n spuitbusgeval, waar ook Glassex enzo in zit. Daar heb ik vorige week mijn badkamervloer mee schoongemaakt. Het hielp echter maar één dag. Daarna was de kalkaanslag weer even hard terug. Plus, als bonus lag er een vettig laagje over de hele vloer heen. Van dat schoonmaakspul. Kortom, geen succes.

Gisteren besloot ik het weer op de ouderwetse manier te doen. Ik heb de vloer geboend met veel allesreiniger en een stevige borstel, de wastafel heeft een beurt gehad met Jif, en de WC heeft een behandeling met een fles chloor gehad. Allemaal goed en wel, zou je zeggen.

Maar, nou komt-ie. Mijn wc spoelt al heel erg lang slecht door. Hij doet het prima, maar hij houdt niet meer op. Er zit ergens iets klem. Er sijpelt een klein beetje water door de sluiting heen en als je dat niet in de gaten houdt, staat er feitelijk gewoon de hele dag een kraan open. Meestal los ik dat op door een flinke klap op de stortbak te geven. Het dingetje dat klem zit schiet dan los en er loopt geen water meer doorheen.

Nu ik toch bezig was met schoonmaken besloot ik dat mechaniek eens van dichtbij te bekijken. Ik haalde de klep van de stortbak en bekeek het hele zaakje eens goed. Allerlei vreemde haken, buizen en drijvers zaten in een ingewikkelde constructie in de stortbak. Ik besloot maar gelijk om de gok niet te wagen. De minste aanraking van mijn kant zou alles op tilt doen slaan en repareren zou uitgesloten zijn. Toch, uit nieuwsgierigheid trok ik de WC door, met de klep eraf. Toch eens leuk om te zien hoe zo’n systeem werkt.

Normaalgesproken doe je dat door op de klep van de stortbak het knopje in te drukken. Nu kon dat niet, en moest ik met mijn wijsvinger een wiebelig plastic dingetje indrukken. Het werkte, en de WC spoelde door.

Bijna al het water was weg, toen het mis ging. Het hele mechaniek sprong met een harde -klak- terug in de beginstand. De knop kwam met een aardige vaart omhoog en het wiebelige plastic dingetje kwam mee omhoog. Maar, de klep zat niet op de stortbak. En die klep (raad je al waar dit heen gaat?) houdt normaal gesproken dat plasticje tegen. En nu niet. Het gevolg was dan ook dat het plasticje een mooie ronde boog door de lucht beschreef en precies in mijn schone, blinkende wc belandde, en samen met de rest van het water wegspoelde. Ik deed er nog een greep naar, maar ik was te laat. Weg plasticje. En wat bleek? Dat kleine stukje plastic is essentieel voor het doortrekken van de WC!

Nu zit ik dus zonder doortrekmechaniek en moet ik elke keer als ik naar de WC ga met de hand doorspoelen. Dat betekent: klep eraf halen, mechaniekje zoeken, knopje indrukken, wachten, mechaniekje terugduwen (want dat werkt nu nog slechter) en de WC weer in elkaar zetten.

Binnenkort komt een monteur mij redden met een nieuw mechaniekje. Tot die tijd ga ik maar gewoon zo min mogelijk naar de WC.