Lacrosse foto’s

Afgelopen zondag vierde de Nederlandse Lacrosse Bond dat er al tien jaar wordt gelacrossed (arg! hoe schrijf je dat! Renske?). Arjan was er voor de echte foto’s, ik liep rond met een 50mm lensje en maakte foto’s van van alles en nog wat.

Die paar foto’s die ik heb gemaakt (tegenover de achthonderd miljard van Arjan) waren snel uitgesorteerd, en staan dan ook op mijn (voor de gelegenheid afgestofte) foto blog:

Lacrosse op foto.nder.be

Ik word oud

Da’s een gedachte die nog weleens bij me opkomt, zeker nu ik constant omringd wordt door studenten die tussen de negentien en tweeëntwintig zijn. Collega’s en vrienden vinden dan weer dat ik niet moet piepen. Die zijn weer wèl van mijn leeftijd. Maar vandaag en gisteren had ik toch wel zoiets van “Ja, ik word oud”.

Voor de beeldvorming: het is vakantie. Ik hoef niet veel te doen, en dat doe ik dan ook niet. Ironisch genoeg zit ik nu op mijn werk, maar dat even terzijde. Normaalgesproken ben ik tijdens vakanties tot in de vroege uurtjes op en kruip ik rond een uur of elf mijn bed een keer uit.

Dit jaar verloopt het patroon toch anders. Neem nou gisteren: Ik ging eergisteren keurig rond twaalven naar bed, om er vervolgens zeven uit weer uit te stappen. Ik ben dan gewoon wakker, vakantie of niet. Vervolgens kroop ik tien uur (‘s ochtends, mind you) weer terug en lag ik tot een uur of half twaalf weer te ronken. Na een langzame lunch herhaalt dat zich van twee tot half vier. Gisterenavond lag ik om elf uur met een boek tussen de lakens, om van mijn welverdiende nachtrust te genieten.

Al met al heb ik dus bijna de helft van de dag geslapen. Dutjes doen vind ik nog steeds iets voor “oude mensen” (hoewel ik het zelf nu wel erg relax vind). Maar met mijn slaapritme bekruipt je vervolgens wel die twijfel… ben ik nu oud?

Ieder ander zou zeggen dat ik gewoon lui ben, en vakantie heb, en dat iedereen lekker niks doet als ze vrij zijn. Ik niet. Immers, liever “oud en wijs”, dan “dom en lui”, niet waar?

Geplaatst in /me

Verwennerij

Mijn ouders waren nooit zo streng. “Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg” was zo’n beetje hun credo. Toch waren er genoeg dingen die niet mochten ofwel compleet uit den boze waren. Ruzie maken, snoepjes stelen, eigenlijk al die dingen.

Qua extra’s heb ik ook nooit mogen klagen. Aan verjaardagscadeautjes en Sinterklaascadeautjes geen gebrek. Wel zorgden mijn ouders ervoor dat ik geen al te dure dingen uitzocht. Een béétje een normale smaak werd natuurlijk wel van mij verwacht. Min of meer impliciet, want dure dingen durfde ik niet eens te vragen. Zo lief was ik nou vroeger ;-).

Tegenwoordig ben ik groot genoeg om voor mijn eigen cadeautjes te zorgen. En, als we het er toch over hebben, ook voor mijn eigen snoepgoed en ruzie. Ironisch genoeg heb ik zelden snoep in huis, en maak ik bijna nooit ruzie.

Juist nu, nu ik het niet meer nodig heb, of verwacht, stopt mijn moeder me allerlei lieve dingen toe. Geld om belastingdingen te betalen, geld terug van cadeautjes, en natuurlijk al het fruit en groente dat ik maar kan eten.

Maar uit opvoedkundig perspectief werkt het natuurlijk prima. Vroeger thuis was de verleiding groot om snoep te pikken. Nou kan ik alle chips kopen die ik maar op kan, en doe ik het niet. Vroeger mocht ik zoveel fruit eten als ik maar lustte, en raakte ik dat spul niet aan. Ik heb nog steeds geen fruitschaal, maar de scheurbuik die ik vroeger alleen voorkwam door thuis te eten, zal ik echt niet oplopen.

Grappig hoe die dingen lopen. Je gaat je afvragen of ze dat van te voren bedacht had, of dat het gewoon zo gelopen is.

