Zoals ik al vermoedde, waren de afgelopen weken vrij “uneventfull”. Nu we in een werkritme zitten, en lekker onze gang gaan, zijn het niet meer de grote dingen die me verbazen, maar juist de kleine, en de onopvallende.
Via een van de medebewoners (Paul) van dit guest house leerden we Abraham kennen, een taxichauffeur. Hij rijdt Paul al weken van hot naar her, omdat zijn eigen auto in de garage staat. Wij schuiven hem geld toe, en hij is onze tourguide bij alles dat we willen doen.
Ik herinner me, dat we de eerste dag dat we Abraham leerde kennen (de derde dag in Sunyani) door hem midden in het centrum werden gedropt. “Dit is m’n nummer, bel maar als je naar huis wilt”. Dat lijkt niet zo’n rare gang van zaken, maar wij waren pas één keer in het centrum geweest, we hadden geen idee waar we uithingen, laat staan dat we zelf de weg naar het guest house zouden weten. We sjouwden dus maar een beetje rond, tot hij ons kwam ophalen (bij een voetbalstadion, dat was makkelijk vinden dus).
Een week later belden we hem ‘s avonds eens op. Of hij ons niet naar een leuke club ofzo kon rijden. Boeit niet welke. Kortom, wij die auto in, en rijden. Weer geen idee waar we uithingen, maar Abraham scheen het te weten en wij vonden het wel prima. Plus, we zagen andere ubruni (witjes) en dat was ons nog maar zo weinig overkomen dat we onze ogen uit keken. Het werd een leuke avond, en in mijn enthousiasme om indruk te maken op een lief Duits grietje kneusde ik best hard mijn grote teen. Kortom, dat ging hem niet worden met haar. Maar ja, boeiend, je staat in Ghana dus die mensen zie je toch nooit meer.
In het daaropvolgende weekend gingen we met onze driver, Toni, op toeristentocht in Ghana. Eerst naar briljant mooie watervallen, en daarna naar een bos waar allerlei apen een beetje de aap uit hingen uit te hangen. De ultieme toeristenattractie dus. Het mooiste van het hele verhaal was nog wel de rit er heen, en de rit terug. Ongelofelijk.
In Ghana delen ze wegen doorgaans in in drie klassen. De eersteklas wegen zijn geasfalteerd, of hebben dan in elk geval hier en daar een lapje asfalt. De tweedeklas wegen, dat zijn zandweggetjes. Van die rode Afrikaanse aarde. De derde klas, dat is alles er tussenin. Weggespoelde wegen, niet bestaande wegen, bruggen waar je uit de auto moet (anders houdt de brug het niet), allerlei van dat soort dingen. Je kan in ieder geval niet slapen in de auto. Je dreunt zo hard heen en weer dat je zeeziek wordt als je uit de auto stapt. Onze rit bestond voornamelijk uit derdeklas wegen. Het hield Toni niet tegen om er keihard overheen te scheuren.
Datzelfde weekend zijn we aantal keer gaan stappen. Die avond met Abraham, maar ook twee keer met Toni, die ik al eerder noemde. Hij nam ons mee naar onze stamkroeg (zijn favoriete muziek werd opgezet zodra hij binnenkwam), en een keer naar een of andere club.
Het mooiste was nog, Toni valt in de categorie “vies oud mannetje”. Hij zit net iets te veel aan serveersters (die dat allemaal pikken van hem), hij had beide avonden een ander grietje mee, en dat weekend bij de watervallen maakte hij onbeschaamd foto’s van mooie blanke meisjes. Gewoon door er recht voor te gaan staan, tong uit zijn mond, en dan klik klik met zijn telefoon. Tim en ik stonden er met open mond naar te kijken. Een oud mannetje bleef hij; zelfs de dinsdag na het weekend vol toeristenuitstapjes en stappen was hij nog moe. Hij moest bijkomen. Tim en ik hebben hem er goed om uitgelachen.
Dit is de laatste week, en de voorbereidingen voor een paar dagen Accra zijn in volle gang. We worden door Toni naar Accra gereden en daar nog langs allerlei toeristendingen gereden. Het hotel echter, dat bleek toch een issue te zijn.
De universiteit hier vindt het haar plicht (en terecht ook wel) om in de gehele periode dat wij in Ghana zijn voor ons te zorgen. Eten, drinken en toeristenuitstapjes en wel. De laatste drie dagen dus ook. Wij hadden echter zoiets van “ja hallo, wij gaan nog drie dagen op vakantie, dat hoeven ze niet te lappen”. Toen we aankondigden dat we al een hotel hadden waren ze in eerste instantie beledigd. “Wat? Is ons hotel te min?”, een beetje zo’n reactie. Na zorgvuldig uitleggen en toelichten ging er aan hun kant een lichtje branden dat we geen arrogante blanken waren die hun aangeboden hotel niet blieften, maar lieve bescheiden knullen zijn die uit voorzichtigheid zelf maar wat hadden geregeld.
Deze laatste dagen op de universiteit besteden we met het lesgeven in Moodle, het uitleggen van het systeem en veel Facebooken. Nog een week, en dan ben ik weer thuis!