Dat wordt nog een werk

Alle foto’s uitzoeken. Al gaat het veel tijd kosten, heb ik er wel zin in :). Plus, hoe laat je alles zien? Zeg dat maar tien procent van de foto’s leuk is. Dat zijn nog meer dan 200 foto’s!

Voor dat laatste heb ik echter al een ideetje. Sowieso zet ik de fijnste op de iPad, en overal waar ik kom ga ik mensen spammen met die meuk. Mijn blog wordt ook fijn. Ik heb al zeven categorieën bedacht waar genoeg foto’s in passen om jullie weken lang te irriteren. Kortom, dat wordt wel tof!

Nu op weg naar het vliegveld. Tegen de tijd dat je dit leest ben ik geland, want internet heb ik al niet meer. Daar volgt natuurlijk uit dat ik veilig ben geland. Hoera! Terug in Nederland!

Geplaatst in /me

Ik ga naar huis en neem mee…

Sowieso, een shitload aan souveniers, foto’s (2142 so far!) en verhalen. Zo ook de volgende.

We zijn gisteren en vandaag (het is hier al avond, remember?) naar Mount Emei geweest. Da’s een berg hier in de buurt, 3.000 meter hoog, met een heel groot Buhdda beeld er bovenop. Echt briljant om te zien en mee te maken. Maarja, dan moet je er eerst komen.

Eerst met de groepsbus naar de voet van de berg. Er moest onderweg nog gelunchd worden, we vertrokken iets te laat, etcetera. Kortom: haast! In de suicidale rit die toen volgde ben ik op een gegeven moment uit pure ellende maar achterin gaan zitten. Er zijn maar zoveel bijna-ongelukken die een mens kan behappen voordat hij knapt. Voeg daar aan toe de kettingbotsing waar we langsreden (en dat was echt geen pretje) en je kan je je misschien voorstellen dat ik me achterin de bus “opsloot” met mijn iPad, muziek en zo min mogelijk naar buiten kijken.

Eenmaal bij de berg aangekomen had ik een gelukje. Ons Chinees contactpersoon, Jerry, kon drie mensen mee naar boven rijden. De rest moest met de busjes. Ik riep het hardst shotgun en voor ik het wist zoefde ik in een comfortabele, verlengde, diep donkerblauwe BMW5 de berg op.

Bovenaan gekomen was het even schrikken. Op de betreffende hoogte (2300 mtr) hangen wolken. Kortom, het was er nat, vies en steenkoud. Daarbij kwam, in het hotel was het niet warmer dan buiten. Letterlijk, je voelde gewoon geen verschil tussen binnen en buiten staan. Hardop stuurde ik klaag-smsjes naar vrienden, die terecht terugstuurden dat ik niet moest zeiken. Maar, met een kamertemperatuur van twee graden vond ik wel dat ik een klein beetje mocht piepen.

De avond verliep langzaam, en koud. Ondanks het electrische deken (meer: de electrische streep, want maar een kwart van het deken deed het) sliep ik niet heel erg goed. De reden? De schimmel tussen de lakens, de hurkwc’s met de poepstrepen er nog in en de lange zwarte haren op mijn kussen. Maar ik heb een paar uurtjes kunnen slapen, en dan was nodig, want ik moest vroeg op.

De volgende morgen was het weer een stuk beter. De wolk was weg, en ik kon verder dan twintig meter voor me uitkijken. Nou ja, het was nog steeds 06:00 dus je zag geen steek. Maar toch.

De tocht naar boven sla ik over voor de volgende keer. Eenmaal boven, boven de wolken, precies met zonsopgang. Daar sta je dan. Naast een Buhdda-beeld van dertig meter hoog. Uitzicht tot aan het einde van de wereld. Een zee van wolken, met daarboven een zon. Een zon die ongehinderd door mist, smog, wolken of regen ongekend fel in je gezicht schijnt. Ongelofelijk. De foto’s doen het helaas absoluut geen recht, en de filmpjes ook niet. Je had er bij moeten zijn zeg maar.

Nu is het avond, zondagavond. Mijn koffer is gepakt, ik luister naar Nina Simone (zonder dollen: het nummer heet “here comes the sun”) terwijl ik dit stukje tik. Ik scoor zo nog een paar biertjes aan de bar, ik controleer mijn koffer en ik doe een tukje. Morgen de laatste dag in China, en dan weer op weg naar huis. Geloof het of niet, ondanks alle avonturen, terwijl de anekdotes-machine overuren draait, zou ik graag weer thuis zijn. In mijn eigen bureaustoel, het saaie uitzicht en het platte landschap. Ik ben moe. Maar ook voldaan, en dat telt.

