Archieven voor 'School'

Extra bewijsmateriaal

Als student ben ik elke dag druk bezig met het verzamelen van bewijsmateriaal. Op de HAN is het tegenwoordig zo dat je iets niet hoeft te kunnen om een 9 te halen. Je moet bewijzen dat je het kan. En geloof me, dat zijn twee héél verschillende dingen. Sterker nog, je hoeft niet eens te bewijzen dat je het kan. Je moet bewijzen dat je het bijna kan, maar weet hoe het moet. Hier heb ik al eens eerder over geschreven, dus dit is vast geen onbekend verhaal.

Vorige week kwam onze vaardighedendocent met een grapje. Een gebbetje. Nu we een opdracht hebben (zie beneden), moeten we een gesprek aan gaan met de opdrachtgever. Wat willen ze? Hoe willen ze het? Etc. etc. Nou zei onze docent voor de gein, “neem een camera mee en neem het gesprek op voor extra bewijsmateriaal“.

Jammer genoeg was het geen geintje. Ik zal niet uit het mailtje citeren, maar er stond iets als “lieve kindertjes, hebben jullie het gesprek al op camera?“. Mooi man, we motten dus echt een camera meeslepen. Morgen hebben we een gesprek met de uitgeversdirecteur himself (en nog vier anderen) en wij gaan een camera meeslepen. Met een videjoo-bandje dat god weet waar terecht komt. Met daarop een inhoudelijk gesprek over de source-code van het intranet-systeem, de beveiliging daarvan en onze plechtige belofte om het tegen niemand te zeggen. Op video. Yeah right.

En dan is het probleem niet eens dat de boel op video staat. Ik bedoel, dat gesprek is niet mega-geheim. Maar dit is mijn derde project, en het zou mijn *tigste* gesprek zijn met serieuze mensen die serieuze dingen doen en hard werken voor hun centjes en zich niet door een studentje laten bedotten. Of je voor een student aanzien, wat dat betreft. Ja ja, ik pats een beetje maar mijn punt is dit: het opnemen van de gesprekken levert “extra bewijsmateriaal” op. Extra bewijsmateriaal voor iets dat ik al twee keer eerder én talloze malen IRL heb bewezen. Extra bewijsmateriaal voor iets waar ik al meer dan voldoende bewijsmateriaal voor heb. Maar toch moeten we een camera meenemen.

Plus, ik weiger uit principe met een digitale camera van de HAN te gaan rondsjouwen, proberen dat ding tussen drie plantenbakken aan de praat te krijgen, en tijdens het gesprek het lampje, de batterijen en de focus in de gaten te houden. Als we het toch over “zorg dat je professioneel overkomt!” hebt.

Eindelijk, een opdracht

Na twee weken en vier dagen wachten hebben we eindelijk een opdracht voor onze projectgroep. Nu de grote persberichtenfabriek definitief niet doorgaat zijn we overgestapt op een opdracht van een groot uitgeversbedrijf. We gaan in hun custom intranet-systeem een agenda systeem bouwen waarmee de heren en dames met elkaar allerlei events kunnen uitwisselen. Hoe we dat precies moeten aanpakken weten we nog niet, maar het mailtje richting de persoon die ons gaat begeleiden is de deur uit en nu is het afwachten.

Weer afwachten inderdad, maar het ziet er iig goed uit.

De superstorm

Geen ‘superstorm’ op komst

Het is geen verrassing. En wie kwam er eigenlijk met de naam ‘superstorm’? Was dat de media of de ‘voorspeller’ zelf? Ik vermoed zelf het laatste. De man die succesvol zoveel stormen in het verleden wist te voorspellen, maar nu jammerlijk lijkt te falen, zal het toch van onwetenschappelijke superlatieven als dit moeten hebben om aandacht te krijgen.