Geplaatst in /me

Een kijkje in je eigen leven

In 2003, inmiddels alweer acht jaar geleden ging ik stage lopen bij de overheid. Als kersverse MBO-student mocht ik bij een ministerie hier in Arnhem als helpdeskmedewerker rondsjouwen. Dat was leuk werk dat ik met veel plezier deed. Ik begon dit weblog pas na die tijd, dus teruglezen kan helaas niet.

Als onderdeel van mijn stage werd ik door de overheid onderzocht. Immers, als helpdeskmedewerker heb je toegang tot een heleboel best geheime gegevens, middels de mensen die je helpt met printen, of de e-mail instellen. Kortom, ik mocht op gesprek bij een speciale medewerker, ik moest allerlei gegevens en referenties opgeven om te kijken of ik niet chantabel zou zijn. Daar gaat het namelijk om: hoewel een strafblad uit den boze is, is het natuurlijk ook niet praktisch als je schulden hebt, vreemd gaat of van andere twijfelachtige zaken houdt. Als iemand daar achter komt kunnen ze je chanteren met het bekend maken van die gegevens.

Dat gesprek, en de hele routine daaromheen, leverde voor jaren leuk gespreksstof voor verjaardagen en feestjes. Het blijft natuurlijk wel “spannend”, zo’n onderzoek.

Terug naar nu. Voor een van mijn vakken moest ik een bedrijf aanschrijven over de gegevens die ze van me hebben; dit in het kader van de wet “bescherming persoonsgegevens”. Uiteraard was ik niet van plan naar Ahold te schrijven over mijn bonuskaart, maar schreef ik de overheid aan. Meer dan vijf jaar na dato, dat moest wel goedkomen toch?

Een paar weken terug alweer, stond de postbode voor de deur. Een inzagedossier van negentien “bewerkte fotokopieën” was voor me samengesteld. Even tekenen dus. Daarna lekker bladeren. Opvallend veel ruimte tussen alinea’s, en zinnen die een beetje gek lopen, maar genoeg interessante informatie. Zo leer je nog eens wat over jezelf.

Het was ook wel een beetje “creepy”. Er komen wat zaken voorbij die ik ze niet heb verteld. Een paar zinnen verderop las ik iets dat ik niet eens wist (ook over andere mensen). Ook apart was dat, van de personen die ik noemde, ook nog even allerlei informatie werd benoemd. Dat zag er ongeveer zo uit:

Via de scouting kent hij ook Henk-Jan SMITS, werkzaam bij ENDEMOL NEDERLAND, woonachtig te HANS KAZANLAAN 15, [..]

Enzovoorts, enzovoorts.

Ik heb het hele dossier alweer uitgelezen. Ze speelden een beetje vals door alle formuliertjes die ik zelf moest inleveren, ook bij die negentien pagina’s op te tellen. Gelukkig viel er toch genoeg nieuws te lezen. Het mooie blauwe overheidsmapje ligt nu stof te happen in de kast. Daar is de lol wel vanaf. Maar een dikke voldoende voor het vak, en daar ging het uiteindelijk om natuurlijk!

Het verschil tussen reiken en grijpen

Zie je wel. Ook ik heb een filosofische inslag. Een paar weken geleden zat ik op de universiteit, te leren voor een pittig tentamen. Een klasgenoot vroeg me: “Ah, dat en dat, hoe werkt dat nou precies?“. Nadat ik het een beetje uit had gelegd zei hij “Het onderwerp boeit me bijzonder weinig. Maar als jij het kan uitleggen, dan snap je het.“.

Gisteravond had ik de radio aanstaan, en in dat programma was een man aan het vertellen over mensen imiteren. Dat je, hoe hard je ook je best doet, Hans van Mierlo nooit perfect na kan doen. Het ging over komedieshows denk ik. Hij zei, dat verschil tussen hoe jij iemand nadoet, en diegene zelf precies definieert wie jij bent.

Hij ging wat aan de haal met dat voorbeeld en zei dat je een bepaalde afstand kan reiken, en een bepaalde afstand kan grijpen. Wat je kan grijpen is altijd iets minder ver dan je kan reiken. Probeer het maar eens. Strek je vingers zover mogelijk uit, raak iets aan dat heel ver van je plaats af is. Probeer vervolgens, zonder je nog verder uit te strekken, dat ding te grijpen. Dat gaat niet lukken.

“Ah, but a man’s reach should exceed his grasp,
Or what’s a heaven for?

~ Robert Browning

Oftewel, dat stukje tussen wat je reikt en wat je grijpt, dat ben jij. Dat definieert wie jij bent. Het ironische is dat je altijd verder kan reiken dan je kan grijpen. Natuurlijk, je kan een stukje naar voren leunen en vastpakken wat je net nog met je vingertoppen beroerde. Maar als je je hand uitstrekt, reik je ook weer een stukje verder.