Chinese wegen zijn bloedlink

image

Kettingbotsing over een afstand van een kilometer of twee. Vrachtauto’s in de vangrail, van de weg af, auto’s in de kreukels. Geloof me, deze auto kwam er nog goed vanaf. Aan sommige wrakken was duidelijk te zien dat we er vrij lang nadat het gebeurde, pas langsreden. De lichamen waren al geborgen, allemaal akelig lege auto’s. Brrr, geen pretje allemaal.

De laatste werkdag

Gisteren en vandaag waren de laatste dagen dat we echt aan de slag waren hier. We hebben Ubisoft bezocht (zie hieronder) en we zijn bij de vice-directeur van het Tianu Software Park gweest. Ubisoft ken je misschien van de games, zoals Rayman. Het softwarepark is, de naam zegt het al, een soort industrieterrein voor software ontwikkeling. Megagroot, vol gebouwen waar heel veel lage-lonen-werkers aan de slag zijn. Laag zijn de lonen zeker, tussen de 1300 en 5700 yuan per maand (delen door negen). Het eten, wonen en leven is hier ook wel weer goedkoop, maar je verdient hier praktisch niks, dat is wel zeker.

Mooi wel, we kregen een super gelikte presentatie over het park, met daarna een tour. Onderweg, bij elke ingang het park in (af en toe staken we de openbare weg over) staat bewaking, die kaarsrecht salueert, tot we voorbij zijn.

Vanavond, morgen en zondag doen we nog wat toeristische dingen. Maandag vliegen we terug.

Toch nog, het Chinese eten

Het is allemaal bere-lekker, maar een uur of vier geleden eistte het zijn tol. Terwijl ik al zat te rommelen bij een bedrijfsbezoek, werd ik in de bus misselijker en misselijker tot ik, tot grote schrik van de busschauffeur zijn grote afvalemmer voorin de bus volkotste. Eenmaal in het hotel was het rennen geblazen naar het kleinste kamertje van het hotel. Geen fijn verhaal, ik weet het, maar ook dat maak je mee in een land als dit, jammer genoeg.

Het is nu avond, ik heb gedouched, ik ben een stuk beter maar nog wel zo slap als een vaatdoek. De was-dienst van het hotel is ingeschakeld en als ik me morgen wat beter voel (hoop hoop), kan ik er weer helemaal tegenaan.

Eerst is het tijd voor (nog) een flesje water. Eten komt morgen wel.

Oud en nieuw

Nee, niet het feestje ;-). Dit land is een briljante mix van oude en nieuwe dingen. Terwijl het land de 21e eeuw in dendert zijn heel veel dingen de oude gebleven. Een paar voorbeelden.

Je mag overal roken, en sigaretten kosten niks. Een pakje Marlboro kost niks (ongeveer 2 euro), en overal steekt men er eentje op. In hotels, in restaurants, op straat, in de lobby van het hotel, in sportzalen(!), in collegezalen, zelfs in onze badkamer staat een asbak.

We kregen een presentatie van de directeur van de kunst, historie en cultuurfaculteit van de universiteit waar ik het eerder over had. De beste man had nog nooit met powerpoint gewerkt. Internet was er niet, alles ging uit boeken, via een schoolbord en mond-op-mond. Niemand gebruikt internet op zijn telefoon, er wordt vooral gesmst.

We zien de meest dure auto’s rondrijden (laatst nog een Aston Martin Rapide, die zo’n twee ton kost) terwijl het ook nog stikt van de fiets- en bromtaxi’s. Die kosten overigens ook geen hark, een beetje dure taxi rit is 13 yuan, dus ongeveer € 1,50.

De meeste Chineze winkeltjes zijn simpel en spotgoedkoop. Raam open, stoeptegel voor de deur en spullen verkopen. Hopla! Gisteren kocht ik een tube gel, drie pakjes sigaretten, een blikje cola, een nagelschaartje en douchegel. Ik moest 5 euro aftikken.

Overal loopt politie en bewaking. Elk hotel, elk groot gebouw heeft bij elke ingang een mannetje staan die auto’s tegenhoudt en de weg wijst. Dat moeten er duizenden zijn. Bovendien is het personeel overal met twee woorden te beschrijven. Talrijk en onderdanig. Gisteren aten we in een restaurant, die tofu dingen. Buiten de kamer die we kregen stonden twee meisjes permanent op wacht, klaar voor onze minste gril. Ik ging naar het toilet, en toen ik terug kwam werd de deur voor me open gehouden en achter me dicht gedaan. Bij een bedrijf was ik op de 17e etage, en moest ik eentje lager. Het receptiemeisje dat ik vroeg of dat wel mocht, bediende de lift voor me, ging mee naar beneden, en liet me binnen op de goede verdieping. Vervolgens pakte ze de trap naar boven.

Zo heb ik nog wel tientallen voorbeelden, maar die zullen moeten wachten. Het is hier helaas geen vakantie, ik ga aan mijn onderzoeksplan werken!