Ik had trouwens vanochtend de eindbeoordeling van I&S, een van de twee courses die ik de afgelopen 9 weken heb gevolgd. En het ging goed! Joepie de poepie! Docenten waren erg te spreken van onze portal, de rechtenstructuren en hoe alles werkte enzo. Niet verkeerd dus! Overigens is het vandaag precies 2 weken na de projectaftrap en hebben we nog steeds geen opdracht. Maandag gaan we meer horen. Ik heb dus vroeg weekend, en dat is maar goed ook. Dit weekend zijn Breuls en ik van plan (nou ja, ik doe niks, Breuls doet altijd alles =) ) om Replique te upgraden naar een nieuw versietje met wat technische dingetjes die noodzakelijk zijn enzo.

Zoals altijd ben ik van de mentale steun en mag Breuls worstelen met remote connecties, databases, backups, en katten die over meubels heen zeiken. Gelukkig heeft hij daar steun van Litso, want zijn katten doen dat ook.

Competentiegericht onderwijs

En nu ik terug ben van vakantie, kan ik dit natuurlijk ook wel posten. Het vervolg op Het geniale semester model.


Het is helemaal hip tegenwoordig. We toetsen onze studenten niet meer met tentamens en proefwerken. Nee, we laten ze de competenties uit de “praktijk” (denk hier maar even vierhonderd haakjes omheen) bewijzen met het werk uit projecten en opdrachten. Daardoor zijn ze beter in staat om de opgedane kennis te plaatsen en zijn ze gemotiveerder om hun werk te doen.

Dit systeem werkt, net als het semester model voor geen meter. En de combinatie van die twee is dodelijk, kan je je misschien wel voorstellen.

Een competentie is een skill die je bezit. “Planmatig werken”, of “Adviseren” zijn twee voorbeelden. Bij die competenties horen een aantal indicatoren, die (vak)specifiek handvaten geven om de competentie aan te tonen. Een voorbeeld voor de competentie Bouwen en Testen van het semester dat ik zojuist heb gevolgt. Het vak is Webtechnology.

De kandidaat is in staat om manieren te benoemen en te realiseren om vanaf een client te communiceren met de server, daarbij rekening houdend met de user experience.

Nou nou nou, wat zou daar het bewijsmateriaal voor zijn? Een AJAX-scriptje of een POST-formuliertje? Zoiets inderdaad. Maar dat is niet bewijzen. Je moet, zoals dat heet, “bewust bekwaam” zijn om een indicator aan te tonen. Neem bijvoorbeeld deze indicator voor de competentie samenwerken:

De student kan de interactie binnen de groep beschrijven met onderbouwing van theorie.

De bedoeling van deze indicator is uiteraard om groepsgenoten te laten ondervinden wat het is om in een groep samen te werken en aan een product te knutselen. Maar wat nou, als je deze indicator moet bewijzen?

Stel, we nemen een projectgenoot. We gaan het eens over hem hebben. In de groep zijn nog weleens conflicten over de manier van werken, en consequent heeft deze groepsgenoot (laten we hem Jan noemen) een andere mening. Overigens, dit verhaaltje gaat niet over mijn vorige projectgroep voor CRIA, mochten mensen meelezen. Jan vind dat hij veel ervaring heeft met de stof. Hij heeft aleens op een hogere opleiding gezeten en is nu terug op het HBO, om de een of andere duistere reden. Jan vindt dat hij altijd gelijk heeft.