Je komt ook nooit iemand tegen die zegt “Ik heb alles! Ik ben compleet, mijn leven is af. Ik ga er maar eens een eind aan maken.“. Iedereen reikt verder dan-ie grijpt, en zo hoort het ook. Anders werd het wel heel erg saai en stil allemaal.

Dat is wij. Dat is de “human condition”. Te reiken. Er is niemand die dat niet doet. Zelfs Obama reikt, de krantenbezorger, de mede-student, wie dan ook.

Ik? Waar ik naar reik hou ik lekker voor me. Maar het is verder dan ik grijp, dat kan ik je wel vertellen. Ik reik naar zaken die niet kunnen, zaken die niet bestaan, die nooit zullen zijn. Zaken die mijn verstand te boven gaan. Zaken die ik aan me voorbij laat gaan. Zaken die ik heb gemist. Ik reik.

Op een dag echter, grijp ik ze. Hebbes. Bingo! Mijn greep haalt mijn reik in. Automatisch reik ik naar nieuwe vruchten. Verder weg dan ooit. Altijd voorbij mijn greep. En dat is goed zo. Zoals ik gisteren zeer poëtisch uitgelegd kreeg: “uiteindelijk spelen we allemaal viool met onze voeten”.

Geplaatst in /me

De week is weer begonnen

De eerste “echte” week sinds de trip naar China. Ik merk het aan alles!

Niet alleen was ik pas vlak voor de wekker wakker, ook het bezoekersaantal op mijn weblog is terug bij af. Die wekker overigens, ging om 06:30, een hele redelijke tijd. Gauw een ontbijtje (drie hoeraatjes voor de blender!), geen koffie (geen tijd) en dan gauw de deur uit.

Alles organiseren valt me nog wel zwaar. Ik loop nogal een slag achter op een vak, maar ik merk dat ik liever thuis zit, niks te doen. Foei! Ook dit stukje tikken is een perfect voorbeeld van studieontwijkend gedrag.

Gelukkig loopt alles wel lekker. Mijn persoonlijke nerd-projectjes (zoals daar zijn; facetube.nl, images.nder.be, en dit prachtige blog) hebben zich goed gehouden tijdens mijn afwezigheid en verder loopt eigenlijk alles wel lekker. Gisteren was ik met Marinke naar Kikker, een voorstelling van Theater Terra. Eigenlijk is dat een kindervoorstelling, maar dat deed er niks aan af. Sommige stukjes waren briljant.

De foto’s zijn inmiddels ook uitgezocht en ik zal, zoals beloofd, hier op het blog de pareltjes eruit plukken. Nu is het tijd voor iets belangrijkers. Huiswerk. [slaakt een diepe zucht].

Geplaatst in /me

Jetlag

Wat klinkt dat heerlijk decadent. Het doet me denken aan Youp van ‘t Hek. “Hoe gaat het?” “Ja, jetlag”.

Yorick heeft er geen last van, en sommige klasgenoten zijn ook zonder problemen terug in hun oude ritme. Ik ben wat weerbarstiger. Tegelijktertijd ben ik ook niet bijster handig bezig om er vanaf te komen. De afgelopen dagen was ik strak om vier uur ‘s ochtends wakker. Dat is elf uur in de morgen in Chengdu. Eigenlijk slaap ik dus elke dag uit.

‘s Avonds gaat het niet veel beter. Ik ben op tot een uur of tien, elf (zeg maar diep in de nacht, Chengdu-tijd) en ik klim er ontzettend vroeg uit. Klaarwakker. Dat slaaptekort haal ik in door ‘s middags in mijn bed te gaan liggen. Niet heel tactisch.

Sjoerd gaf me een tip: eet tot zestien uur voor je ontbijt niets (en ontbijt dan lekker). Daarmee reset je een biologisch klokje en dan is alles weer ok. Ik ben benieuwd; vanochtend heb ik het eens geprobeerd. So far so good, ik ben benieuwd hoe laat ik morgen uit mijn bed ben!

Iets anders: ik heb eindelijk alle foto’s uitgezocht. Ik moet ze nog een beetje bewerken maar daarna kunnen ze online, en richting mijn studiegenoten. Stay tuned dus!

Dat wordt nog een werk

Alle foto’s uitzoeken. Al gaat het veel tijd kosten, heb ik er wel zin in :). Plus, hoe laat je alles zien? Zeg dat maar tien procent van de foto’s leuk is. Dat zijn nog meer dan 200 foto’s!