Neem nou een discussie over hoe een applicatie moet reageren op nieuwe gebruikers. Uit de usabilitytest bleek dat gebruikers niet in staat waren om de eerste tool goed te gebruiken. Ze klikten ermee, terwijl je moet slepen. Resultaat: onduidelijkheid en verwarring. Dan zijn er twee oplossingen. Jan’s Geniale Fix, en de goede oplossing. Hierover discussieren met Jan heeft geen resultaat, want de hele groep is het jammergenoeg met hem oneens. Dat resulteert in gesprekken die ongeveer zo gaan:

- Jan, volgens mij is dit de beste oplossing.
— Volgens mij is het wel een goed idee om het anders te doen.
- Ja ok, maar dat lost niks op, de verwarring blijft. Ik stel voor dat we het op mijn manier doen.
— Maar we zouden ook [herhaal de oplossing]
- Dat snap ik, maar ik, en de groep met me, denken dat dat niet zo functioneel zal zijn als mijn oplossing.
— Als we nou eens [herhaal oplossing]?
- Neehee, dat doen we niet.
— *wegloopt*

Je snapt natuurlijk wel dat dat niet zo constructief is. Onze oplossing komt er, en de gebruikers zijn tevreden. Maar het onderwerp blijft hangen, en op elk moment dat een gebruiker eventueel zou kunnen blijven hangen op onze oplossing komt Jan triomfantelijk aan met opmerkingen als “volgens mij, als we [mijn fix] gebruiken is dat zo opgelost”. Redelijk uitleggen heeft geen zin, ook niet als je puntsgewijs vertelt waarom zijn oplossing niet werkt. Jan luistert namelijk niet. Jan luistert nooit. Jan krijgt een soort ruis in zijn oren als je tegen hem praat en wacht geduldig tot het gezoem over is, om vervolgens verder te praten. En dat het hele project door.

Waarom vertel ik je dit? Nou, Jan is gisteren geslaagd voor zijn competentie Samenwerken. Jawel, op niveau 3 nog wel, het hoogste HBO niveau. Vind je dat gek? Ik niet namelijk. Het grote zwakke punt van competentiegericht werken is namelijk dat het bewijzen zo ontzettend stom geregeld is.

Op het moment dat er iets bewezen moet worden, doe je vier dingen. Je verzamelt bewijsmateriaal, je motiveert dit, je schrijft een reflectie en je bewijst dat je “bewust bekwaam” bent (geworden). Maar hoe pak je dat aan als je projectgenoten een hekel aan je hebben gekregen, je bewijsmateriaal zeer mager is, en je uiteindelijk nog niks kan bewijzen? Oplossing: je lult uit je nek.

Je begint eerst maar eens met bewijsmateriaal. Je vertelt chronologisch hoe het project zich ontvouwde, wat de teamrollen waren en wat voor een “type” persoon ze waren. Een Plant, een Voorzitter… je kent het misschien wel. Dit onderbouw je met literatuur. Je zorgt ervoor dat je een samenhangend verhaal hebt over hoe bepaalde rollen kunnen conflicteren en hoe dat er in het project aan toe ging.

Omdat je (ondanks je competentie) geen reet hebt gedaan aan daadwerkelijk samenwerken, schrijf je een reflectie. Hierin trek je een klein boetekleedje aan en beschrijf je zo op een zo algemeen mogelijke manier de conflicten die in de groep voorkwamen. Daar betrek je jouw rol in (“mijn teamgenoten stonden niet open voor mijn mening”) en beschrijf je hoe je in de toekomst beter wilt worden (“mijn mening beter onderbouwen en zorgdragen voor een teamspirit waarin conflicten open en eerlijk gesproken besproken kunnen worden”). Hier betrek je gelijk het “bewust bekwaam” verhaal bij. Dit geheel beslaat vijf of zes kantjes en de competentie is bewezen. Bovendien fake je een Belkin-test, gebruik je de notulen als aanknopingspunt en slijm je bij docenten zodat ze bij het nadenken zoiets hebben van “oh ja, daar hebben we het nog over gehad”.

Dit is een schrijnend voorbeeld van competentiegericht onderwijs. Maar het kan nog veel erger. Wat dacht je van de nerveuze stotteraar die presenteren op niveau 3 bewees (en in theorie de Troonrede zou moeten kunnen doen). Of de dyslectische Antiliaan, vers van Aruba, die nog geen drie woorden goed kan schrijven (hoe lullig het ook klinkt) en zonder veel inspanning schriftelijk communiceren op niveau 3 bewees. Of ook zo mooi. Ik ken iemand die het plannen, organiseren en afnemen van een usabilitytest succesvol bewezen heeft, terwijl hij de hele week pas om 12 uur op school was en de dag van de test met een kater in zijn nest lag. En dan heb ik nog niet eens de competenties genoemd die niet eens mogen, maar wel in de documentatie voor een project staan, zoals deze:

De student is in staat voor de facultatieve toets die halverwege het semester wordt gegeven, een 8 of hoger te halen.

Ik bedoel, kom op!

Kortom; het oude onderwijs kent veel gebreken, maar competentiegericht onderwijs is nou niet bepaald het ei van Columbus. Terug naar de tekentafels maar weer.

Het geniale semestermodel

Voor de mensen die meelezen over Robert, dit stukje gaat niet over hem. Het gaat over mijn opleiding. Lees gerust mee en reageer als je dat wilt.

Het niveau van lesgeven op HBO opleidingen verschilt van zuigend tot ontzettend ruk. Mijn school is nu ook zover. Op de HAN hebben ze besloten om de ICA een nieuw lesmodel te geven om zo nog betere studenten op de arbeidsmarkt te zetten. Ze hebben het semestermodel bedacht.

Na het eerste jaar heb je je propedeuse binnen. In de drie jaar daarna moet je, behalve je minor en je afstuderen enzo, ook drie semesters volgen; elk van een half jaar. Zo’n semester gaat over een specifiek onderwerp, zoals “OO programeren”, “website bouwen”, “ICT en businesses dichter bij elkaar brengen”. Er zijn ook semesters zoals “communicating with databases” en “create a rich internet application”. Ik volg die laatste overigens.

Tijdens de eerste helft van zo’n semester krijg je twee courses. Die twee courses behandelen de meest belangrijke onderwerpen van het semester. Tijdens de tweede helft ga je aan de slag met een project om je in de opgedane kennis te verdiepen en op die manier wat te leren. Klinkt goed, of niet? Nou nee.

Om te beginnen, er zit veel verschil tussen het niveau van semester tot semester. Het semester dat ik nu heb gevolgd,CRIA, stelt werkelijk geen ruk voor. Zo heb ik Javascript geleerd die rechtstreeks van Google valt te halen en de opdracht van het project was erg leuk, maar inhoudelijk niet erg diepgaand. Daarnaast zijn er semesters voor communicatie-studenten die écht nergens over gaan. Maar op zich is dat niet zo frappant, want C-semesters gaan in de regel nergens over. Maar het ontzettend grote niveauverschil tussen semesters zorgt ervoor dat de ene route wel een HBO-diploma waard is, en de andere niet. Ik bedoel, voor je diploma: een semester over wikischrijven, een semester photoshoppen, en een semester Mambo installeren. Hardly the effort.

Een ander nadeel van het semestermodel is dat je elke keer opnieuw begint. Een eis aan elk semester is is dat het na het propedeusejaar te volgen is. Dat betekent dat elk semester opnieuw begint met newbies. Hoe schrijf je een portfolio? Wat is een project? Vroeger was het zo dat je samen met je klasgenoten je niveau omhoog tilde en op die manier een professional wordt ipv een studentje. Jammer genoeg betekent het semestermodel dat je elke keer opnieuw moet beginnen. De eerste drie weken van het semester zit je dus per definitie uit je neus te vreten omdat iedereen nog moet wennen. En elk semester weer moet je maar hopen dat je niet bij Havo-gastjes in de klas komt die alle negen weken van de courses geen zak uitvoeren om er aan het eind van het semester achter te komen dat ze toch wel heul veel moeten doen. Verschrikkelijk irritant.