Voor dat laatste heb ik echter al een ideetje. Sowieso zet ik de fijnste op de iPad, en overal waar ik kom ga ik mensen spammen met die meuk. Mijn blog wordt ook fijn. Ik heb al zeven categorieën bedacht waar genoeg foto’s in passen om jullie weken lang te irriteren. Kortom, dat wordt wel tof!

Nu op weg naar het vliegveld. Tegen de tijd dat je dit leest ben ik geland, want internet heb ik al niet meer. Daar volgt natuurlijk uit dat ik veilig ben geland. Hoera! Terug in Nederland!

Geplaatst in /me

Ik ga naar huis en neem mee…

Sowieso, een shitload aan souveniers, foto’s (2142 so far!) en verhalen. Zo ook de volgende.

We zijn gisteren en vandaag (het is hier al avond, remember?) naar Mount Emei geweest. Da’s een berg hier in de buurt, 3.000 meter hoog, met een heel groot Buhdda beeld er bovenop. Echt briljant om te zien en mee te maken. Maarja, dan moet je er eerst komen.

Eerst met de groepsbus naar de voet van de berg. Er moest onderweg nog gelunchd worden, we vertrokken iets te laat, etcetera. Kortom: haast! In de suicidale rit die toen volgde ben ik op een gegeven moment uit pure ellende maar achterin gaan zitten. Er zijn maar zoveel bijna-ongelukken die een mens kan behappen voordat hij knapt. Voeg daar aan toe de kettingbotsing waar we langsreden (en dat was echt geen pretje) en je kan je je misschien voorstellen dat ik me achterin de bus “opsloot” met mijn iPad, muziek en zo min mogelijk naar buiten kijken.

Eenmaal bij de berg aangekomen had ik een gelukje. Ons Chinees contactpersoon, Jerry, kon drie mensen mee naar boven rijden. De rest moest met de busjes. Ik riep het hardst shotgun en voor ik het wist zoefde ik in een comfortabele, verlengde, diep donkerblauwe BMW5 de berg op.

Bovenaan gekomen was het even schrikken. Op de betreffende hoogte (2300 mtr) hangen wolken. Kortom, het was er nat, vies en steenkoud. Daarbij kwam, in het hotel was het niet warmer dan buiten. Letterlijk, je voelde gewoon geen verschil tussen binnen en buiten staan. Hardop stuurde ik klaag-smsjes naar vrienden, die terecht terugstuurden dat ik niet moest zeiken. Maar, met een kamertemperatuur van twee graden vond ik wel dat ik een klein beetje mocht piepen.

De avond verliep langzaam, en koud. Ondanks het electrische deken (meer: de electrische streep, want maar een kwart van het deken deed het) sliep ik niet heel erg goed. De reden? De schimmel tussen de lakens, de hurkwc’s met de poepstrepen er nog in en de lange zwarte haren op mijn kussen. Maar ik heb een paar uurtjes kunnen slapen, en dan was nodig, want ik moest vroeg op.

De volgende morgen was het weer een stuk beter. De wolk was weg, en ik kon verder dan twintig meter voor me uitkijken. Nou ja, het was nog steeds 06:00 dus je zag geen steek. Maar toch.

De tocht naar boven sla ik over voor de volgende keer. Eenmaal boven, boven de wolken, precies met zonsopgang. Daar sta je dan. Naast een Buhdda-beeld van dertig meter hoog. Uitzicht tot aan het einde van de wereld. Een zee van wolken, met daarboven een zon. Een zon die ongehinderd door mist, smog, wolken of regen ongekend fel in je gezicht schijnt. Ongelofelijk. De foto’s doen het helaas absoluut geen recht, en de filmpjes ook niet. Je had er bij moeten zijn zeg maar.

Nu is het avond, zondagavond. Mijn koffer is gepakt, ik luister naar Nina Simone (zonder dollen: het nummer heet “here comes the sun”) terwijl ik dit stukje tik. Ik scoor zo nog een paar biertjes aan de bar, ik controleer mijn koffer en ik doe een tukje. Morgen de laatste dag in China, en dan weer op weg naar huis. Geloof het of niet, ondanks alle avonturen, terwijl de anekdotes-machine overuren draait, zou ik graag weer thuis zijn. In mijn eigen bureaustoel, het saaie uitzicht en het platte landschap. Ik ben moe. Maar ook voldaan, en dat telt.