Over leren gesproken. Het derde nadeel van het semestermodel is dat je geen kennis opbouwt. De kennis die ik heb opgedaan tijdens mijn eerste of tweede semester kan ik niet gebruiken tijdens mijn derde semester. Immers, inhoudelijk gezien gaat het semester van het propedeusejaar uit. Dus ook als je tijdens je eerste semester hebt geleerd om goed OO te programmeren krijg je tijdens het semester daarna vrolijk weer les in scriptjes schrijven in Qbasic. Hopla! En heb je net een groot project afgerond met behulp van de agile werkmethode Scrum, een semester later wordt je door je docenten om een zeer onrustige opdracht met het watervalmodel te doen. Iets dat dan ook compleet mislukt.

En uiteraard word je elk semester geconfronteerd met andere docenten, die voor een groot deel ontzettend incompetent zijn. En dat heeft ontzettend invloed op de voortgang van het project. Neem nou die ene docent die zo absent-minded is dat hij het op het afstuderen van een vriend van me voor elkaar kreeg om het verslag niet te lezen en het lot van hem te bepalen met een afwezig “ja ehm het is wel goed”. Of die ene docent die geniaal is met C maar Java moet geven en noodgedwongen niet meer tips kan geven dan “Google het maar”. Voor meer anekdotes moet je eens in mijn vriendengroep rondvragen.

En dit systeem wordt om de een of andere duistere reden gecombineerd met competentiegericht werken. Hoe verschrikkelijk dàt is vertel ik je de volgende keer wel maar ik kan je alvast een spoiler geven… Ik ken iemand uit een projectgroep van een ander semester, die de bron was van alle conflicten in die groep. Vorige week is hij geslaagd voor zijn competentie “Samenwerken”. Simpelweg door veel te lullen, een pietsje door het stof te gaan, en vooral veel reflectie te schrijven.

Je snapt natuurlijk wel dat ik dit pas plaats nadat ik de resultaten voor mijn semester binnen heb. Ik heb het gehaald! Het semestermodel verandert niets aan het feit dat het geven van kritiek (op de opleiding) betekent dat je je eigen ruiten ingooit. Hoe meer je in het openbaar klaagt, hoe moeilijker het wordt om het semester ook daadwerkelijk te halen. Vandaar dat je dit pas leest als de zomervakantie al begonnen is.

Bleh ik ben nerveus…

Al een tijdje ben ik mezelf voorbij aan het lopen. Ik ben druk-druk-druk en mocht ik tijd overhebben, dan vind ik wel weer plek voor het een of ander om die tijd te vullen. Ik ben nu betrokken bij het bouwen van drie websites, ik werk voor school bij het talentenbureau, ik heb het FOK!forum waar ik dingen voor ontwikkel, en uiteraard moet ik 40 uur per week op school doorbrengen voor het bouwen van een webapplicatie. En dan ben ik ook nog mijn eigen bijbaantje vergeten.

Dat gaan we dus eens even veranderen. En vanmiddag begin ik, door ontslag te nemen bij het talentenbureau. Ik heb mijn tijd hard, erg hard nodig. Vervolgens rond ik zoveel mogelijk websites af en ga ik aan de slag met mijn agenda. Die agenda gaat gevuld worden met uren, de uren dat ik verplicht heulemaal niks doe. En op die manier wil ik wel weer eens wat tijd voor mezelf nemen. Ik wil me weer ouderwets vervelen. Zonder dat er werk op me ligt te wachten, zeg maar.

Maar nu ben ik dus nerveus, vanwege dat talentenbureau.

op school

Op school

Je kan je wel voorstellen dat er weinig gebeurt met dit weer.

Wat vind je van de samenhang in de opleiding?

Dat is een doordenkertje. Ik had eergister een “interne audit” op school. Een commissie van docenten van een andere opleiding kwamen langs om de kwaliteit te meten van mijn Informatica opleiding. En nu we met het nieuwe “semester”-systeem werken is er bijvoorbeeld totaal geen samenhang in de opleiding. Dat levert leuke discussies op als je uitlegt hoe het werkt.

Het zit zo. In plaats van een opleiding van drie jaar (na je propedeuse) heb je nu een soort semesters. Zes stuks, waarvan drie stage. Die andere drie mag je zelf invullen. Kies je nou drie semesters die met Technische Informatica van doen hebben, wordt je TI'er. Kies je drie “gewone” semesters word je I'er. Tijdens zo'n semester heb je een onderwerp (websites, OO-programmeren,embedded proggen), en een project. Mixen mag uiteraard. Nou heeft dat hele systeem een paar zwakke punten, en laten we hopen dat de commissie het oppikt. Als zij het niet oppikken dan doet de externe commissie het wel!

- De kwaliteit van de semesters is onderling erg verschillend. Er is een docententeam voor elk semester. Zij bepalen de inhoud van het semester aan de hand van een aantal structuurs-eisen (lesplannen, courses, formatieve toetsen). Inhoudelijk mogen ze het zelf weten. Dat betekent verschil. Ik deed vorig jaar een semester over Java en UML… heel heel erg pittig. Ik doe een semester over webapplicaties.. en ik zit me een partijtje uit m'n neus te vreten, niet normaal.

- Je kan elk semester altijd kiezen. Dat betekent dat je als docententeam moet uitgaan van propedeuse-niveau. Elk semester begint dus met vertellen over portfolio's en uitleggen wat dat nou is, bewijsmateriaal. Bovendien ligt het tempo niet erg hoog en klimt het maar langzaam hoger… En als dat nog niet alles is… je wordt zo lekker aan het handje genomen. Wel in de les komen hoor! Alles wel op tijd inleveren! Het huiswerk voor morgen is [..]! Erg vermoeiend.

- Inhoudelijk is er nog minder samenhang. Dat heeft uiteraard ook met de structuur te maken, maar algemene projectvaardigheden worden ook niet gecoördineerd. In mijn huidige semester werd me gisteren vertelt dat het watervalmodel toch wel echt de beste methode was om iets te bouwen. Je gaat van fase naar fase en je levert helemaal aan het eind een product op. Dat is leuk, maar in mijn vorige semester werd de watervalmethode van werken compleet door de plee gespoeld. En daar hadden ze heel heel veel redenen voor, die buiten de scope van deze post vallen. En nu moet ik dus weer gaan watervallen. Ik voel me anno 1970.

Positieve note: Ik kreeg een fles wijn als dankje voor m'n feedback. Score!

Het sneeuwt….

En de nederlandse betuttelcultuur is weer op zijn best. Zojuist kreeg ik dit mailtje van de HAN:

Beste student,

Vanwege het weeralarm zijn er vanmiddag (donderdag 8 februari) vanaf 14.00 geen lessen.

Met vriendelijke groet,

Onderwijsbureau ICA

Kijk uit! Sneeuw!

Iets heel anders trouwens. In één van mijn courses (Webtechnologie) verlies je je “recht” op feedback van de docent, als je niet met minstens drie vragen over de stof komt de aankomende week. Heb je geen vragen, dan hoef je niet op support te rekenen als je toch vragen hebt. Jammergenoeg is de stof uitermate simpel… een beetje CSS, een beetje Javascript en (oei!) html. Oh wacht, XHTML! Nou wordt dat vast moeilijker de komende weken (hoop ik) maar voorlopig stelt het niet voor. Kortom: ik moet vragen gaan verzinnen om de docent blij te houden.

De lezersvraag van deze week: Is dat debiel, of niet? Hint: de vraag is retorisch.

Ik ben nog nooit zo zenuwachtig geweest…

Assessment op school voor het project van DDOA; voor Sogyo een project-support programma bouwen. Veel code, veel designen en heel heel veel gedoe. Nu nog wachten op de uitslag…

Untitled_2.png

De userinterface is behoorlijk simpel; de code er onder des te ingewikkelder! :o